Goede, eerlijke domheid; Auguste Renoirs afkeer van het kunstenaarschap

“Ik houd van vrouwen die niet kunnen lezen en zelf het achterwerk van hun baby's schoonmaken”, zei de impressionistische schilder Pierre-Auguste Renoir. Hij schilderde zijn vrouwen vaak met ronde snoetjes, een pruilmond en een dommige uitdrukking op hun gezicht, maar ook verfijnd en intiem zoals de vrouw van zijn vriend Monet. In Tübingen is een overzicht van Renoirs werk te zien.

Renoir. Gemälde 1860-1917. Kunsthalle Tübingen, Philosophenweg 76. Di. t/m zo. 10-20u. Catalogus 39 DM. T/m 26 mei.

De blonde baadsters van Renoir doen vaak denken aan marsepeinen varkentjes. Maar niet iedereen houdt van zoetigheid. Terwijl het grote publiek smult van zijn schilderijen van poezelige vrouwtjes, heeft de serieuze kunstliefhebber meestal weinig waardering voor deze voormalige porseleinschilder. Ook het feit dat hij veel middelmatig en slecht werk verkocht om zijn gezin te onderhouden heeft zijn artistieke reputatie geschaad. Toch hadden meesters van de moderne kunst als Matisse en Picasso veel respect voor Pierre-Auguste Renoir (1841-1919). Deze botsing van meningen was voor de directeur van de Kunsthalle Tübingen, Götz Adriani, aanleiding om Renoir de maat te nemen. Grote topstukken als Le Bal du Moulin de la Galette en Le déjeuner des canotiers ontbreken in Tübingen, maar de tentoonstelling geeft met ruim honderd schilderijen wel een goed beeld van Renoirs kracht en zwakte.

Wie zijn rondgang door de tentoonstelling begint in de zaal met de late schilderijen, rechts van de entree, krijgt meteen een bevestiging van zijn vooroordelen. Tegenover een portret van een baby met een absurd grote witte muts, hangen enkele doeken met halfontklede nimfen en baadsters, spelend op het strand. Goedgevulde, roze vrouwelichamen strekken zich uit in wollig geschilderde, zuidelijke landschappen. Hun ronde snoetjes met brede pruilmond en rode wangen hebben iets maskerachtigs. Het ontbreken van individuele trekken is echter minder storend dan de dommige uitdrukking op hun gezicht.

Volgens zijn zoon, de filmregisseur Jean Renoir, koesterde de schilder uitgesproken opvattingen over het ideale uiterlijk van een vrouw. In een uitvoerige, onderhoudende biografie over zijn vader schrijft Jean dat de ogen volgens Renoir halverwege tussen de bovenkant van het hoofd en de kin moesten zitten. Een hoog voorhoofd was het kenmerk van een 'lijder aan grootheidswaan, of eenvoudiger gezegd van een intellectueel'. Was het bovenste gedeelte van het gezicht daarentegen te klein dan 'wees dit op goede, eerlijke domheid.' In het boek wemelt het van de opmerkingen die ronduit seksistisch klinken. Zo kon Renoir zich niet voorstellen dat hij met een vrouwelijke advocaat naar bed zou gaan: “Ik houd van vrouwen die niet kunnen lezen en zelf het achterwerk van hun baby's schoonmaken.”

Renoirs vrouw Aline beantwoordde volkomen aan dit ideaaltype van een mollige, eenvoudige vrouw, getuige een portret uit 1886 waarop zij haar oudste zoon Pierre de borst geeft. Aline was afkomstig van het platteland, Renoir zelf groeide op in Parijs als zoon van een kleermaker. Op dertienjarige leeftijd ging hij in de leer bij een porseleinschilder. Met dit vak verdiende hij een goed loon, maar toen het bedrijf door de uitvinding van goedkopere druktechnieken moest sluiten, besloot hij kunstschilder te worden. Als student leerde hij in het begin van de jaren 1860 op het atelier van Charles Gleyre en later op de Ecole des Beaux-Arts Bazille, Monet, Sisley, Pissarro en Cézanne kennen. Met deze groep bevriende schilders organiseerde hij verschillende exposities waaronder in 1874 de eerste tentoonstelling van impressionisten.

