Orfeo Mundi; Muziek voor het nieuwe millennium van Hikurangi tot Haleakala

Daar waar de zon het eerste opkomt op 1 januari 2000 zou een estafette van nieuwjaarsconcerten moeten beginnen, de hele wereld rond, steeds de dageraad volgend, om zo met muziek het nieuwe millennium te begroeten, vindt Peter Schat. Hij bezocht de plaatsen aan beide kanten van de datumgrens waar de estafette begint en eindigt, bij Ohiwa Harbour in Nieuw-Zeeland, en het Hawaii-eilandje Maui. Titel voor de estafette is Orfeo Mundi, als eerbetoon aan Orpheus 'die de zonden van de wereld draagt door ze uit te drukken, door ze te bezingen en onvergetelijk te maken.'

Graham Hancock, Fingerprints Of The Gods, Heinemann, Londen, 1995; F.W. Sternfeld, The Birth Of Opera, Oxford University Press; Peter Schat, Jenny McLeod, The Tone Clock, Harwood Academic Publishers, Londen 1993; cd: Peter Schat, De Hemel, Koninklijk Concertgebouw Orkest o.l.v. Chailly, CNM classics 92033.

Om bij het eind te beginnen - bij Maui, de halfgod.

Op het eiland in de Stille Oceaan dat naar hem vernoemd is, bond hij de zon aan de vulkaan Haleakala vast. Maui is een van de Hawaii-eilanden - 'the loveliest fleet of islands that lies anchored in any ocean', zoals Mark Twain schreef.

De halfgod besloop de zon bij zijn ontwaken en knoopte iedere binnenkomende lichtstraal vast aan de kammen van de kraterwand. Om hem zodoende te dwingen langere dagen te maken. Want er is zo veel te doen op het veld, en de dagen in het paradijs zijn zo kort.

Maui's opzet lukte: de zon hield zich voortaan aan de gemaakte afspraak. En zou dat later ook doen, toen hij in een flits bij Hiroshima wetenschappelijk aan de aarde werd geketend en overal in dit blauwe paradijs de 'stedenetende paddestoelen' (Rushdie) verschenen. Tegenwoordig ondergronds.

De mythe van Maui lijkt gebaseerd op een historische figuur, die in de begintijd van de Polynesische geschiedenis bekend was in het hele eilandenrijk dat ligt binnen de driehoek Hawaii in het noorden, Nieuw-Zeeland in het zuiden, en de Paaseilanden in het oosten. De datumgrens, die ruwweg de 180ß8-meridiaan volgt, kruist de lijn Nieuw-Zeeland - Hawaii zodanig, dat het eerste land op de wereldkalender een etmaal voorligt op het laatste.

*** Ruim drie kilometer hoog torent de Haleakala boven het eindeloze blauwe oppervlak van de oceaan uit. Staande op de kammen van de krater, zo groot als Manhattan, zie je in de diepte een zwarte stad van vulkaanmonden liggen, die zich eonen geleden voor het laatst sloten.

Het is hier doodstil. Alle eventuele geluiden, ook je eigen hinderlijke voetstappen, worden gesmoord in perfect geluidsabsorberend vulkaangruis.

Über alle Gipfeln ist Ruh'...

We zijn hier, boven de wolken, in het Huis van de Zon (Haleakala). De immense krater is de zonnetroon, waarop je overal kunt plaatsnemen.

Rondom trilt de onafzienbare oceaan in misschien wel twaalf tinten blauw. Schuimwitte wolken proberen vergeefs de zwarte, bruine, groene, veelkleurige krater binnen te dringen. Ooit heeft hier, in een gigantische uitbarsting van vruchtbaarheid, het hete magma van moeder aarde de zon gekust.

De bewoners van deze eilanden hebben hun vulkanen altijd als angstaanjagende oermoeders van wolken, van het leven op aarde vereerd. In talloze mythen en rituelen; in schandaaldoortrokken libretto's van mythische soap operas , met de kwaadaardig jaloerse godin Pele in de hoofdrol.

Doodstil is het nu in haar zwarte vulkaan onder de hoge zon. Hier scheert de diepe stilte van het heelal rakelings langs de planeet.

Daar onder de horizon moet het nooit aflatende lawaai zijn van het rijk van de levenden. Van hieruit gezien een schimmenrijk. Onder de wolken wonen de goden, niet erboven.

