Lijstjes van liefdesverdriet; Nick Hornby over het verschil tussen popmuziek en voetbal

Het eerste boek van de Engelse schrijver en Arsenal-fan Nick Hornby ging over voetbal, het tweede speelt zich grotendeels af in een Londense platenzaak. 'High Fidelity' gaat over het moeizame liefdesleven van een dertiger die maar niet volwassen wil worden en over het onbegrip tussen de seksen: “Vrouwen gaan heel anders om met zaken als popmuziek en voetbal.”

Hij woont een paar straten verwijderd van Highbury, het stadion van de Noord-Londense voetbalclub Arsenal. Nick Hornby kan het zich veroorloven om een paar minuten voor aanvang van een thuiswedstrijd de voordeur achter zich dicht te trekken. Niet dat hij het ooit zo ver laat komen: ruim voor de aftrap zit hij altijd op zijn vaste plaats op de Lower East stand. Hij zou de nerveuze opwinding die aan een wedstrijd voorafgaat niet willen missen. Die sensatie wordt nauwgezet beschreven in Fever Pitch, dat vorig jaar onder de titel Voetbalkoorts in Nederland werd uitgebracht. Hornby (1957) getuigt daarin van zijn hartstochtelijke liefde voor Arsenal en probeert tegelijkertijd zijn voetbalgekte te analyseren.

Inmiddels is ook de vertaling van zijn tweede boek verschenen. High Fidelity is een geestige roman over het moeizame liefdesleven van een dertiger die maar niet volwassen wil worden. Voetbal is dit keer volstrekt afwezig. “Ik heb de verleiding moeten weerstaan. Het verhaal leende zich er goed voor, maar ik wil voorkomen straks bekend te staan als iemand die uitsluitend over voetbal schrijft.” Eén kleine inside joke heeft hij zich gepermitteerd: een van de personages is naar Arsenal-speler Charlie Nicholas vernoemd.

High Fidelity speelt zich deels af in een Londense platenzaak. Als er geen klanten in de winkel staan houden eigenaar Rob en zijn personeelsleden zich bezig met het maken van lijstjes. Ze rangschikken uiteenlopende voorkeuren (afleveringen van Cheers, singles van een band, buitenlandse films) in een top vijf. Rob ordent zelfs intieme zaken op deze manier: het boek opent met een lijstje van de vijf vriendinnen die hem het meeste liefdesverdriet hebben bezorgd. De protagonist laat zich in de loop van het verhaal kennen als klagelijk, jaloers, naïef en egoïstisch. Hornby moet lachen als ik hem vertel niettemin een sterke sympathie voor deze onbeholpen hoofdpersoon te hebben opgevat. “Het valt me op dat vooral mannen dat zeggen. De meeste vrouwen die ik erover spreek vinden hem gefrustreerd en onvolwassen.”

Hij is gefascineerd door de nietige details die mannen en vrouwen zo verschillend maken. In Fever Pitch kwam het onbegrip tussen de seksen al even aan de orde; in High Fidelity heeft Hornby er een hoofdthema van gemaakt. “Vrouwen worden eerder volwassen dan mannen en hebben niet zo'n last van bindingsangst. Ze gaan ook op een heel andere manier om met zaken als popmuziek of voetbal. Ze delen de passie wel, maar die richt zich anders. Neem een vrouw mee naar een voetbalwedstrijd; als ze razend enthousiast is zegt ze: laten we volgend jaar nóg eens gaan. Vrouwen zijn tot meer onvoorstelbare dingen in staat. Ze vertellen je dat ze een song prachtig vinden, maar de betreffende plaat zijn ze kwijt! Die hebben ze ooit uitgeleend of zo.”

Platencollectie

Hij spreidt zijn handen in een machteloos gebaar en wisselt een blik van verstandhouding met de interviewer. We zitten in een pub op een paar honderd meter afstand van metro-station Arsenal en ik heb zojuist opgebiecht dat ook míjn platen alfabetisch geordend staan op de nauwgezette manier die in High Fidelity spottend wordt beschreven. Hornby bekent op zijn beurt geen enkele research voor het boek te hebben gedaan: “Ik ken dat soort winkels maar al te goed. De platencollectie van de hoofdpersoon is identiek aan de mijne.”

High Fidelity geeft een mooie beschrijving van de klanten die op zaterdag een plaat móeten kopen. 'Na een poosje krijgen ze genoeg van de bak waar ze aan het zoeken zijn, lopen naar een andere afdeling van de winkel, trekken zomaar ergens een hoes tevoorschijn en komen naar de toonbank; dat komt doordat ze in hun hoofd een lijstje van mogelijke aankopen hebben gemaakt ('Als ik de komende vijf minuten niets vind, dan neem ik die blues verzamel-elpee die ik een half uur geleden gezien heb maar'), en ineens doodziek worden van de tijd die ze hebben verdaan met zoeken naar iets wat ze eigenlijk niet willen hebben. Ik ken dat gevoel heel goed: het is een kregelig, klam, paniekerig gevoel en je gaat met een duizelend hoofd de winkel uit. Daarna loop je veel sneller en je probeert het deel van de dag dat is weggevlogen terug te halen. Je voelt de aandrang om het internationale nieuws in de krant te gaan lezen of een Peter Greenaway-film te gaan zien; iets stevigs en substantieels tot je te nemen dat boven op de suikerspinachtige nutteloosheid komt die je hersens verstikt.'

