Pater voedt kinderen met eiwitrijke visjes

Monseigneur mag hij zich nu noemen. En een paarse toog dragen tijdens erediensten. Pater Jan Heine (81), geboren in Barger Compascuum, kreeg onlangs na afloop van een eucharistieviering in zijn geboortedorp het pauselijk ere-prelaatschap toegekend. Kardinaal Gantin verleende hem de titel voor de jarenlange ijver waarmee Heine in diverse ontwikkelingslanden kleinschalige tilapia(vis)teelt opzette. Of hij het bijbehorende liturgische gewaad ook zal dragen weet hij niet. “Het is mode om het te doen.” Voor Heine zijn uiterlijkheden niet belangrijk. De pauselijke onderscheiding beschouwt hij vooral als een erkenning voor zijn levenswerk. Al in de jaren vijftig verdiepte hij zich in de voedingsleer. De honger en ondervoeding van kinderen in de Derde Wereld hielden hem bezig. “Het belang van voeding wordt erg onderschat”, vindt hij. “Ziekten worden vaak veroorzaakt door ondervoeding of overvoeding. De kindertjes in de Derde Wereld hebben meestal wel een buikje vol maïs en vruchten, maar krijgen geen dierlijk eiwit. Dat is er niet.”

Ondervoede kinderen (en volwassenen) zijn te helpen met de eiwitrijke tilapiavis, zo ontdekte Heine toen hij in de jaren vijftig in Pretoria kweekvijvers bij diverse boeren bezocht. Samen met de Groninger bioloog J. Schuurman ontwikkelde hij een methode voor een eenvoudige opzet van tilapiacultuur. Want de kwaliteiten van het visje bleken “onvoorstelbaar groot”, aldus Heine. De tilapiavis (ook bekend onder de naam Petrusvis) is een inheemse, tropische vissoort die gemakkelijk en goedkoop te kweken is en zich snel vermenigvuldigt. De Petrusvis, die maximaal drie à vier kilo zwaar kan worden, leeft van organisch afval en plant zich voort in zoet en brak en in zowel stromend als stilstaand water. Wanneer de vissen met graat en al vermalen worden, bevat het vismeel veel calcium en fosfor. Een kweekvijvertje hoeft maar 25 centimeter diep te zijn. De voedingswaarde komt overeen met die van mager vlees.

Pater Jan is “stomweg begonnen”. In de jaren zestig bezocht hij het Afrikaanse land Benin, waar hij samen met de voorzitster van een vrouwenvereniging op pad ging om de methode uit te leggen aan de dorpelingen. “We kwamen in contact met het dorpshoofd. Hij zei: u brengt ons geen geld, maar kennis die misschien meer waard is dan geld.” Als beloning kreeg de pater een jong meisje. Weigeren zou het dorpshoofd beledigd hebben. Heine betaalde een paar dollar als bruidsschat, waarmee ze een winkeltje kon beginnen.

Belangrijk is dat de mensen zelf eenvoudigweg een visvijver kunnen aanleggen en zichzelf daarmee kunnen bedruipen. De Tilapia International Foundation (TIP) verschaft geld en de eerste visjes. Pater Jan zette zich de afgelopen veertig jaar in om de bevolking in meer dan veertig landen te helpen met de opzet van visvijvers. Inmiddels zijn er meer dan tienduizend vijvers in onder meer Zimbabwe, Brazilië, India, Ghana, de Filippijnen, Kenia, Malawi, Oeganda, Zaïre, Indonesië, Kameroen, Togo en Benin.

Heine vertelt hoe hij zo'n tien jaar geleden een kinderafdeling in een ziekenhuis bezocht. Het bewuste land noemt hij liever niet. Het sterftecijfer onder de kinderen bedroeg 27 procent. Hij raadde de zuster aan de kinderen een half jaar vismeel te geven, door de soep, de pap en het drinken gemengd. Een half jaar later bleek de sterfte nul te zijn.

Op zijn achtste wist Heine al dat hij priester wilde worden. Wereldse bezittingen zeiden hem niets. Hij wilde de wereld verbeteren. “Anderen worden communist of socialist. Ik wilde dat doen door mensen goed te voeden. Het is niet goed dat 65 procent van de wereldbevolking ondervoed is. De vraag was hoe ik anderen die te weinig voedsel hadden, concreet kon helpen.”

Het geloof kwam tijdens de bezoeken van Heine aan de dorpelingen in Azië en Afrika niet of nauwelijks ter sprake. Bewust niet, legt hij uit. Ook hindoes en moslims hebben “godsdienstige principes”, vindt hij. Missiedrang kende hij niet. “Daar zijn anderen voor. Eten is het belangrijkst, daarna kun je pas filosoferen.” De kern van het geloof is volgens Heine: “God beminnen boven alles en je naaste als jezelf. Als je dat doet kom je een heel eind.”