Dallas-achtige 'soap' moet Roemeen verleiden om aandelen te kopen; Roemenië privatiseert tegen heug en meug

ROTTERDAM, 2 FEBR. Dienstplichtige soldaten in Roemenië krijgen drie dagen bijzonder verlof om hun vouchers in te wisselen voor aandelen in een te privatiseren staatsbedrijf. Bij terugkeer naar hun militaire eenheid moeten zij kunnen aantonen dat zij dat werkelijk hebben gedaan. Leraren die hun gratis vouchers nog niet hebben ingewisseld krijgen hun salaris niet meer uitbetaald.

Met deze paardemiddelen wil de regering van president Iliescu zijn overheidsdienaren dwingen de privatiseringscoupons te verzilveren. Het van overheidswege afdwingen van een vrije markt-werking is een contradictio in terminis, die aangeeft dat de neo-communistische regering nog de Pavlov-reflexen bezit van de commando-economie uit het verleden. De strafmaatregelen, die afgelopen week de Roemeense pers haalden, geven echter ook aan dat het vorig jaar aangekondigde privatiseringsprogramma maar niet op gang wil komen.

Bij de economische hervormingen in Oost-Europa zijn is het privatiseringsprogramma de belangrijkste graadmeter om te kijken waar een land zich bevindt op de schaal die loopt van een complete plan-economie tot een ultraliberale vrije markt. Roemenië behoort volgens deze meetlat tot de achterhoede in de voormalige Comecon, met een economie die nog altijd nagenoeg volledig door de staat wordt gedomineerd. Waar Hongarije voor miljarden dollar staatsbedrijven heeft verkocht, Polen een effectenbeurs heeft met forse omzetten en Tsjechië honderden bedrijven naar de beurs heeft gebracht, loopt Roemenië zelfs achter bij Bulgarije.

De regeringen van achtereenvolgens de premiers Roman, Stolojan en - nu - Vacaroiu zijn bijzonder traag geweest met het uitponden van het nationale tafelzilver. Afgezien van enkele aantrekkelijke bedrijven - vooral in de toeristische sector - die in handen zijn gespeeld van (oud-)politici en voormalige medewerkers van de inmiddels onttakelde veiligheidsdienst Securitate.

De aanloop voor de grote sprong voorwaarts werd vorig jaar augustus genomen, toen Vacaroiu het massa-privatiseringsprogramma in gang zette. Het was een historische gebeurtenis, omdat in principe de nationalisering van 11 juni 1948 in een klap ongedaan werd gemaakt. Bijna 4.000 ondernemingen, een derde van het totale aantal staatsbedrijven, werden op de rol gezet. Na verkoop van deze ondernemingen aan particulieren zou 52 procent van de economie in staatshanden zijn. “In principe een stap in de goede richting, want 3.900 ondernemingen is een flinke hoeveelheid”, oordeelt Roemenië-analist Parvoleta Shreteva van de Nederlands-Britse bank ING Barings: “Het gaat wel om middelgrote en kleine bedrijven. Voor de grote ondernemingen zoals telefonie, gunt de regering zichzelf nog zeker 1,5 tot 2 jaar de tijd om na te denken.”

Ruim 17 miljoen Roemenen hebben vorig jaar ieder een coupon in bezit gekregen met een nominale waarde van 975.000 lei (ongeveer 600 gulden), nadat zij in 1992 al een boekje met vijf certificaten van elk 5.000 lei ontvingen. Een groot internationaal public relations-bureau bombardeerde het publiek met reclamespots op de televisie en krantenadvertenties om het te bewegen om voor 31 december 1995 een rechtstreeks aandeel in een onderneming te kopen. Toen rond de Kerstdagen slechts 7 procent dat gedaan bleek te hebben, verlengde het parlement de inschrijfperiode tot 31 maart van dit jaar.

Onbekend maakt onbemind is de belangrijkste verklaring voor het gebrek aan interesse bij de Roemenen. De meeste bedrijven zijn een soort zwarte doos, waarvan weinig meer bekend is dan de winstcijfers over het vorige jaar en een verkorte balans. “Je kunt er alleen achter komen of een bedrijf een aantrekkelijke belegging is, wanneer er zelf werkt dan wel vrienden of familie hebt met een baan”, zegt Shreteva. Waar de onlangs voor privatisering geselecteerde staatsbedrijven in Bulgarije volgens Westerse experts het neusje van de zalm vormen, wekken de Roemeense ondernemingen de indruk van een allegaartje van groen, rijp en rot.

