Ik dien de schemering een slag toe; Lou Reed over de kracht van de muziek

“Ik ben een muzikant die op zijn intuïtie speelt, en het enige waarover je met zekerheid beschikt is je eigen ademhaling, je eigen ritme,” zegt Lou Reed. Zijn nieuwe cd 'Set The Twilight Reeling' komt over twee weken uit. Reed verzet zich tegen zijn imago van de wanhoopszanger uit de tijd van de legendarische New-Yorkse rockgroep The Velvet Undergound. Zweer het verleden af, kijk niet om, is zijn motto. “Ik zou graag Raymond Chandler op muziek willen zetten, of 'Schuld en boete'. Geen punt.”

Lou Reed: Set The Twilight Reeling. Warner Music. Verschijnt op 16 februari.

Als de nacht kon spreken of liever nog zingen, dan zong ze met de stem van Lou Reed. Het moet de nacht zijn in een grote stad, New York City bijvoorbeeld, waar het zelden werkelijk nacht en stil is. Altijd is er het zachte geraas van verkeer, ver weg op de achtergrond maar onontkoombaar.

De stem van Reed komt regelrecht voort uit het donker van de stad; gejaagd en ook diep, nerveus, monotoon met melodische uithalen, persoonlijk. Lou Reed zingt niet voor straten of pleinen vol mensen. Hij richt zich tot die ene luisteraar daar ergens op de tiende verdieping van een huizenblok, waar achter de dichte gordijnen het licht nog brandt.

De muziek van Lou Reed kan een zonovergoten dag, met overal de schittering van licht, nauwelijks verdragen. Net als de zanger zelf, die meestal zorgvuldig in het zwart gekleed gaat, behoren zijn klanken toe aan de uren na het invallen van de schemering tot aan de vroege ochtend. Opvallend is hoe vaak in zijn liedteksten het woord 'nacht' voorkomt, vaak aangevuld met 'slapeloos'. Hij zingt over 'thousands of sleepless nights' en voor albums als Street Hassle, New York en Magic and Loss geldt aldoor hetzelfde: “Darkness below, no lights in heaven above.”

Zonder enige moeite komt uit Lou Reed's rock 'n' roll niemand anders dan een wanhoopszanger te voorschijn. In de jaren zeventig, de tijd van Transformer en Berlin, trad hij op met zwart gestifte lippen en donkere lijnen rond de holle ogen die scherp contrasteerden met het geblankette gezicht. Daar stond hij, het evenbeeld van Baudelaire, de gedoemde muzikant van de Newyorkse sidewalks, dwalend door een desolaat stedelijk landschap, de zanger van de goot en het geweld, van seks en drugs, van heroïne en achterafstraten waar onder de groezelige hemel zaken worden gedaan die het daglicht niet mocht aanschouwen.

Het volle leven

Mijn eerste kennismaking met Lou Reed vond plaats op een feestje; iemand beet me toe dat ik naar zijn song 'Heroin' moest luisteren, dan pas zou ik te weten komen wat het echte volle leven inhield. Dat sprak me aan, toentertijd, dat volle leven tegen te komen in een lied. Toegegeven, ik was meteen gevangen door Lou Reeds afwezige, onderkoelde, temende voordracht van een hels nummer: “Heroin, be the death of me / Heroin, it's my wife and it's my life (-) And then I'm better off than dead.” Hij zingt niet openlijk tot je; het is of hij zijn stem als een grauwe, rafelige vogel loslaat en je moet maar afwachten of die op je schouder gaat zitten, of van je wegvliegt, met zijn vleugels griezelig langs je wangen strijkend.

Van wanhoop wil Lou Reed nu niets meer weten, evenmin van de rockband The Velvet Underground die met chanteuse Nico en muzikant John Cale - elektrische viool, piano en basgitaar - zo legendarisch is geweest in de vroege jaren zeventig. En Andy Warhol dan en zijn Factory waar de nieuwe kunsten ontstonden? Het behoort allemaal tot het heel verre verleden. Lou Reed zou willen dat hij een ander was, hij verzet zich tegen het beeld dat hij al meer dan twintig jaar geleden opriep.

“Wie zegt dat ik over de goot en de wanhoop zing, weet niets van de goot noch van de wanhoop. Mijn album Magic And Loss van enkele jaren terug gaat evenzeer over de magie van liefde en vriendschap, als over het verlies ervan. Die beide kanten zijn in al mijn werk aanwezig, altijd geweest, ik heb ze beide nodig.”