De fanatieke liefhebbers van popmuziek zijn volgens Hornby steevast mannen. “Ze gaan helemaal op in onbenullige zaken als collector's items of bijzondere platenhoezen. Dat zullen vrouwen niet snel doen; die zijn beter in het reageren op de betekenis, de inhoud van zaken in plaats van zich te verliezen in zulke details. Popmuziek is heel emotioneel, maar het gekke is dat de mensen die zich er het meest mee bezig houden, zich vaak moeilijk kunnen uiten. Er zit een merkwaardige kloof tussen zo'n plaat als object en wat er óp staat.”

De vergelijking met voetbal is snel gemaakt, maar Hornby wijst op een verschil. “Voetbal is in feite een emotieloos onderwerp dat buitengewoon hartstochtelijk beleefd wordt. Voor popmuziek geldt het tegenovergestelde; dat is wèl een emotioneel onderwerp, maar alle emotie wordt eruit weggezogen door de manier waarop het geconsumeerd wordt.”

Rob, de fictieve hoofdpersoon van High Fidelity roept meer dan eens de manier in herinnering waarop Hornby zichzelf in Fever Pitch heeft omschreven. “Ik had gehoopt dat de lezer zou merken dat hij veel stommer is dan de auteur van Fever Pitch. Rob heeft het idee dat alles hem overkomt. Muziek geeft structuur aan zijn leven. Hij krijgt uiteindelijk in de gaten dat hij die obsessie moet zien te overwinnen.” Hornby geeft toe dat de humor in High Fidelity tot op zekere hoogte te vergelijken valt met de zelfspot in zijn eerste boek. “Al is veel lezers de humoristische distantie in Fever Pitch ontgaan.” Als voorbeeld noemt hij de passage waarin hij fantaseert hoe de weeën van zijn vrouw beginnen op de dag dat Arsenal een FA Cup finale speelt. “Een televisie-interviewer blééf me maar doorzagen over die ene zin. Ik heb hem moeten uitleggen dat ik me in het dagelijks leven geen zorgen maak over zulke kwesties en dat die passage iets vetter is aangezet. Dat neemt niet weg dat de gemoedstoestand die ik beschrijf reëel is.”

Cornervlag

In Fever Pitch legt Hornby zijn emoties onder een vergrootglas; hij treedt als het ware buiten zichzelf om met lichte verwondering de symptomen van zijn voetbalgekte te analyseren. Trots noch schaamte krijgen daarbij de overhand. Van een ontroerende beklemming is de passage waarin hij tv-beelden terugziet van een wedstrijd die hij ooit als dertienjarige bijwoonde. Aangezien hij vlak bij de cornervlag stond, ziet hij zichzelf op tv terug als er hoekschoppen worden genomen: 'Daar sta ik, links onder in beeld. Een sombere jongen, nog net geen puber. Ik juich niet en zwaai niet. Ik sta stil; een roerloze gedaante, omringd door jeugdige hyperactiviteit.' En dan, op de zorgelijke toon van een vader die zich afvraagt of zijn zoontje wel gelukkig is: 'Waarom was ik zo serieus?'

Hij acht het idee dat er over sport niets zinnigs te schrijven zou zijn een 'wijd verbreid misverstand' en wijst op Amerika waar een traditie op het gebied van goede sportliteratuur bestaat. “Die boeken zijn ook leesbaar voor mensen die zich eigenlijk helemaal niet voor sport interesseren. Over voetbal werd in Engeland vooral rotzooi gepubliceerd. Ik zag niet in waarom er niet eens een goed boek over geschreven kon worden.” Fever Pitch voldeed aan die doelstelling. Het boek werd uiterst lovend gerecenseerd en bleek een bestseller.

De lof kwam vooral uit literaire kring. In voetbaltijdschriften klonken ook andere geluiden. Hornby werd mede-verantwoordelijk gesteld voor de intellectualisation van het voetbal; aanleiding voor een tijdschrift om de vraag 'Should Nick Hornby be shot?' te stellen. “En dat terwijl het beslist geen intellectueel boek is. Het wordt juist veel gelezen door mensen die eigenlijk nooit boeken kopen.” Bij Arsenal waren de reacties overwegend enthousiast. De club was indirect zelfs betrokken bij de toneelbewerking van Fever Pitch die maandenlang in de Londense West End te zien was. Het stuk was gemodelleerd op een wedstrijd (twee keer vijfenveertig minuten met precies een kwartier pauze), bevatte enkele liedjes en werd regelmatig aangepast aan actuele gebeurtenissen. De hoofdrolspeler richtte zich tot een denkbeeldige therapeut en biechtte op hoezeer hij zich door voetbal liet meeslepen. “Het idee dat ík in feite die persoon op het podium was maakte me doodsbenauwd. Ik heb het stuk drie keer gezien en pas bij de derde keer kon ik ervan genieten.”

