Een feest voor de eerste sneeuwvlok; Gilles Lapouge beschrijft zoektocht naar verdwenen sagen

Gilles Lapouge: L'incendie de Copenhague. Uitg. Albin Michel; 411 blz., prijs ƒ 52,00.

Zo'n zeven eeuwen geleden schreven IJslandse monniken in hun ondergesneeuwde kloosters de befaamde IJslandse sagen. Deze volksverhalen beschrijven de heldendaden van koningen, bisschoppen en andere aanzienlijke of kleurrijke personen uit de IJslandse middeleeuwen. De sagen werden in mooi kalfsleer gegraveerd of, nog verfijnder, geschreven op perkament.

In de fascinerede roman L'incendie de Copenhague van Gilles Lapouge spelen deze manuscripten de hoofdrol. Het gerucht gaat namelijk dat de IJslandse bevolking, lijdend onder de enorme kou van de lange winters, het leer waarop deze verhalen vastgelegd zijn, heeft vermaakt tot broeken, jassen en schoenen. De legendes zijn hen nu letterlijk op het lijf geschreven.

L'incendie de Copenhague is aan de ene kant een historische roman, omdat het leven van de hoofdpersoon onmiskenbaar overeenkomsten heeft met dat van de achttiende-eeuwse geleerde Arni Magnusson. Bovendien schetst de auteur met veel details en inlevingsvermogen hoe het dagelijks leven van een IJslandse boer of visser er in die tijd uit moet hebben gezien, namelijk koud, vol ontberingen en ten prooi aan angstig bijgeloof.

Aan de andere kant is het boek ook te lezen als een spannende detective, een soort IJslandse Naam van de Roos. Eggert Pétursson, koninklijk archivaris en wereldvreemd wetenschapper met de bijnaam l'érudit krijgt van de Deense koning Frederik IV (toentertijd ook heerser over IJsland) de geheime opdracht om de verdwenen IJslandse sagen op te sporen. Hij wordt hierbij terzijde gestaan door een jonge Deense jurist en een IJslands filosoof, half-zwerver, half-priester. Onder het mom van een herstructurering van de rechtspraak doorkruisen zij vier jaar lang het eiland. De opdracht blijkt al snel een publiek geheim en achtervolgingen, bedreigingen en moord laten niet lang op zich wachten. Een zonderlinge gastheer bij wie zij overnachten in het afgelegen Reffavik merkt dreigend op dat “de sagen zonder glimlach, zonder vrolijkheid zijn. Ze zijn donderend, oorlogszuchtig en duister, een opsomming van het kwaad en de strijd ertegen”. De excentrieke Deense gouverneur van het eiland, in de hoofdstad Bessastadir, blijkt al evenmin bereid tot samenwerking. Zijn vrouw houdt zich bezig met het organiseren van allerlei nachtelijke feesten, zoals het fête de neige, een feest dat gehouden wordt in de nacht waarin de eerste sneeuwvlokken moeten vallen wil het land een voorspoedig jaar tegemoet gaan. “Het paleis, IJsland, de hofhouding en de huizen, de regen en de sneeuw, alles was dubbel in deze contreien, een koninkrijk der spiegels.” De zoektocht naar de sagen zal bepalend zijn voor het lot van Eggert Pétursson.

Gilles Lapouge (1923) is journalist, historicus en initiatiefnemer van het (inmiddels beëindigde) Franse literaire televisieprogramma Apostrophes. Eerder schreef hij de historische romans La Bataille de Wagram (1986) en Les Folies Koeningsmark (1989). Met L'incendie de Copenhague schreef Lapouge niet alleen een prachtige, van begin tot eind boeiende roman, maar ook een eerbetoon aan een van de vroegste literaire monumenten uit de Skandinavische geschiedenis.

    • Margot Dijkgraaf