De meeste Roemenen lijken dan ook te wachten tot het moment dat zij hun voucher kunnen inschrijven bij een van de vijf Fondsen voor Privé-eigendom, die aan het einde van de rit worden omgevormd tot beleggingsfondsen - de enige beleggingsfondsen die zijn toegestaan. Anderen verkopen hun vouchers aan voornamelijk buitenlandse handelaren, zodat inmiddels een levendige parallelmarkt is ontstaan die vergelijkbaar is met die in Rusland en aanzienlijk groter is dan de officiële effectenbeurs.

De Roemeense politici stellen zich echter iets anders voor bij het begrip massa-privatisering en de oppositie noemt de uitverkoop van staatsbedrijven de grootste mislukking van de regering-Vacaroiu tot nu toe. Daarbij komt dat een lening van enkele honderden miljoenenen dollar van de Wereldbank afhankelijk is van het succes van het privatiseringsprogramma. Om het aandelenbezit zo veel mogelijk te spreiden is de regering afgelopen maand dan ook een waar offensief begonnen. Niet alleen worden dienstplichtige militairen en leraren onder druk gezet, ook hebben postbodes en bankbedienden vrijaf gekregen om van deur tot deur te gaan en burgers te overreden. Voor elke omgewisselde coupon ontvangen zij een commissie van 700 lei.

Omdat de Roemenen minder dan bijvoorbeeld Hongaren, Tsjechen of Polen een idee hebben van de werking van de kapitaalmarkt, wordt ook de informatie-campagne verhevigd. BBC World Service is afgelopen week gevraagd om een Dallas-achtige soap-serie voor de radio te maken om “het begrip over zaken en privatisering bij een groot publiek te vergroten.” Een succesvolle producent van de BBC, die in andere ex-communistische landen zoals Rusland dergelijke soap-series maakte, vliegt binnenkort naar Boekarest om Roemeense schrijvers en acteurs op te leiden. De televisieserie Dallas was in de jaren onder conducator Ceausescu in elk geval immens populair.

De effectenbeurs van Boekarest, die vorig jaar na een halve eeuw werd heropend, hoopt dat de nieuwe eigenaren straks besluiten om de bedrijven een beursnotering te geven. “We verwachten ongeveer 130 beursgangen dit jaar”, zegt plaatsvervangend directeur Mircea Ilie. De beurs kent nu 12 genoteerde ondernemingen, waarvan er acht iedere dinsdag worden verhandeld.

Financiële deskundigen betwijfelen of de effectenbeurs erg stabiel wordt als de aandelen eenmaal een notering hebben. “Je kunt ervan uitgaan dat de aandelen meteen zullen dalen. De aandelen zijn omgerekend bijna 400 dollar waard en Roemenië kent vele behoeftigen, zoals gepensioneerden, die de de stukken willen verzilveren”, zegt Shreteva. Volgens Ilie valt dit wel mee: “Er komt een druk aan de verkoopkant, maar anderzijds zijn er voldoende aantrekkelijke bedrijven waarvan de aandelen niet overmatig hoog zijn geprijsd. In principe kan de markt stabiel worden, als zo'n 50 tot 100 mooie bedrijven in de markt komen.”

Ilie hoopt dat enkele grote lokale institutionele beleggers, zoals pensioenfonden, verzekeraars en beleggingsfondsen voor stabiliteit kunnen zorgen. Anderen zijn juist bang dat deze instituten erg veel macht krijgen, vooral doordat de vijf beleggingsfondsen de meeste vouchers zullen absorberen. “Deze beleggingsfondsen straks een erg grote greep krijgen op het bedrijfsleven en op het management ervan”, vreest Shreteva. In Tsjechië heeft de invloed van met name Amerikaanse beleggingsfondsen geleid tot veel kritiek. Roemeniïe kent daarnaast ook nog het Fonds voor Staatseigendom, dat in alle ondernemingen een belang van 40 procent houdt; slechts 60 procent van elke onderneming is beschikbaar voor particulieren.

Alleen bij grote interesse biedt het staatsfonds zijn belang aan, niet voor vouchers maar voor contant geld. Onlangs zijn 554 bedrijven geselecteerd voor verkoop van het staatsbelang op veilingen, waarvan de eerste vorige maand plaats had. In Frankfurt is daarvoor een informatiecentrum geopend, deze maand volgen centra in Rome, Parijs, Athene, New York, Tokio en Londen. Voor buitenlandse beleggers, die voor hun informatie liever afgaan op analistenrapporten dan op soap-series.