Jong talent

Nouvelles Images, Westeinde 22, Den Haag. T/m 21 februari. Di t/m za 11-17 uur. Prijzen: ƒ 500,- (tekeningen van Soons) tot ƒ 25.000,- (installatie van Knappstein).

Voor de vijftiende keer organiseert galerie Nouvelles Images een tentoonstelling van jonge beeldende kunstenaars, die hun werk nog niet of nauwelijks eerder hebben getoond. Aloys van den Berk, conservator hedendaagse kunst van het Bonnefantenmuseum in Maastricht, werd gevraagd om ateliers in Brabant en Limburg te bezoeken en de expositie samen te stellen. Maar jong talent - jong wil in de beeldende kunst zeggen vanaf dertig jaar - ligt niet voor het oprapen. Erik Bos van Nouvelles Images schrijft in de catalogus dat het ondanks talloze atelierbezoeken niet mogelijk was de tentoonstelling te beperken tot zuiderlingen.

Twee van de zeven exposanten komen van elders: Bernadette Beunk (1958) woont en werkt in Amsterdam, en maakt abstracte, formalistische tekeningen die er uitzien als calligrafische oefeningen. Paul Klemann (1960) woont en werkt in Utrecht. Onbekend is hij niet. Hij won in 1993 de Prix de Rome tekenen en deed vorig jaar mee aan tal van groepsexposities. Klemann tekent met kleurpotlood surreële taferelen in een kinderlijke, figuratieve stijl. Een Kerstman danst over een rommelzolder en twee Palestijnen delibereren over het bordje 'Gezocht: alleen Palestijnen voor vrijwilligerswerk' bij een 'joods' (getuige een orthodoxjoodse, Jozef-achtige figuur) benzinestation. Ik mis in deze tekeningen de magie, of poëzie, die de taferelen overtuigingskracht zou kunnen geven; ik vermoed dat dit te wijten is aan de, al dan niet opzettelijke, klungelige manier van tekenen.

Noud van Dun (1963), vorig jaar te zien op de tentoonstelling voor de Koninklijke Subsidie voor Vrije Schilderkunst, vervaardigt schilderijen van klitteband. Met donkerblauw klitteband op een wit fond maakt hij een raster, dat tegelijkertijd een venster met spijlen is waardoorheen we bijvoorbeeld een villa zien. Een effect van textuur verkrijgt Van Dun door middel van kleine kruisjes van klitteband. Het is een aardige manier om de aandacht te vestigen op de spanning tussen plat vlak en ruimtelijke illusie, maar meer dan dat is het ook niet.

Verrassend zijn de beelden en installaties van Roel Knappstein (1961). Ze hebben ondanks hun strenge, fabrieksmatige uiterlijk een romantische lading. Zoals bijvoorbeeld het kleine, aan de muur bevestigde formicatafeltje met een patroon van houtnerf en een rand van chroom, dat in al zijn stille bescheidenheid de sfeer oproept van een druk Italiaans café. Het heet Coffee and cigarettes. Mariëlle Soons (1962) maakt mooie kleine schilderijtjes en tekeningen van verlaten landschappen en lege, door lantaarns verlichte straten. Verder is werk te zien van Nathalie Brans en Marie-Thérèse van de Kamp.