Obstinaat

Lou Reed zit tegenover me in een suite van het stijlvolle Parijse hotel Royal Monceau aan de Avenue Hoche op steenworp afstand van de Arc de Triomphe. Zijn rechterhand heeft hij verstuikt, behoedzaam houdt hij die tegen zich aangedrukt. Hij is onderweg van Londen naar Praag, blijft maar kort in de Franse hoofdstad. Zijn nieuwe, indringende album Set The Twilight Reeling heb ik de laatste nachten zo intens beluisterd, dat ik op een ochtend scheuren in de muren ontdekte. De muziek is rauw en op obstinate wijze intens; de begeleiding door gitaren, elektrische bas en drums is bijtend en afstandelijk tegelijk. Het is of iemand dwingend op een dichte houten deur klopt, maar je kunt de deurknop niet vinden om hem binnen te laten. Zoals vaak bij Reed klinken de opeenvolgende akkoorden aanvankelijk monotoon, totdat zich minimale verschuivingen prijsgeven. En er is, zoals ook vaak, veel herhaling. Waarom?

“Dat is de hartslag. Net als in de blues, eindeloze refreinen. Heartbeat. Luister naar je eigen hart, en dan heb je het. Zo ervaar ik geluiden. Het is een techniek, een manier van spelen, maar het voelt heel organisch. Het is ons innerlijk.”

Lou Reed zit achter een tafel die, op een fles mineraalwater en een glas na, leeg is. Zijn linkerhand dwaalt in onrustige bewegingen over het blad, af en toe onderbroken door ritmisch getrommel met zijn brede, harde vingertoppen.

“Er zijn altijd eerst de liedteksten,” zegt hij, “pas dan ontstaat de muziek. Ik voeg de muziek toe aan de taal. Het begint met poëzie. Ik schrijf heel snel, vroeger op een typemachine, nu op de computer. Bovendien speel ik altijd op de gitaar. Op een gegeven ogenblik moet je die twee samenvoegen, de lyriek en de muziek. Slechte teksten verdragen geen muziek.”

Achter hem glanst de zon overdadig en verblindend in de helwitte vitragegordijnen. Lou Reed is zwart gekleed. Ik praat met iemand die als een silhouet staat afgetekend. Hij is waakzaam en beminnelijk. Zijn woorden kiest hij secuur, zonder enig overdadig beeld. Het is dezelfde uiterste soberheid die zijn muziek kenmerkt. De lijnen in zijn gezicht staan strak. Een sensibele man, bijna vierenvijftig jaar, die elk geluid om zich heen waarneemt. “Hoorde je dat ook?” vraagt hij ineens. “Iemand roffelt op de muur.” Er valt een stilte, ik hoor niets, ja, de auto's in de straat beneden en af en toe een claxon, maar dat bedoelt hij niet. “Het is misschien the sound of Paris,” probeer ik. Lou Reed lacht. “Oh, well.”

Bidden tot New York

Hij is verslaafd aan New York, waar hij werd geboren en waar hij zijn leven lang doorbracht. “Het is mijn stad, ik put mijn inspiratie en energie uit die stad, het gaat er snel aan toe, hard en agressief. New York is als God, dat grote geheel dat je onophoudelijk in zijn greep heeft. Je kunt tot New York bidden, maar de stad is onafhankelijk. Ze luistert niet naar je, geeft geen antwoord, is opwindend, ze neemt geen verantwoordelijkheid.”

Het was op een van de straten van die stad dat Lou Reed, aan het eind van de jaren vijftig en begin zestig, luisterde naar de free-jazz van Ornette Coleman en de bop van Thelonious Monk. Hij had geen geld, en stond buiten The Five Spot Cafe waar zij optraden. Zo ving hij flarden van hun muziek op.

“Dat gaf me een overweldigend gevoel van vrijheid, de free-jazz. Dat er geen grenzen zijn, niets dan je eigen gevoel waarop je moet leren vertrouwen. Ik probeerde die sensatie van vrijheid te vertalen in mijn gitaarspel. Vrij zijn, geweldig. Great fun. Dat was het begin van alles. Ik ben een muzikant die op zijn intuïtie speelt, en het enige waarover je met zekerheid beschikt is je eigen ademhaling, je eigen ritme.”

Muzikale boeken

Niet alleen de jazz is een van Lou Reed's belangrijkste inspiratiebronnen, ook de literatuur. Op de Syracuse University volgde hij lessen van de Amerikaanse poète maudit Delmore Schwartz. Raymond Chandler, Joyce, Yeats, Baudelaire en William Burroughs behoren tot zijn geliefde schrijvers. Schwartz las de hele Finnegans Wake hardop voor, volgens Reed de enige manier om erdoorheen te komen.

