Onder vrienden

FRANKRIJK EN DE Verenigde Staten hebben vriendschap gesloten, zo klinkt het uit Washington waar president Chirac gisteren zijn opwachting maakte bij president Clinton. Het is een lichtelijk overdreven voorstelling van zaken, want het dieptepunt in de onderlinge betrekkingen ligt ver achter ons. Het deed zich voor in het begin en het midden van de jaren zestig en zelfs toen vermochten de meningsverschillen het historische bondgenootschap tussen beide landen niet werkelijk aan te tasten. Dat de 'first lady' met de grote generaal in diens eigen taal kon conserveren, maakte in de Kennedy-jaren aan beide zijden van de Atlantische Oceaan grote indruk.

In zekere zin was de afwezigheid van een groot aantal parlementariërs bij Chiracs toespraak tot het Congres een teken van toekomstig ongemak. Het waren vooral de volksvertegenwoordigers van niet-Europese afkomst die hun gramschap over de Franse kernproeven wilden uiten. Zij staan voor de verschuivende verhoudingen in het Amerikaanse demografische en politieke landschap en daarmee voor een veranderende relatie van de Verenigde Staten met Europa. Chiracs voor het Congres toegelichte verlangen om meer ruimte te scheppen voor de grootmacht-in-wording Europa vond zo bezien zijn duidelijkste echo bij de afwezigen: zij bleken onaangenaam getroffen door de feitelijke uitwerking van die grootse idee.

NATUURLIJK IS ER in Frankrijk niet veel meer over van de paranoïde achterdocht uit de jaren zestig jegens verondersteld Amerikaans imperialisme. Het land heeft zijn koloniale trauma's overwonnen en heeft zich grotendeels aangepast bij de neo-kapitalistische, de wereld omspannende trend van vrije markt en vrije kapitaalstromen. Zo kon Chirac in Le Monde deze week de loftrompet steken over de internationale, inclusief Amerikaanse, investeringen in zijn land, een verschijnsel dat destijds nog als een te bestrijden uitdaging werd beschouwd. De reeks kernproeven mogen achteraf vooral worden gekarakteriseerd als een daverend afscheid van een voorbij tijdperk. De neo-gaullist Chirac heeft er in ieder geval zijn bedreigde rechterzijde mee veiliggesteld.

Nu is er dus ruimte voor experimenten. De toenadering tot de NAVO is er een van, zij het dat Chirac in ruil daarvoor binnen Atlantisch verband armslag voor Europese initiatieven bedingt. Een onontkoombaar gevolg zal zijn dat in Europees verband Frankrijk bewegingsruimte zal moeten inleveren. Dat dient allemaal aan het thuisfront acceptabel te worden gemaakt en daartoe heeft de Franse president zich binnen de eigen grenzen een sterke uitgangspositie trachten te verschaffen.

DE VRAAG IS WAT een en ander in de praktijk zal gaan betekenen. De Franse benadering is pragmatisch. Het debâcle in Bosnië heeft geleerd dat een Europese onderneming buiten de NAVO geen succes is beschoren. Dus zal een Europese activiteit in de toekomst met steun van de Atlantische Alliantie moeten worden uitgevoerd. (Dat is minder nieuw dan het schijnt. Frans optreden in Centraal-Afrika is in het verleden mogelijk gemaakt met behulp van Amerikaanse faciliteiten.) Wat Chirac beoogt is politieke armslag: de NAVO moet ter beschikking staan zelfs als Washington minder gecharmeerd is van wat Europa van plan is.

Chiracs als altijd in het openbaar opgeruimde gastheer Clinton heeft voor die laatste eventualiteit zeker de handen vrij gehouden.