'Geen Italiaanse toestanden in bedrijfsleven'

ROTTERDAM, 2 FEBR. Het Nederlandse bedrijfsleven reageert terughoudend op de bevindingen van de commissie-van Traa. De algemene conclusie dat “van vervlechting van de georganiseerde misdaad met legale economische sectoren in Nederland geen sprake is”, heeft de instemming van betrokken branche-organisaties.

De horeca-organisaties gaven vanmorgen geen reactie op de uitspraak van Van Traa dat de bedrijfstak slachtoffer is van uiteenlopende soorten van criminaliteit, van geweld tot witwassen en 'protectie'.

Het wegtransport is het oneens met de conclusie van 'Van Traa' dat “misdaadbestrijding bij transportondernemers niet hoog op de agenda staat”. Het vervoer over weg, over zee en door de lucht is kwestbaar voor criminele activiteiten omdat zij van belang is voor de logistiek van bij voorbeeld drugshandel. Volgens de commissie-Van Traa wordt de Rotterdamse haven vooral gebruikt voor de smokkel van drugs. Marihuana en hash worden met duizenden kilo's tegelijk gesmokkeld en de cocaïne uit Colombia in tientallen of honderden kilo's per container. De Rotterdamse haven heeft ook te maken met diefstal van goederen, de werkelijke omvang daarvan is onbekend omdat bedrijven uit angst voor imagoverlies weinig aangifte doen.

Wegvervoer

De branche-organisatie Transport en Logistiek Nederland (TLN) krijgt een veeg uit de pan van de commissie-Van Traa. De organisatie zou weinig aandacht voor de criminaliteit in het wegtransport hebben en zich beperken tot die vormen waarmee de branche direct te maken heeft (diefstal). “Van Traa kan die conclusie niet onderbouwen”, reageert TLN kritisch.

TLN, waar 90 procent van de Nederlandse transporteurs bij is aangesloten, heeft het rapport nog niet gezien maar wel de conclusies ervan vernomen. Volgens een woordvoerster van TLN is infiltratie van de criminaliteit binnen het wegtransport niet te traceren. “Vervoerders krijgen in de meeste gevallen een verzegelde container en gaan ervan uit dat de inhoud overeenstemt met hetgeen op de vrachtbrief staat”, aldus de woordvoerster.

TLN ontkent niet dat er sprake van infiltratie zou kunnen zijn. “Dat is wel mogelijk maar wij hebben er geen zicht op. Wij gaan ervan uit dat normale vervoersbedrijven dit niet doen. Ondernemingen die speciaal zijn opgericht om drugs te vervoeren beschouwen wij niet als transporteurs.”

Een woordvoerder van het Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), vertegenwoordiger van de grotere transportondernemingen heeft geen aanwijzigingen dat infiltratie bij de leden plaatsvindt. Wel wordt de organisatie geconfronteerd met veel diefstallen. De organisatie vermoedt dat hier wel de georganiseerde misdaad achter zit.

Volgens de Vervoersbond FNV worden de eisen van kredietwaardigheid, betrouwbaarheid en vakbekwaamheid, zoals beschreven in de Wet goederenvervoer over de weg, in de praktijk nauwelijks getoetst. Vooral de kredietwaardigheid is een “lachtertje”. Al heeft een onderneming faillissement op faillissement georganiseerd, dan nog ben je binnen de kortste keren weer kredietwaardig verklaard. Een gefailleerd bedrijf hoeft alleen maar een maatschappij te vinden die bereid is trucks te leasen.

Accountants

De beroepsorganisatie van registeraccountants KNIVRA ziet in de bevindingen van de commissie-Van Traa geen aanleiding voor nieuwe maatregelen om accountants weerbaar te maken tegen dienstverlening aan criminele organisaties. Directeur W. P. Moleveld RA van het Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants noemt het aantal van 7 gevallen van betrokkenheid van accountants bij het bedenken van financiële constructies, dat de commissie-Van Traa heeft opgespoord, “buitengewoon veel”. “Wij nemen dat ernstig. Wij zijn zeer alert op dit punt”. Bij het KNIVRA zijn 10.000 registeraccountants aangesloten - net deze week werd het 10.000-ste lid ingeschreven.

Het aantal van 7 dubieuze gevallen spoort met de indicaties die het KNIVRA zelf uit onderzoek van een aantal jaren geleden had gekregen, vertelt Moleveld. In 1994 hebben de accountants een meldingsplicht bij de Centrale Recherche Informatiedienst ingesteld voor ernstige vermoedens van fraude.

Onder die noemer kunnen ook vermoedens over betrokkenheid bij criminele organisaties worden gemeld. Volgens Moleveld overweegt het KNIVRA wel opnieuw een onderzoek in te stellen onder zijn leden naar betrokkenheid bij misdaad. De afgelopen jaren heeft de organisatie de kennis van de de leden al opgevijzeld door middel van een boekje en seminars, aldus Moleveld. Hij zou graag willen dat de informatiestroom van accountants naar de overheid een tweerichtingsverkeer wordt en de politie - op vertrouwelijke basis - de beroepsorganisatie eerder waarschuwt als accountants “ingezogen” dreigen te worden in het criminele circuit.

