Een kaart van vlooiebeten; Toverachtige beeldroman van Barbara Hodgson

De bizarre avonturen van Lydia en haar reisgenoot Chris in Noord-Afrika worden door de Canadese Barbara Hodgson niet zozeer beschreven als wel getoond aan de hand van kaarten, foto's plaatjes. Hodgsons debuut is een sprookjesachtige beeldroman. “Met al die landkaartjes, geldlijstjes, kattebelletjes, hotelrekeningen en de door Lydia zelf genomen foto's kunnen de wonderlijkste avonturen een groot werkelijkheidsgehalte krijgen.”.

Barbara Hodgson The Tattooed Map, Chronicle Books, San Francisco 1995.

Het boek is zo mooi uitgegeven dat je niet weet of je moet kijken of lezen. Dat is dan ook de bedoeling. Het heeft de vorm van een dagboek waarin met grote zorg plaatjes zijn geplakt. Wie het opent denkt werkelijk dat hij in overtreding is. 't Is niet voor vreemde ogen bestemd en juist die beperking maakt het zo onweerstaanbaar het door te bladeren. Straks komt de schrijfster onverwacht terug en dan moet het weer vlug in de geheime la. Laten we daar maar niet aan denken. Ze is hoe dan ook weg, misschien duurt het nog even.

Het dagboek begint op 4 april en het eindigt op 6 juli. Een jaartal wordt niet vermeld. Wat ze beschrijft kan niet al te lang geleden zijn gebeurd. Dat zie je aan het witte papier en de felle kleuren van de plaatjes. Het speelt voor het grootste deel in Marokko en Tunesië. Veel hotelrekeningen en snelle optelsommetjes die de reizigster tussentijds maakt om te zien of ze niet te veel heeft uitgegeven.

Milde roddel over haar reisgenoot Chris. Zelf heet ze Lydia en op enkele bladzijden begint ze over hun verschillende manier van reizen. Het zijn Canadezen en ze trekken al elf jaar met elkaar op. Lydia bereidt zich op ieder land grondig voor. Ze koopt atlassen en kaarten, leest historische werken en probeert zich de taal van een vreemd land zo snel mogelijk eigen te maken. Chris gaat op goed geluk. Hij handelt in antiek en op elke reis speurt hij naar goedkope meubels, tapijten en andere dingen die hij duur kan verkopen.

Gelijk heeft hij. Wat Lydia in Noord-Afrika uitspookt is minder duidelijk. Ze zegt dat ze op 'ideeën' uit is en laat het bij dat vage woord. Het zal wel een excuus voor al dat reizen zijn. Op de eerste bladzijde schrijft ze dat ze vlak voor elke terugkomst al weer een nieuwe tocht voorbereidt. Waarschijnlijk heeft ze weinig ideeën en veel geld.

Haar stijl is buitengewoon vlak. 't Is de rustige verteltoon die hoort bij de wezenloze verplaatsing. Van de bus naar het hotel, van het hotel naar het café, van het café naar een kleurrijke markt, van de markt naar een restaurant en dan maar weer eens naar bed.

Waar hoop ik op? Schandelijke beledigingen, erotische fantasieën, vileine verdachtmakingen of andere ontboezemingen waarbij alle remmen wegvallen. Die horen in een dagboek, maar hier blijven ze uit. Ik kom er zelfs niet achter wat Lydia nu precies in die nijvere Chris ziet. Het lijkt nog het meest op zo'n smeulende verstandhouding van geliefden die elkaar eens hartstochtelijk hebben bemind. 't Is vriendschap geworden en achter dat soms zo linke woord gaat de scherpe wederzijdse controle over eventuele nieuwe liefdes schuil.

Op 11 april gebeuren er in Tanger zo waar toch nog twee dingen die van verstrekkende betekenis voor het dagboek zullen zijn. De reizigers logeren in een morsig hotel. Bij het opstaan denkt Lydia in een paar hardnekkige vlooiebeten een patroon te ontdekken. Het lijkt wel of zich op haar linkerhand de plattegrond van een haven heeft gevormd. Meteen daarna vindt ze in een la van een kast een Guide Bleu uit 1943 met uitvouwbare kaarten in de mooiste kleuren en twee leeslinten van satijn. Ze zegt dat ze iedere vreemde la op z'n mogelijke schatten moet onderzoeken. Dat maakt de brutale lezer van haar dagboek iets minder schuldig.

Passiebloem

De plaatjes zijn nu veel nauwer bij het verhaal betrokken. Een kaart van Tanger uit die oude gids beslaat een hele pagina en kan werkelijk worden uitgeklapt. Op de tegenoverliggende bladzijde zijn in de kantlijn, naast Lydia's tekst, drie andere vondsten geplakt.

Een fragment uit een woordenboek waarop het Arabisch voor vlooiebeet is te vinden.

Een gedroogde passiebloem.

En dan nog een passage uit Durrells Sebastian, Lydia's reislectuur: “Al die verwarring in Caïro, dat lawaai, die lichten, het stof, de vlooien, de mensen, het daglicht, de duisternis, wie hier verdwijnt zal nooit echt worden gemist.”

