Een apparaat om slapers te pesten; De uitvindwedstrijd van Jonge Onderzoekers

De expositie van de Jonge Onderzoekers-uitvindwedstrijd is open op zat 3 en zo 4 febr van 12-17u. Zondag rijkt minister Ritzen van onderwijs de prijzen uit. Museon, Stadhouderslaan 41, Den Haag.

Als Mathijs de Bruin (10) uit Haarlem op school zit of buiten skeelert, houdt zijn computer de wacht in zijn kamer. Wie het waagt de deurknop om te draaien hoort eerst heel hard gepiep. Dan verschijnt op het scherm van de computer: 'Hé mafkees! Wat is je naam!!!' De inbreker moet braaf zijn naam intikken. “Ik had echt iets nodig om mijn ouders uit mijn kamer te houden. Daarom heb ik dit alarmsysteem verzonnen. Alleen als mijn moeder komt schoonmaken, mag ze even blijven. Totdat de computer zegt dat ze binnen 11 seconden weg moet zijn.”

Mathijs weet alles van computers. Hij heeft zichzelf leren programmeren uit een boek. Hij bedacht ook een weerstation; zijn Pentium 60 houdt elke dag bij hoe warm het buiten en binnen is. Met zijn twee uitvindingen doet Mathijs mee aan de Nationale wedstrijd voor Jonge Onderzoekers. Die wordt dit weekend voor de zevenentwintigste keer gehouden in het Museon, een museum in Den Haag. Mathijs is de jongste deelnemer, eigenlijk is de wedstrijd voor kinderen van 12 tot 20 jaar. De uitvindingen verschillen heel erg: de een bedacht een winkelwagentje dat automatisch achter je aan rijdt, de ander iets heel moeilijks zoals 'een bepaling van elementen met behulp van moleculaire emissie.' Weer iemand anders maakte een 'Handig Hulpje: minder milieu-belastend, regenwoud-reddend en handig.'

Veel deelnemers zijn lid van de Jonge Onderzoekers. Een keer per week knutselen ze in een speciaal jeugdlaboratorium stopcontacten, robots en andere dingen in elkaar. Mathijs is ook lid: “We krijgen opdrachten om dingen te bouwen, maar vaak klooien we gewoon een beetje. Dan blazen we dingen op. Een lampje, en een keer ook bijna mij. Ik kreeg per ongeluk een schok van 50 volt.”

De Jonge Onderzoekerswedstrijd duurt drie dagen en lijkt een beetje op een schoolreisje met een onbekende klas. Een klas vol kinderen die niets liever doen dan aan draadjes prutsen en achter computers zitten. De deelnemers slapen in een jeugdherberg en gaan samen allerlei leuke dingen doen. Ze bezoeken de hoogovens en het zwembad.

Mathijs moet zijn vader weleens helpen met de computer. Op school begrijpt hij vaak meer dan de leraren. “Een oude-oma-juf kreeg een keer de televisie niet aan. Nou, ik deed de kabel er zo in. De kinderen uit mijn klas snappen ook niets van technische dingen. Niemand had belangstelling voor mijn weerstation.” Ook de klasgenoten van Barry Bronsgeest (bijna 13) uit Amsterdam begrijpen weinig van zijn liefde voor elektronica. “Ze vinden het wel knap, maar ik ken niemand met dezelfde hobby. Ook ik moet af en toe iets uitleggen aan mijn leraar van het vak techniek, omdat ik er meer van af weet dan hij.” Barry doet ook mee aan de wedstrijd, al is hij geen lid van de Jonge Onderzoekers. “Ik zag ergens een poster hangen. Ik wou graag meedoen. Voor mijn uitvinding heb ik drie bestaande dingen gecombineerd. Ik moest er van alles voor kopen. Ik krijg vijf gulden zakgeld per week, maar dit kostte wel vijftig gulden. Gelukkig kan ik af en toe een lamp repareren bij mijn oma. Daar krijg ik dan wat extra geld voor.”

Barry's uitvinding is ingewikkeld: “Als ik moet gaan uitleggen hoe het precies werkt duurt dat wel twee uur.” Nuttig is zijn uitvinding niet. Je kunt er mensen mee plagen. Van een zender aan de ene kant van een bed naar een ontvanger aan de andere kant laat Barry een infrarood straal lopen. “Dat kun je dus niet zien. Infrarood is onzichtbaar. Wie in het bed gaat liggen doorbreekt de straal. Daardoor gaat er een zoemer af. Een vervelend zeurend geluid als van een mug. Als je dan rechtop gaat zitten om die mug dood te slaan, ga je weer uit de straal. Het gezoem stopt. Dus ga je maar weer liggen en ja hoor, daar is het geluid weer.” Barry's uitvinding kan je slapeloze nachten bezorgen. “De apparatuur moet onzichtbaar zijn, zodat niemand weet waar het geluid vandaan komt. Je kan het makkelijk verstoppen achter het behang of aan de lamp.”

Zondag kan iedereen de uitvindingen van Barry en Mathijs bewonderen in Den Haag. Misschien winnen ze wel een prijs. Of ze later uitvinder willen worden weten ze niet zeker. Mathijs denkt dat hij housemuziek gaat maken op de computer, als house tenminste niet uit raakt. Barry denkt aan alle moeilijke proefwerken die hij nog moet halen voordat hij uitvinder zou kunnen worden.