Het leven is geen waardeloos prul; Dries Smits over zijn rol als Grote Va

De Nederlandse acteur Dries Smits speelt bij de Belgische theatergroep Antigone, een gezelschap dat vooral moderne klassiekers speelt. In Tennessee Williams' drama Kat op een heet zinken dak, speelt Smits de Amerikaanse planter Grote Va. “Dat stuk gaat over mensen die op de waarheid inhakken en er tegelijk met een grote boog omheen draaien.”

De Nederlandse première van Kat op een heet zinken dak door Theater Antigone is op 6 februari in De Leidse Schouwburg. De tournee door Nederland en België duurt t/m 30 maart. Inl. 020-6264545.

Harde oostenwind port in de flank van het rode autootje waarin acteur Dries Smits op weg is naar C.C. Maasmechelen. Het stadje zelf, aan de Belgische kant van de Limburgse mijnstreek, ligt alweer achter hem. Door een landschap vol wegrestaurants en meubelhallen koerst hij af op een felverlichte kolos: het Cultureel Centrum, dat tevens dienst doet als sporthal.

“Dit is een belachelijke tournee”, foetert de 54-jarige toneelspeler, terwijl we samen uit de auto stappen. “Elke avond moet onze groep uren rijden naar zo'n gebouw in the middle of nowhere. Morgen Eeklo, overmorgen Hasselt, daarna Stroombeek-Bever en Hamme. Gisternacht, tijdens de rit van een dorp vlak bij zee naar mijn huis in Eindhoven, was de weg spiegelglad.” De vermoeidheid ligt in alle groeven van zijn gezicht, dat de ernst heeft van een kloosterling, de charme van een stille versierder en de woestheid van een man die de hele dag met z'n kop in de wind loopt. “Ik vind het op zich wel een goede zaak hoor, om met toneelvoorstellingen de provincie in te gaan”, voegt hij er verzoenend aan toe. “Alleen voor de happy few in de grote stad zou ik niet willen spelen.'

Een breed publiek bereiken: dat is ook de filosofie van Theater Antigone, het Vlaamse gezelschap waaraan de Nederlander Dries Smits alweer sinds 1989, op free lance-basis, verbonden is. Toegankelijkheid, vakmanschap en een heldere presentatie van moderne klassiekers staan bij Antigone hoog in het vaandel geschreven - en tot nu toe bracht Antigone met die werkwijze geen zouteloos doorsneetheater voort. Mein Kampf van George Tabori en Ibsens Bouwmeester Solness waren juweeltjes. In Mein Kampf speelde Dries Smits Schlomo Herzl, een arme joodse bijbelverkoper die vergeefs z'n best doet de jonge Adolf Hitler gevoel voor poëzie bij te brengen. En in het drama van Ibsen vertolkte Smits de norse bouwmeester Solness, die ondanks zijn angst voor de aanstormende jeugd achter een jong meisje aan rent en dan nog even, voordat hij van een toren valt, boven zichzelf uit stijgt. Deze rol leverde Dries Smits vorig seizoen een nominatie voor de Louis d'Or op.

Schlomo Herzl en bouwmeester Solness, het zijn twee totaal verschillende karakters. Maar in beide gevallen wist Smits te ontroeren: het gevecht van zijn personages tegen de verstarring en de verbittering bezat een grote onderhuidse kracht. Smits is een meester in het vertolken van figuren die heel hard op de rem trappen terwijl ze hopen dat die rem het begeeft. Op lawaaierig spel en de overgave aan grote gebaren zul je hem zelden betrappen. Ook wanneer hij brult en tiert heb je in de zaal nooit het gevoel dat hij zich aanstelt. Hoe grof zijn karakters ook uit de hoek kunnen komen, toch bezielt Dries Smits hen met poëzie. Hartverscheurende mannen op het toneel zijn een zeldzaamheid, en daarom ben ik benieuwd naar Smits' aandeel in Kat op een heet zinken dak, een nieuwe voorstelling van Antigone, geregisseerd door Ignace Cornelissen.

In Tennessee Williams' drama Cat on a Hot Tin Roof (1955) viert een familie de vijfenzestigste verjaardag van Big Daddy, de eigenaar van een katoenplantage in het zuiden van de Verenigde Staten. Haast iedereen in de familie weet dat Big Daddy, Grote Va geheten in de vervlaamste versie van Theater Antigone en daar gespeeld door Dries Smits, dood zal gaan aan kanker. De patriarch zelf echter verkeert in de veronderstelling dat hij genezen is van een raadselachtige ziekte. Terwijl Grote Va opleeft, is zijn zoon Brick druk bezig zichzelf te slopen met behulp van whiskey en een gruwelijk pantser van onverschilligheid. Brick drinkt sinds de dood van zijn jeugdvriend Skipper. Verdrongen homoseksualiteit speelt een rol in het drama, maar ook hebzucht en jaloezie: nog voordat Big Daddy de pijp uit is probeert Bricks oudere broer de erfenis binnen te halen. Maar Grote Va houdt meer van Brick.

“Een soap-achtig verhaal, hè?” lacht Dries Smits na afloop van de voorstelling in Maasmechelen. “En toch is het oneindig gecompliceerd. Gelukkig maar, want dat maakt m'n rol interessant. Grote Va mag dan wel een enorme lomperik wezen, maar de confrontatie met z'n zoon Brick begrijp ik heel goed. De vader begint een nieuw leven; hij ziet in dat hij nooit contact met z'n zoon heeft gehad en dat hij alleen maar bezig is geweest om geld binnen te halen. Ik heb ook problemen met mijn zoon gehad en ik ben ook weleens bang geweest dat hij zichzelf weg zou gooien. Wat niet gebeurd is, hoor. Onverteerbaar is het voor een ouder wanneer zijn kind z'n leven als een waardeloos prul in de hoek smijt. Terwijl Big Daddy in wezen zelf amper geleefd heeft. Hij weet niet eens hoe je met een ander moet praten.”