“Ik zou graag,” vertelt hij, “Raymond Chandler op muziek willen zetten, of Schuld en boete. Geen punt. Dat zijn muzikaal geschreven boeken en alleen muzikaal geschreven boeken zijn goede boeken. De rest is onleesbaar. Er moet muziek in zitten, ik hoor muziek in taal, bij Chandler klinkt het zo, luister...”

Reed speelt met zijn vingertoppen een paar maten op de tafel, eerst onrustig, zoekend, dan opeens komt er een ritmische lijn in. Ontstaat de muziek zo?

“Ja, zelfs zonder gitaar.”

Wie alle albums van Lou Reed achter elkaar afspeelt, en het zijn er zo'n twintig in ongeveer een kwart eeuw, heeft het idee een boek te lezen: The Great American Novel, zoals hijzelf eens opperde.“Dat was meer een ironische uitlating dan werkelijkheid, iedereen wil de grote Amerikaanse roman schrijven, misschien zelfs wel in Holland, maar als je het zo bekijkt, dan vormt mijn muziek een boek. Waar het eindigt, dat zal ik nooit te weten komen... Mijn nieuwe album is weer een stap verder in de ontwikkeling, God geve dat niemand denkt dat het over wanhoop gaat. Eerder over de kracht van de passie. Set The Twilight Reeling betekent 'laat de duisternis terugdeinzen'. Kijk, twee boksers vechten met elkaar, de ene geeft de andere een voltreffer en die tolt achteruit. Dat doe ik met deze muziek: met kracht en passie dien ik de schemering een slag toe... dan wijkt ze achteruit, hoop ik, I guess. Al mijn muziek tesamen geeft, inderdaad, een ontwikkeling te zien. Het is interessant te weten welke... Het gaat aldoor over rock 'n' roll.”

Wat bedoelt u daarmee?

“Dat weet ik niet. Ik heb geen belangstelling voor wat ik vroeger deed, alleen in wat ik nu doe en ik probeer telkens iets nieuws te doen. Ik ben hevig geïnteresseerd in de elektrische gitaar en de ongelooflijke kracht ervan, en dat is eigenlijk de enige manier om te beschrijven waar ik ben, waar ik vandaan kom. Het is een wonder dat ik al meer dan twintig jaar rock 'n' roll muzikant ben; anderen zijn na drie jaar opgebrand of vallen terug in versleten foefjes. Ik wil mijn geluk niet ruïneren. Berlin had ik willen uitvoeren als Hamlet; ik was Hamlet, Nico vertolkte Ophelia en anderen waren Gertrude en Claudius. Ik ben niet uitgekeken op theater. Voor Robert Wilson componeer ik de muziek bij zijn project Time Rocker naar Time Machine van H.G. Wells. Over een muzikant die in een tijdcapsule reist. Ik houd van Wilson's manier van belichten, zo wil ik het ook in mijn shows. Niet het tàk-tàk aan- en uitflitsen op het ritme van de drums, maar uitgewogen. Theatraal.”

Luisterend naar de teksten van Set The Twilight Reeling valt op dat Lou Reed naar een persoonlijke vernieuwing zoekt. Alsof hij als een kameleon al zijn vroegere gedaantes wil afleggen; niet langer de Rock-and-Roll Animal of de Metal Machine Man of een van zijn andere transformaties. In de titelsong zingt hij: “Take me for what I am / A star newly emerging / A new self is borne... The other self dead.” Het is, inderdaad, verbazingwekkend dat zijn muziek zo sterk en vitaal is. Hij heeft daar een verklaring voor: zweer het verleden af, niet omkijken.

Hij zegt: “Ook de muziek is krachtiger dan eerder, het is een kracht tegen de duisternis. In de song 'New York City Man' gaat het over een jongeman die door zijn geliefde verlaten wordt, maar hij wil geen blinde Koning Lear zijn, of een eenzaam achtergelaten Hamlet of een krankzinnige Macbeth. Hij zegt tegen haar: “You say 'leave' and I'll be gone. / No letters faxes phones or tears. / There's a difference between / Bad and worse.” Zie je, het kan altijd slechter. Kies niet voor het allerslechtste, kies voor het minst slechte. Laat haar gaan, neemt hij zich voor. Het is een vrije wereld; ik kan haar niet dwingen. Dat is wat ik bedoel met 'set the twilight reeling'. Het is een illustratie van het leven: verder gaan. Maar misschien is het ook een onmogelijke opgave, dat afscheid. En daarom zing ik.”

Spreekt hieruit berusting?

“Berusting? Nee, nooit, ik heb het over de kracht van de muziek.” Ten afscheid geeft hij, ondanks dat het hem pijn doet, zijn verstuikte rechterhand.“It's all about force and passion.”

    • Kester Freriks