Deze heilige, stille plek in de Stille Oceaan is vervuld van volmaakte vrede. Godenvrij. Zoals in een droom van de geleerde Freeman Dyson: de hemel als een immense lege stille ruimte, met in de verte op een troon een klein kind.

Het kind Ik.

Mijn moeder vertelde mij eens dat ik, op een voor mij niet herinnerbare leeftijd, duidelijk te kennen had gegeven ooit in de hemel op de top van een wolk te willen zitten.

Hier op de Haleakala, meer dan een halve eeuw na het uitspreken ervan, is die wens in vervulling gegaan.

Hallelujah Haleakala! Muziek!

*** “In the beginning was the myth and the myth was Orpheus”, luidt de openingszin van Sternfelds The Birth of Opera. Zeven eeuwen eerder dan Christus vinden we hem al afgebeeld, meestal met een vier- of zevensnarige lier. Zoals in het stenen stripverhaal van de reis van de Argonauten, waaraan hij deelnam.

Ook Orpheus was een halfgod, zoon van Apollo en de muze Kaliope. Zijn tragische geschiedenis uit de Griekse oertijd is nog steeds algemeen bekend, dankzij talloze kunstwerken. Sommige bewonderaars zullen in hem Osiris herkennen, de halfgod uit de Egyptische oertijd, de koning/beschaver die 'regeerde zonder dwang', wiens 'wijze raadgevingen op de luisteraars in hymnen en liederen werden overgebracht', twaalf millennia geleden. In de gouden 'Eerste Tijd' (Zep Tepi) waar Graham Hancock over bericht in zijn Fingerprints of the Gods.

Orpheus is ook te herkennen in de reizende zanger Timotheus, die in de vierde eeuw voor Christus het aantal snaren van zijn lier van vier op zeven bracht en met die nieuwe tonen als een voorchristelijke Mick Jagger zulke grote menigten op de been bracht dat de lokale tirannen hem dwongen ze weer te verwijderen.

Zoals Osiris landbouw en stedenbouw bracht, zo bedwong Orpheus met zijn magische zang- en snarenspel het planten- en dierenrijk. Ook de stenen gehoorzaamden hem, als architect. Zelfs heerste hij over het dodenrijk, vanwaar hij zijn geliefde kon terugzingen naar het rijk der levenden. Onder één voorwaarde: dat hij haar niet aankeek, niet 'wist' wat hij deed. Want dan zou hij haar voorgoed verliezen, zie de onverbiddelijke tragedie waarmee Monteverdi de opera als kunstvorm het leven schonk.

Orpheus was de god van de eerste op een boek gebaseerde religie, van het prehomerische Orphisme, waar ook Pythagoras zich op beriep. Misschien omdat hij van de trillende snaren van Orpheus' lier geleerd had dat de natuurtonen de wetten van de getallen volgen. En dat je zo 'de harmonie der sferen' kunt horen, beter vertaald 'de harmonie van alles' volgens Frits Staal. Het 'alles' dat je ook kunt berekenen met 'de getallen van Osiris' (12, 30, 72, 360) en dat je uiteindelijk door de Hubble-telescoop kunt zien. Zoals Pythagoras, de zachtmoedige filosoof, begreep dat onze innerlijke reactie op de klankgeworden wiskunde van de muziek bewijst dat de wereld redelijk is, rationeel, en dat het grote mysterie van de wereld nu juist is dat zij begrepen kan worden.

Als tien millennia na Osiris de halfgod Jezus ten tonele verschijnt (zoon van de vulkaangod Jahwe en de tempelmaagd Maria) wordt deze in de Romeinse catacomben van de eerste christenen, afgebeeld als Orpheus-met-de-lier. Maar als het Jezus-geloof later met keizer Constantijn de macht grijpt ('In dit Teken zult gij overwinnen!'), wordt de lier al vervangen door het kruis, en kan het musiceren weer plaatsmaken voor het meer gebruikelijke er op los timmeren.

'Osiris wordt in de teksten (-) de 'universele meester' genoemd', schrijft Hancock. 'Hij is zowel menselijk als bovenmenselijk, hij lijdt maar is tegelijkertijd een autoriteit. (-) Net zoals Viracocha en Quetzalcoatl in Amerika is hij verfijnd en mysterieus. Net als zij is hij zeer lang en wordt hij altijd afgebeeld met de goddelijke baard. Net zoals zij vermijdt hij zo mogelijk het gebruik van geweld.'

