De wratten van het marxisme

De Amerikaanse journalist P.J. O'Rourke was in jaren zestig en zeventig nog progressief. “Wat O'Rourke onderscheidt van zijn generatiegenoten is zijn gevoel voor humor en zijn politieke incorrectheid die geen enkel verschil maakt tussen links en rechts”, schrijft Herman Koch. Rubriek over boeken die ten onrechte in de ramsj zijn geraakt.

P.J. O'Rourke: Geef Oorlog een kans. Vert. Guido Golüke. Uitg. Prometheus, 176 blz., Voor ƒ 6,95 bij Antiquariaat Van Gennep.

Er zijn boeken waar je mensen voortdurend mee lastig valt. Je huisgenoot, of een goede vriend of vriendin, kijkt televisie, doet de afwas, of - erger nog - leest zelf een boek terwijl jij ondertussen Geef oorlog een kans van de Amerikaanse journalist P.J. O'Rourke aan het lezen bent - en de hele tijd vind je het eigenlijk onbegrijpelijk dat die ander op datzelfde moment inderdaad iets anders aan het doen is.

Je zou kunnen wachten tot die ander klaar is met zijn bezigheden, je zou zelfs kunnen wachten tot je het boek van O'Rourke eerst helemaal uit hebt, waarna die ander er onmiddellijk aan kan beginnen - maar dat is een onmogelijke opgave.

Aanvankelijk houd je je nog in: je stoort de ander hooguit om hem elke derde alinea van O'Rourke voor te lezen, daarna breng je dit terug tot elke tweede alinea, maar binnen de kortste keren besef je dat afzonderlijke alinea's citeren gewoon onbegonnen werk is. Omdat je weet dat je O'Rourke onrecht aandoet door ook maar één enkele zin van hem over te slaan. Eigenlijk weet je al die tijd namelijk precies wat je wilt: dat die ander de televisie uitzet, de afwas laat staan tot de volgende dag, en vooral dat andere, veel minder belangrijke boek ogenblikkelijk weglegt, zodat je Geef oorlog een kans in zijn geheel, van de eerste tot aan de laatste zin, kunt voorlezen.

Dit is tegelijkertijd het gevaar dat dit stukje bedreigt. Aan de ene kant zou ik van nu af aan mijn mond willen houden om alleen nog maar uit dit boek te citeren, aan de andere kant ben ik mij er maar al te zeer van bewust dat ik O'Rourke geen recht zou doen met uitsluitend uit hun verband gerukte citaten. Door één zin te citeren, zou ik een andere zin moeten weglaten, en vanaf dat moment voel ik mij als een kunsthistoricus die een mes in De Nachtwacht zet.

P.J. O'Rourke is een vaste medewerker van het tijdschrift Rolling Stone, en hij schrijft voornamelijk over wat je 'politiek gevoelige kwesties' zou kunnen noemen. InGeef oorlog een kans is hij onder andere aanwezig bij de Val van de Berlijnse Muur, verslaat hij de verkiezingen in Nicaragua en trekt met de Amerikaanse troepen Koeweit binnen. In het, in 1994 verschenen, All the trouble in the world trekt hij van leer tegen de doemdenkers over zaken als de overbevolking, het broeikaseffect en het milieu.

In jaren zestig en zeventig was O'Rourke nog links, maar tegenwoordig staat hij behoorlijk rechts van het midden. Het is vandaag de dag erg in de mode om na een roerig links verleden plotseling ver naar rechts door te slaan, maar terwijl er bij de meeste, al of niet born again, rechtse politici en publicisten eigenlijk bar weinig te lachen valt, onderscheidt O'Rourke zich door zijn uiterst krachtige stijl, zijn gevoel voor humor, en vooral door zijn politieke incorrectheid die juist geen enkel verschil maakt tussen links en rechts. Zo moet hij weinig hebben van Carter en Clinton, maar maakt zich daarnaast ook vrolijk over het gestuntel en de blunders van Reagan en Bush. O'Rourke heeft vooral een hekel aan mensen die zich uitsluitend om hun politiek correcte denkbeelden beter wanen dan hun medemensen - aan mensen die bij verkiezingen om je stem bedelen, omdat zij beter weten hoe de grote problemen in de wereld moeten worden opgelost.