Directeur J. Ten Wolde van KPMG Forensic Accounting: “Nu bepaalde opsporingsmethodes worden ingesnoerd verwacht ik meer aandacht voor de methode van financieel rechercheren. De kennis en ervaring op dat gebied schieten nu tekort, zegt het rapport. Dat geldt voor het uitvoerend niveau, van politie en recherche, wat ik wel kan bevestigen, maar ook voor het niveau van de officieren van justitie.” KPMG werkt sinds drie jaar met een aparte unit financiële recherche, die inmiddels bijna 30 medewerkers omvat en vooral voor bedrijven fraude onderzoeken doet, maar “mondjesmaat” ook voor de overheid werkt.

Pag.15: Geen bewijzen voor afpersing in bouw

Ten Wolde bespeurt wel een tekort aan aandacht bij de Haagse politiek en daarmee ook aan de bereidheid om budgetten beschikbaar te stellen voor fraude-onderzoeken. De private sector lijkt altijd duurder, maar of dat in de praktijk ook zo is, betwijfelt hij gezien de grotere effectiviteit van onderzoeken en het op afroep beschikbaar zijn van externe adviseurs die vervolgens na afronding van het onderzoek ook direct weer vertrekken. De kosten van een groot fraude-onderzoek, dat uitgevoerd wordt door externe specialisten, schat hij op tonnen.

Bouw

De commissie-Van Traa concludeert dat de bouwnijverheid niet is geïnfiltreerd door de georganiseerde criminaliteit. Zo zijn er geen bewijzen te vinden van afpersing of geweld op de bouwplaats. Wel zijn er koppelbazen actief, maar hun activiteiten zijn vooral gericht op de Duitse markt.

Het Algemeen Verbond Bouwbedrijf, een overkoepelende organisatie van de meeste Nederlandse aannemers, is verheugd over de bevindingen van de commissie. Wel is het AVBB het eens met de commissie dat de toetreding van nieuwe bedrijven moet worden gereguleerd door het strikt toepassen van de vestigingswetgeving. Over het probleem van de koppelbazen merkt het AVBB op dat de bedrijfsvereniging en de fiscus hierover goede en werkbare afspraken hebben gemaakt. Zij hopen daarmee dit verschijnsel te kunnen terugdringen.

De bedrijfsvereniging hanteert ook een streng systeem voor het innen van de premies voor de sociale verzekeringen, aldus het AVBB.

Notarissen

Het Koninklijke Notariële Broederschap heeft tevreden gereageerd op de bevindingen van de commissie Van Traa. De Broederschap toont zich “blij dat zich in Nederland geen stelselmatige infiltratie door de georganiseerde criminaliteit voordoet”.

Een woordvoerder kan zich vinden in de conclusie van Van Traa dat richtlijnen alleen onvoldoende zijn voor de bestrijding van de criminaliteit. Hij wijst erop dat het notariaat in samenwerking met justitie en de CRI richtsnoeren heeft opgesteld die “naar alle waarschijnlijkheid” vanaf 21 februari van kracht zullen zijn. Volgens de woordvoerder riskeert de notaris na invoering van de richtsnoeren tuchtrechtelijke maatregelen wanneer hij verzuimt melding te maken van een verdachte geldstorting vanuit het buitenland op de rekening van een cliënt.

Afvalverwerkers

N. van den Brink van de Nederlandse Vereniging van Afvalverwerkers (NVA) wil niet inhoudelijk reageren op het rapport van de commissie Van Traa, omdat hij nog niet voldoende gelegenheid heeft gehad de conclusies van het rapport volledig door te nemen. Hij kan zich in elk geval moeilijk vinden in de conclusie uit het rapport dat “in de afvalverwerkingsbranche een gelegeheidsstructuur is ontstaan die een voedingsbodem voor zware milieucriminaliteit vormt”.

Dit geldt volgens Van den Brink in ieder geval niet voor de verwerkers van huishoudelijk- en bedrijfsafval, de branche waarvoor Van den Brink spreekt. hij constateert wel dat de branche fraudegevoelig blijft zolang de kosten van afvalverwerking lager zijn dan het tarief dat daarvoor gehanteerd wordt.

Volgens de commissie Van Traa lijkt de illegale handel in nucleair materiaal voorbij te zijn. Het ligt ook niet voor de hand om deze handel via Nederland te laten verlopen, want de markt ligt vooral in het Midden-Oosten, Zuid-Amerika en Azië. “Er zijn geen aanwijzigingen dat in Nederland zoiets als een 'atoommafia' of zelfs maar een serieus te nemen handel in dit materiaal bestaat”, aldus het rapport.