In de grote zaal van de Kunsthalle Tübingen zijn werken bijeengebracht uit de beginperiode. Zelfs de meest verstokte Renoir-hater raakt hier overtuigd van de kwaliteit van een groot aantal schilderijen. Behalve een enkele figuurstudies en portretten die herinneren aan Courbet, hangen er frisse, impressionistische landschappen uit 1871-1874 toen Renoir 's zomers vaak met Monet buiten werkte.

Feestjurken

Beiden schilderden ze bijvoorbeeld bij La Grenouillère, een populaire uitspanning aan de Seine waar mondaine Parijzenaars elkaar ontmoetten. De band met Monet blijkt ook uit een drietal portretten die Renoir maakte van Monets vrouw Camille. Deze schilderijen ademen een intieme, huiselijke sfeer. Zo zit Camille in een lange lichtblauwe zijden mantel ontspannen op een bank te lezen. De combinatie van de geborduurde zijde en de lichte, met bloemen en dieren versierde bekledingsstof van de kussens is zeer verfijnd. Het werk sluit aan bij de traditie van de achttiende-eeuwse Franse Rococo, met schilders als Watteau, Boucher en Fragonard die Renoir zeer bewonderde.

Naast deze werken in lichte, zonnige tinten, valt een schilderij op van een jonge vrouw en profil met zwarte hoed en voile. Het lijkt of de vrouw, die een zwart-geruite omslagdoek draagt, 's avonds in een donkere straat toevallig voorbij loopt. De compositie is een geraffineerde harmonie van donkere en lichte tinten. Het werk maakt zichtbaar waarom Renoir niets moest hebben van een groep jonge schilders die in hun enthousiasme voor het impressionisme 'hun tubes zwarte verf in de Seine hadden gegooid'. Zwart is ook in de natuur een belangrijke kleur die veel voorkomt, vond Renoir. De vergissing van de oude schilders was dat zij alleen het allerzuiverste zwart gebruikten, terwijl er in de natuur geen zuivere kleuren bestaan.

De impressionisten hadden weinig succes met hun groepstentoonstellingen en vanaf de vierde expositie in 1879 doet Renoir niet meer mee. Hij gaat zich toeleggen op het schilderen van portretten van de Parijse haute bourgeoisie. Karakteristieke voorbeelden in Tübingen zijn enkele jonge meisjes in feestjurken, geschilderd met een parelmoeren glans. Begin jaren tachtig maakt Renoir een reis door Spanje, Algerije en Italië. Onder invloed van Rafael en de Pompeïaanse muurschilderkunst keert hij het impressionistische plein air schilderen meer en meer de rug toe om in zijn atelier te werken aan het klassieke thema vrouwen-in-de-natuur. De laatste twintig jaar van zijn leven lijdt hij aan artritis waardoor het schilderen steeds moeilijker wordt. De schilderijen van Renoir bezitten vaak een aanstekelijk joie de vivre, maar door een gebrek aan psychologische diepgang ontaardt de sensualiteit gemakkelijk in oppervlakkigheid. Renoir voelde zich een handwerksman, een 'ouvrier de la peinture', geen 'kunstenaar'. Hij schilderde instinctief en hield niet van getheoretiseer. Toen een stel vrienden, onder wie de componist Offenbach en de schrijver Zola, te lang spraken over 'het thema in de schilderkunst', richtte Renoir zich tot een zangeres in het gezelschap die haar geeuwen nauwelijks kon onderdrukken en zei: “Laten we over iets belangrijkers praten. Hoe staat het met uw boezem?” In zijn biografie vertelt Jean Renoir dat de diva vervolgens lachend haar borsten ontblootte, waarop Zola 'rood als een pioen' vertrok.

Terug in de zaal met het late werk zie ik dat iemand naast een zittende baadster van Renoir uit de collectie van Musée Picasso in Parijs een briefkaart heeft opgehangen van een monumentale naakte vrouwenfiguur uit Picasso's classicistische periode. De overeenkomst tussen de houding van beide figuren is even frappant als het verschil tussen de gezichten van de modellen. Renoir schilderde een mollig blondje, Picasso een geïdealiseerde klassieke kop.

    • Din Pieters