Smits' eigen vader had een klein boerenbedrijf in het Noordbrabantse plaatsje Waspik. Ook deze vader wist wel wat werken, maar niet wat praten was. “In mijn familie”, zegt de boerenzoon, “kun je niets over jezelf vertellen. Dat vindt men raar, gênant. Men is bij ons nogal rationeel, en tegelijkertijd doet men een heleboel dingen onbewust. Wat dat betreft lijken ze op de personages van Tennessee Williams.” Op z'n vijftiende wist Dries Smits dat hij toneelspeler wilde worden. “Ik wou koste wat het kost aan het alledaagse ontkomen. Dag in dag uit dezelfde handelingen verrichten, dat is toch een nachtmerrie? De klussen die ik op de boerderij moest doen, stallen uitmesten bijvoorbeeld, gingen me zó tegenstaan. En dan dat vreselijke werk in de schoolvakanties: flessen rechtop zetten in de frisdrankenfabriek Exota... Ik wist: dit wil ik niet blijven doen.”

Om zijn horizon te verbreden verruilde de scholier huize Smits voor een verafgelegen priesterseminarie. Als kind al had hij van theatraliteit gehouden; in de kerk van Waspik was hij misdienaar geweest. En in het seminarie ontdekte hij zijn passie voor het declameren van gedichten en het opvoeren van toneelstukjes. “We kregen er Nederlands van de dichter Wies Moens. Een flamingant, een Blut-und-Boden-figuur eigenlijk die nogal met de Duitsers geheuld heeft, maar wat dat allemaal inhield wist ik toen nog niet. Hij was een prima leraar, enorm bevlogen; aan hem heb ik mijn liefde voor de Nederlandse taal te danken.”

Toen Dries thuis vertelde dat hij acteur wilde worden kreeg zijn familie een acute woedeaanval. In het leger, verscholen in trucks en pantservoertuigen, bereidde de jonge soldaat zich toch stiekem op het toelatingsexamen aan de Maastrichtse toneelschool voor. Dries Smits werd aangenomen en na de toneelschool kon hij meteen beginnen bij het Nieuw Rotterdams Toneel, “een zeer hiërarchisch gezelschap waar ik niet op m'n plaats was.”

Bij Proloog, het roemruchte vormingstheatergezelschap uit de jaren zeventig, beviel het hem beter. “Een zekere zendingsdrift was mij niet vreemd. Ik wilde de mensen toeroepen: 'Maak toch iets van je leven! Blijf toch niet zitten in je dodelijk saaie stramien!' ”

Inmiddels moet hij zelf ook uitkijken dat hij niet in een stramien blijft hangen, vindt Smits zelf. Hij heeft er schoon genoeg van om steeds weer te horen te krijgen: “Dries Smits? Da's toch die Vlaamse acteur?” En dat terwijl hij vorig seizoen nog in Faust van regisseur Theu Boermans bij de Trust stond. Het komende seizoen gaat hij weer meer in Nederland aan de slag, om te beginnen bij Het Nationaal Toneel. Vijf produkties heeft hij nu al gedaan met de Vlaamse regisseur Ignace Cornelissen. Een geestverwant, daar niet van (“Onze levens lijken op elkaar; ik ben uit de klei getrokken, hij uit het zand.”). Dank zij zijn ervaringen met Faust zou Dries Smits vaker in ruige voorstellingen willen spelen, bij voorbeeld bij het gezelschap Hollandia. “Daar speelt men op dit moment Korbes, van de Duitse schrijver Tankred Dorst. Die Korbes is een prachtfiguur: zo'n oermens, zo'n radicale man wil ik best een keer spelen.”

Nog steeds, na meer dan dertig jaar toneelervaring, heeft hij last van plankenkoorts. “Belachelijk gewoon! En het wordt alleen maar erger. Hoe beter je door hebt wat toneelspelen is, des te nerveuzer je wordt. Omdat je weet hoe moeilijk het is om de kern van een gevoel, van een gedachte te raken.” Wat de kern van Kat op een heet zinken dak is? “Dat stuk gaat over mensen die op de waarheid inhakken en er tegelijk met een grote boog omheen draaien. Ze kunnen alleen met leugens leven. En ondertussen maar verlangen naar liefde en genegenheid! Voor ons spelers is het maar de kunst om dat soort interpretaties er niet te dik bovenop te leggen. Er moeten wel wat raadsels overblijven, anders heeft het publiek niets te doen. Daarom probeer ik steeds een zekere afstand tot m'n rol te bewaren, ook al ga ik er ogenschijnlijk als een kind tegenaan. Een acteur mag nooit te opdringerig worden.”

Als we weer veilig en wel terug zijn in Smits' thuishaven Eindhoven zegt hij: “Die journalisten die ik weet niet wat allemaal van me willen weten: ik begrijp niet waarnaar ze op zoek zijn. Contact met de pers is een spel, zeg ik tegen mezelf, ik zeg: jongen, geniet er toch van! Maar genieten, dat moet ik nog leren.” Vriendelijk lachend neemt hij afscheid: een lange, kalende man met een weerbarstige kop.

    • Anneriek de Jong