Osiris/Orpheus ging de mensen voor langs de binnenkant van hun ervaringen, de kant van hun gevoelens, zoals Vergilius Dante voorging, de krater, de onderwereld in. Wij komen hem tegen in de toonkathedraal van Mozarts Requiem als een leeuwenbedwinger, als een jonge, reddende held die ons bevrijdt 'uit de muil van de leeuw' - de ore leonis. Als jazzmuzikant zelfs, onweerstaanbaar vitaal en swingend in het Domine Jesu Christe. Maar ook als lam 'dat de zonden der wereld draagt' - qui tollis peccata mundi. Luister hier naar de stille waardigheid waarmee Mozart die zonden draagt. Zonder een spoor van zelfbeklag, in een onafwendbare processie van de tonica naar de dominant in d-mineur. Om in f-majeur uit te rusten, op de mediant, de middelaar - dona eis requiem.

Zó draagt Orpheus de zonden van de wereld over de rivier van de dood heen naar alle toekomstige generaties: door ze uit te drukken, door ze te vangen in de 'getallen van Orpheus', door ze te bezingen en onvergetelijk te maken.

Het zijn dezelfde getallen als die van de (diatonische) harmonie van de gospelsongs, die de slaven op het Amerikaanse continent het leven hebben gered. Het is de klinkende pythagoreïsche wiskunde waarmee popmusici dictaturen hebben ondermijnd met elektrische orphische kitharra's.

Ecce Orpheus, de ware kunstenaar.

*** Iedere ontwikkelde beschaving is gebouwd op drie duidelijk te onderscheiden disciplines, met ieder een eigen functie: politiek, wetenschap en kunst. Ze moeten niet door elkaar gehaald worden: politieke kunst is een onding, evenals wetenschappelijke politiek. Godsdienst is een vorm van kunst. Kunst is een overlevingstechniek van de soort. Mensen hebben contact nodig met de gevoelswereld van hun voorouders. Als voedsel voor hun ziel, als fundament van hun identiteit.

Politiek en wetenschap kunnen alleen de feiten over de rivier van de dood dragen, niet de gevoelens. Dat kan alleen Orpheus. Hij reist door alle tijden en alle culturen. Dat is zijn 'evolutionaire opdracht'.

Mijn reis naar eindstation Maui begon eigenlijk zes jaar geleden. Een maand voor de val van de Muur bracht mijn geluk mij op Nieuw-Zeeland, waar ik de gast was van Jenny McLeod. Zij had mij de verlegen makende eer aangedaan Nederlands te leren om mijn teksten over 'de getallen van de toonklok' te kunnen vertalen en er een boek van te maken, The Tone Clock.In Nieuw-Zeeland werd zij in de jaren zestig een nationale figuur met de uitvoering van een grootscheeps muzikaal theaterwerk in de baai van Wellington, waarin belangrijke invloeden van de Maori-cultuur zijn verwerkt.

Op een dag bevonden wij ons op het oceaanstrand van Ohiwa Harbour, op het noordelijke eiland, met uitzicht op de heilige berg Hikurangi ('Hemeleinde'). Jenny vertelde dat de Maori's een ritueel hebben om de eerste stralen van de zon, die de top van de berg raken, te begroeten. (Even verderop ligt de datumgrens. In deze krant heb ik daar toen een 'Brief uit Nieuw-Zeeland' over geschreven, op 3 november 1989).

Jenny vond dat je op die plek, als de eerste stralen van het nieuwe millennium binnenkomen, iets zou moeten doen ter verwelkoming van de zon. Op die dag zou je de zon door alle tijdzones moeten volgen, waarbij zijn licht overal grote cultuurfestivals zou ontsteken. We spraken af dat zij een stuk zou maken over de aarde en ik over de hemel.

Beiden hebben we ons huiswerk inmiddels af. Mijn stuk, het driekwartier durend orkestwerk De Hemel, waarin na 32 minuten de zon opgaat, werd in het Holland Festival 1991 voor het eerst uitgevoerd. Het is de bedoeling dat het synchroon met de dageraad van het nieuwe millennium bij de berg Hikurangi wordt gespeeld. Daar wordt inmiddels aan gewerkt.

Ook is er een plan om een estafette van nieuwjaarsconcerten te organiseren op 1 januari 2000, waarbij, met de zon mee, steeds nieuwe groepen musici de muziek van elkaar, van Orpheus, overnemen: Orfeo Mundi - van Hikurangi tot Haleakala - een orphische omarming. Het muzikale estafettestokje wil ik graag componeren.

    • Peter Schat