CDA wijkt af op punt van doorlating drugs; Tweede Kamer reageert terughoudend op enquête

DEN HAAG, 2 FEBR. De Tweede Kamer reageert terughoudend op het gisteren gepresenteerde eindrapport van de enquêtecommissie opsporingsmethoden. De meeste grote fracties willen pas “na een zorgvuldige beoordeling inhoudelijk ingaan” op het rapport.

Justitie-specialist Kalsbeek (PvdA) zei dat een politiek oordeel over de “onderscheiden verantwoordelijkheden” tijd kost. Volgens haar maakt het rapport duidelijk dat voor de crisis in de opsporing velen verantwoordelijk zijn. Dat geldt leden van het openbaar ministerie, politiefunctionarissen en ook politici, zoals (ex-)bewindslieden en (ex-)

Kamerleden. “De commissie is duidelijk in haar oordelen maar trekt terecht geen politieke conclusies”, aldus Kalsbeek.

De commissie is er volgens haar in geslaagd een compleet beeld te geven van de omvang en de aard van de georganiseerde criminaliteit en de opsporingsmethoden. Dat maakt het mogelijk dat op verantwoorde wijze kan worden overgegaan tot normering, herstel van vertrouwen en gezag en het verbeteren van de organisatie.

Ook de VVD-fractie schort haar oordeel op. Wel zegt woordvoerder Korthals niet op voorhand overtuigd te zijn van de politieke kracht van Sorgdrager door op te merken “dat de minister van justitie zich moet bewijzen”. De liberalen trekken pas definitieve conclusies op basis van het debat met de enquêtecommissie, het kabinetsstandpunt over het rapport en het debat met de regering, aldus Korthals.

Volgens de VVD-fractie geeft het rapport aan dat nadere normstelling van de opsporingsmethode nu geboden is. Het rapport biedt de grondslag en de handvatten voor een principiële discussie hierover.

D66-woordvoerder Dittrich, die het rapport van de commissie op onderdelen “ontluisterend” noemde, zei dat de lessen uit het verleden zo snel mogelijk moeten worden vertaald in aanpassingen van wet- en regelgeving en herstel van de gezagsverhoudingen. Dittrich, partijgenoot van minister Sorgdrager (Justitie), vindt het tevens dringend noodzakelijk dat de organisatiestructuur van de justitiele keten wordt aangepast. Hij stelt vast dat wat dat betreft de aanbevelingen van de commissie goed aansluiten bij de door Sorgdrager reeds in gang gezette maatregelen.

Ook de grootste oppositiepartij CDA reageert bij monde van het Kamerlid Hillen constructief op het rapport. “Het herstel van vertrouwen moet voorop staan bij het trekken van conclusies uit deze enquête”, aldus de CDA-fractie in een eerste reactie. Hillen zei gisteren geen behoefte te hebben aan het uitdelen van “zwarte pieten”. De CDA-fractie gaat er wel van uit dat er voldoende ruimte blijft voor effectieve opsporing. In afwijking van de conclusie van de commissie-Van Traa is de fractie van mening dat het in de toekomst mogelijk moet blijven kleine hoeveelheden harddrugs door te laten om misdaadorganisaties te bestrijden. Hillen: “Als je dat verbiedt weten criminelen bij zendingen van harddrugs zeker dat de overheid er niet tussen zit. Die zekerheid moet je criminelen nooit geven.”

De fractie van GroenLinks in de Tweede Kamer deelt in grote lijnen de conclusies en aanbevelingen van de enquêtecommissie. “De commissie oordeelt met recht hard over het verleden en zet een koers uit die hoop geeft voor de toekomst”, stelt woordvoerder Sipkes in een eerste reactie.

Oud-minister Hirsch Ballin (CDA) zei gisteren dat de conclusies en aanbevelingen van de commissie-Van Traa een goede grondslag leggen voor een belangrijke structuurverbetering van het opsporingsapparaat. Hirsch Ballin, die in het rapport van de commissie zware kritiek krijgt, erkent dat hij fouten heeft gemaakt. “Ik had niet akkoord moeten gaan met allerlei compromissen ten aanzien van het opsporingsbeleid. Dat was halfslachtig.”

De Tweede Kamer zal de komende drie weken het eindrapport lezen en schriftelijke vragen formuleren. Een eerste debat tussen Kamer en commissie wordt niet verwacht voor eind maart. Intussen bepaalt ook de regering een standpunt over de conclusies en aanbevelingen in het rapport. Daarover zal de Kamer naar verwachting in april of mei met het kabinet debatteren.