Hornby laat zijn manuscripten lezen door zwager Robert Harris, auteur van de bestsellers Fatherland en Enigma. Hoewel ze verschillende genres beoefenen (Harris schrijft thrillers) hadden beide schrijvers in het afgelopen jaar te kampen met dezelfde problemen. “We werkten allebei aan de opvolger van een succesboek en hebben veel gesproken over hoe je moet omgaan met die druk. Het is erg prettig om iemand in de familie te hebben die je volledig begrijpt en die net zo in de zenuwen zit als jij. Overigens is Robert véél bekender; zijn boeken staan wekenlang in de Amerikaanse bestseller top vijf.”

Filmrechten

Zelf heeft Hornby ook niet over succes te klagen. Een paar maanden geleden verkocht hij de filmrechten van High Fidelity voor een half miljoen pond aan een Amerikaanse produktiemaatschappij die Mike Newell ('Four Weddings and a Funeral') voor de regie wist te interesseren. Een verfilming van Fever Pitch wordt dit jaar door Channel Four uitgezonden. Hornby schreef zelf het scenario: “Ik heb alles omgegooid. Eigenlijk is het een heel nieuw verhaal geworden.”

Hornby heeft een geestverwant in Roddy Doyle. Minpunt is hooguit dat de Ierse schrijver een supporter is van het rivaliserende Chelsea. “We hebben veel met elkaar gemeen; niet alleen omdat we allebei over voetbal en popmuziek schrijven, maar vooral op stilistisch gebied. Er bestaat in Engeland een kloof tussen wat beschouwd wordt als literair werk en 'popular fiction'. Men onderscheidt intelligente boeken die door bijna niemand gelezen worden en idiote populaire boeken die iedereen leest. Roddy Doyle is het levende bewijs van de onjuistheid van dat denkbeeld: hij heeft de Booker-prize gewonnen en verkoopt enorm veel boeken. Hij heeft een barrière doorbroken. Ik ken geen andere schrijver die zo'n diepte weet te bereiken en tegelijkertijd zulke simpele taal gebruikt. Zelfs de kapper van mijn moeder - die in geen jaren een boek had aangeraakt - leest hem.”

Hornby begint enthousiast een theorie te ontvouwen waarin hij stelt dat het Engelse vocabulaire over twee registers beschikt. “Op één niveau beschikken we over lange, moeilijke, aan het Latijn ontleende woorden. Aan de andere kant hebben we de korte Angelsaksische equivalenten van die woorden. Bij het schrijven van literatuur wordt over het algemeen alleen het eerste register gebruikt: de moeilijke woorden. Ik geloof dat Latijnse talen zo'n onderscheid niet kennen. Ik zie in Italiaanse kranten woorden staan waarvan ik me niet kan voorstellen dat Engelse populaire kranten ze ooit afdrukken. Die zouden allang vereenvoudigde versies van zulke woorden verzonnen hebben.”

Zijn literaire verplichtingen staan de laatste tijd het reguliere bezoek aan Highbury wel eens in de weg. Hornby verklaart schuldbewust dat hij in de afgelopen drie jaar maar liefst vier thuiswedstrijden heeft gemist. Is dit wel dezelfde man die zich ooit bij het verstuiken van zijn enkel onmiddellijk afvroeg of hij later die dag wel op tijd bij de wedstrijd zou zijn? 'Not quite.' Hornby vertelt dat hij vorig jaar een Arsenal wedstrijd heeft laten schieten om de uitreiking van de Oscars in Hollywood bij te wonen. Tot zijn eigen verbazing was die afweging snel gemaakt. “Er is een periode in mijn leven geweest waarin ik dit soort keuzes nooit hoefde te maken. Daar gaat Fever Pitch ook over; hoe je toestaat dat voetbal een deel van je leven bepaalt, of misschien wel overneemt. Op momenten dat ik niet in staat was mijn leven richting te geven was er - als grote vertrooster - altijd nog het voetbal om de leegte op te vullen. Ik heb mijn voetbalgekte een beetje bezworen door erover te schrijven. Ik zal tot mijn dood Arsenal-supporter blijven maar het domineert me niet meer zo als vroeger.”

Aan het einde van het gesprek vraagt hij nog even hoe het gaat met Hard Gras. Hij levert zo nu en dan bijdragen aan dit Nederlandse literaire voetbaltijdschrift en overweegt een stuk over Arsenal-spits Dennis Bergkamp te schrijven. “Dat ben ik misschien wel aan ze verplicht. Ik had Henk Spaan een pesterig faxje gestuurd toen Bergkamp maar niet tot scoren kwam. Engelse voetballiefhebbers krijgen niet vaak de gelegenheid een Nederlander pesten. Die fax heeft geholpen want sindsdien speelt Bergkamp goed.”

    • Erik Spaans