Uit de humus van dat onnozele gereis is een verhaal geschoten. De Guide Bleu uit '43 leidt Lydia naar straten die al lang niet meer bestaan. De rode beten breiden zich uit tot een complete landkaart op haar vel. Die weet ze voor Chris verborgen te houden tot ze op 4 mei spoorloos verdwenen is.

De gebeurtenissen worden nu zo bizar dat de naam van de werkelijke schrijfster van The Tattooed Map, zoals het journaal heet, moet worden genoemd. Ze heet Barbara Hogdson en ze woont in Vancouver, British Columbia. Dit boek is haar debuut. Lydia en Chris zijn haar helden en ze moet voor haar sprookjesachtige verhaal de vorm van een dagboek hebben gekozen omdat het dan zo echt en vanzelfsprekend lijkt. Met al die landkaartjes, geldlijstjes, kattebelletjes, hotelrekeningen en de door Lydia zelf genomen foto's van haar arm kunnen de wonderlijkste avonturen een groot werkelijkheidsgehalte krijgen.

Op hun reis door Noord-Afrika heeft Chris niet veel aandacht aan haar besteed. Hij had het te druk met het kopen van meubels en tapijten en zag haar voor het laatst op die vierde mei. Haar bagage, boeken en fototoestel heeft ze in het hotel achtergelaten. Wat kan er met haar zijn gebeurd?

Een paar door Lydia geleende bibliotheekboeken en haar dagboek worden in een café gevonden. Chris begint zich in die dagelijkse aantekeningen te verdiepen en schrijft over zijn bevindingen in het dagboek door. Dat is een slimme dramatische vondst. Samen met een van de hoofdpersonen bladert de lezer opnieuw in het journaal om bij een apotheek, een moskee of een fotowinkel een aanwijzing voor Lydia's plotselinge verdwijning te vinden. Nu de dagboekschrijfster er niet meer is kan een verplaatsing, een optelsommetje en zelfs een gedroogde bloem van groot belang zijn om achter haar beweegredenen te komen.

Barbara Hodgson heeft het koersloze reizen tot onderwerp van een beeldroman gemaakt. Vooral bij het teruglezen krijgen sommige passages een grote lyrische kracht. Vlak voor haar verdwijning beschrijft Lydia hoe alle tochten uit haar verleden zich van haar lichaam meester maken. Steppen en woestijnen, oceanen en ijsvlaktes, gebarsten aarde en kronkelende rivieren vermengen zich met haar huid, “'t is schitterend en tegelijkertijd huiveringwekkend, als het aderspel aan de binnenkant van je pols”.

Toch is het de vraag of Hodgson het woord en het beeld goed op elkaar heeft afgestemd. Het verhaal neemt zo'n grote vlucht dat het dagboek z'n functie van kiel verliest en ten slotte onder de verzinsels van de schrijfster bezwijkt.

Tatoeage

De oude Guide Bleu en een schimmige eigenaar van een café leiden Lydia naar het jaar 1943, een gat in de tijd. Daarin is zij verdwenen en die ingang probeert Chris als hij terug is in Canada te vinden. Hele bibliotheken over Noord-Afrika haalt hij overhoop. Steeds opnieuw bekijkt hij de foto's die Lydia van haar arm heeft gemaakt zonder dat hij er een kaart op kan ontdekken.

Misschien is die Arabische tijdreis pure fantasie en duikt ze ineens weer op. Christ aarzelt de ouders van Lydia over haar verdwijning in te lichten. Ze hebben nooit veel belangstelling voor haar getoond. Hij herinnert zich dat ze na een reis van drie maanden bij hen op bezoek gingen. De moeder was hoogst verbaasd en wist niet eens dat ze het land hadden verlaten.

Dan vindt Chris in een oud boek het verslag van een reis die de Marokkaanse eigenaar van een café in het begin van de jaren veertig naar Mekka heeft gemaakt. In die stad ontdekte de man plotseling een tatoeage op z'n arm. De fijne lijnen vormden niet alleen een kaart die hij als het verhaal van al z'n reizen herkende. Er stond ook een gebied op waar hij nog nooit was geweest.

De moeten op de arm van de eeuwige reiziger. Het is een mooi beeld maar het past intussen al lang niet meer in dit dagboek. Hodgsons geschiedenis wordt zo topzwaar van symboliek dat de simpele vorm die zij voor de vertelling heeft gekozen zich tegen haar keert. Het spreekt haast vanzelf dat Chris als hij naar Afrika terugkeert de weg van de Marokkaan en van Lydia weet te vinden, van de reizigers “met de niet te verzadigen lust de wereld te ontdekken”, maar dan geloof je het dagboek al lang niet meer.

Een toch is The Tattooed Map een toverachtig debuut. Hodgson heeft speels en hardnekkig naar een nieuwe vorm gezocht. Op sommige bladzijden lukt het haar werkelijk, vervloeien beeld en tekst en wordt het geïllustreerde dagboek een roman.

    • K. Schippers