In de eerste plaats gaat het bij O'Rourke echter om de zinnen, en om de humor waarmee die zinnen worden opgediend. Van één pagina O'Rourke zou een Nederlandse columnist een jaar lang kunnen leven. En daarom zit er niets anders op dan nu toch maar zo snel mogelijk met citeren te beginnen.

In het voorwoord van Geef oorlog een kans vertelt hij hoe hij in 1970 vanwege zijn drugsmisbruik niet door de militaire keuring heen kwam, en daarmee aan de oorlog in Vietnam ontsnapte: “Maar dat betekende natuurlijk dat iemand in mijn plaats in dienst moest. Ik zou dit boek graag aan hem opdragen. Ik hoop dat je heelhuids bent teruggekomen, vriend. Ik hoop dat je maten in het peloton meer aan jou hadden dan ze aan mij gehad zouden hebben. Ik hoop dat je nu rijk en gelukkig bent. En ik hoop dat jij het was, die me in 1971 een dreun op mijn gezicht gaf omdat ik een langharig stuk tuig was.”

In het hoofdstuk De jaren zestig, bij nader inzien (Wat ik in de jaren zestig geloofde) schrijft O'Rourke: “(Ik geloofde) alles. Je zegt het maar. Ik geloofde dat liefde het enige was dat je nodig had. Ik geloofde dat je nu hier moest zijn (-). Ik geloofde dat Mao helemaal ok was (-). Ik geloofde dat mijn ouders nazi-monsters uit de ruimte waren (-). Ik geloofde dat Yoko Ono een kunstenares was. Ik geloofde dat Bob Dylan een musicus was. Ik geloofde dat ik eeuwig zou blijven leven, tot mijn eenentwintigste in elk geval. Ik geloofde dat het eind van de wereld nabij was. Ik geloofde dat het tijdperk van de Waterman voor de deur stond. Ik geloofde dat de I Tjing zei dat we geen college meer moesten lopen en de postie van de hoogleraar moesten overnemen.”En na een bezoek aan Oost-Berlijn tijdens de Val van de Muur: “De Oostberlijners zagen eruit als proto-Duitsers uit het Pleistoceen, nog onaangetast door de heilzame werking van het Darwiniaanse selectieproces (-). Oostduitsers hebben zo te zien veel in grotten rond vuren gehurkt. Ze zijn kort en gedrongen, vaalbleek en vet als reuzel, en ze hebben de wratten van Chroestsjov. Er is iets aan het marxisme dat wratten kweekt - de enige vorm van groei die dit economisch stelsel stimuleert.”

Er gaat inderdaad een heilzame werking uit van de boeken van O'Rourke. Wie Geef oorlog een kans en All the trouble in the world heeft gelezen, begrijpt beter waarom in Nederland de interviewster begrijpend knikt wanneer een tweedehands politieke charlatan als Dries van Agt met een doodernstig gezicht verklaart dat hij zich tegenwoordig “ernstig zorgen maakt om de treurige staat van onze enige planeet”, zoals onlangs op de zondagmiddagtelevisie te zien was. Die begrijpt beter waarom in Nederland een boek, waarin een prinses met bomen en dolfijnen babbelt, een bestseller wordt. Die begrijpt ook beter waarom in Nederland een politieke partij, die het babbelen met bomen en dolfijnen tot politiek programma heeft verheven, negen zetels in het parlement bezet.

Wie Geef oorlog een kans heeft gelezen, begrijpt beter waarom dit boek in Nederland in de ramsj terecht is gekomen.

    • Herman Koch