Jeroen Meijs

Loerakker Galerie, Keizersgracht 380, Amsterdam. Tot 11 februari. Wo t/m za 13-17.30 uur, 1e zondag van de maand 14-17 uur. Prijzen ƒ 1000,- tot ƒ 10.000,-.

Dertig jaar geleden stelde de beeldend kunstenaar een 'daad' door nieuwe, industriële materialen te gebruiken. Plastic, rubber, nylon droegen niet de last van een kunsthistorisch verleden, zoals olieverf of brons. Ze waren niet- of zelfs antikunst, en alleen daarom al was het bevrijdend om ze te gebruiken, zoals dat bijvoorbeeld gebeurde bij de Nulkunst. Nieuw zijn die materialen inmiddels allang niet meer, en ook de behoefte zich te bevrijden van de kunstgeschiedenis bestaat niet meer. Rubber is tegenwoordig als het zo uitkomt even 'kunstig' als olieverf. Het is zinvol de nieuwe materialen te gebruiken wanneer ze een middel zijn tot een doel, wanneer ze zo aangewend worden dat ze een expressieve kracht hebben, zoals bij de beelden van Wilhelm Mundt.

Maar vaak lijken de 'nieuwe materialen' nog te worden toegepast als doel op zichzelf. En daar is de spanning heel snel van af. Dit is het geval met de beelden uit doorzichtig polyurethaan-rubber van Jeroen Meijs. Een slappe stoel is niets nieuws in de kunst, evenmin als afgietsels van vrouwenborsten of -onderlijven. Meijs houdt zich bezig 'met de vraag hoe de visuele waarneming en esthetiek beïnvloed worden door het wetenschappelijk denken. (-) We zien wat we denken'. Is een afgietsel van een vrouwenborst wetenschappelijker dan een beeldhouwwerk van een vrouwenborst? En wie weet er nu nog niet dat zo'n borst bestaat uit klierweefsel? Ook al zijn ze van polyurethaan-rubber, met wetenschap hebben de beelden van Meijs niets te maken. Evenmin laten ze iets zien wat we nog niet wisten, of wat we nog niet eerder hebben gezien.