Brabant maakt zich op voor 2050 en strijdt tegen verdroging, files en mest

Noord-Brabant viert dit jaar zijn 200-jarig bestaan. 'Milieuman' F. Houben, commissaris der koningin, blikt vooruit naar 2050.

DEN BOSCH, 2 FEBR. Zijn iele gestalte doet het niet vermoeden. Toch is F. Houben een kordate man. Het Brabant waarvan hij sinds 1987 commissaris der koningin is, gaat hem na aan het hart. Vooral de bedreigingen van de leefomgeving baren hem zorgen. Zelf noemt hij zich graag een 'milieuman'. Zo baarde hij opzien toen hij vier jaar geleden tijdens een bijeenkomst op de Mattemburgh in Bergen op Zoom zei dat hij het niet zou meemaken dat de Hoge Snelheidslijn (HSL), zoals toen gepland, over een deel van dat magnifieke landgoed zou gaan lopen. Het gebeurt dan ook niet. Hetzelfde gold toen er sprake was van de vestiging in Brabant van een kerncentrale. Landelijk trok hij de aandacht toen hij tijdens de zomersmog van een aantal jaren geleden tot voorbeeld van een ieder in plaats van per auto met de fiets op dienstreis ging. In zijn jongste nieuwjaarstoespraak in de Grote Kerk in Breda citeerde hij de schilder Vincent van Gogh: “Een opgaande zon boven een veld met koren; het veld is violet en groen-geel. De witte zon is omgeven door een stralenkrans.” Zo was het Brabant van toen. “En nu”, aldus de commissaris, “zijn we de meest geïndustrialiseerde provincie van Nederland en is de automobiliteit over twintig jaar misschien toegenomen met zeventig procent. Onbeperkte groei vindt ook hier zijn grenzen. Het produceren van een schoon en veilig milieu zal een belangrijke economische doelstelling worden.” In de antichambre van zijn werkkamer in het provinciehuis in Den Bosch, met een elektrische schel onder handbereik en een schaal met krakelingen op tafel, kan hij smakelijk vertellen over zijn middelbare-schooltijd op de kostschool Katwijk de Breul in Zeist. In het provinciehuis bevindt zich de fameuze bronzen deur. Daar staat op: “Uit vóór en tegen 'n zaak die draait.” Zelfs hij kan het vier ton zware gevaarte met slechts één vinger in beweging zetten. Daarin ziet hij een symbool. Ontwikkelingen sturen, zodat de grote tanker, zoals hij Brabant noemt, langzaam op de goede koers komt te liggen. Brabant is de provincie met het grootste mestprobleem. De verzuring is enorm. Wie vanuit de antichambre naar buiten kijkt, ziet op de A2 naar Eindhoven steeds vaker dezelfde congestieverschijnselen als op de wegen in de Randstad. Brabant, zo bleek onlangs uit verschillende onderzoeken, is in Nederland een van de economisch snelst groeiende provincies. Dat vergt zijn tol. Steden en platteland dreigen steeds meer naar elkaar toe te groeien. Er vindt, zoals Houben zegt, verstening plaats. Hoe houd je een duurzaam Brabant, waar het leven, zoals het liedje zegt, nog goed is? Knappe koppen zijn op initiatief van Houben rond de tafel gaan zitten om te bezien welke maatregelen er op de langere termijn nodig zijn om in de provincie het evenwicht te handhaven tussen welzijn en welvaart en om haar ook in 2050 nog leefbaar te houden. Het gaat om een groep van 200 mensen die, naar de plaats waar ze voor het eerst bijeenkwamen, namelijk een restaurant in Tilburg, ook wel het Vier-Jaargetijdenoverleg wordt genoemd. Het zijn bestuurders, industriëlen en hoogleraren van de Brabantse universiteiten en hogescholen. Wouter van Dieren is erbij gehaald als het geweten van de duurzaamheid. Ze moeten, zegt Houben, het decor schetsen van de eenentwintigste eeuw. “Dat eist grote inventiviteit en creativiteit.” Een discussie is op gang gebracht over een plan van het bedrijfsleven om van de zeehavens Antwerpen en Rotterdam dwars door Brabant heen naar het Duitse achterland een vervoercorridor in te richten. Alle vormen van transport moeten daarin worden gebundeld, ook die per rail of water. De provincie is nog niet uit die discussie, maar hecht wel aan het bundelen van transportmogelijkheden. De Zuid-Willemsvaart bijvoorbeeld zou daartoe hoognodig moeten worden verbreed.

Het provinciaal bestuur heeft plannen om de toenemende verdroging tegen te gaan. “Als we niks doen dan wordt in het jaar 2000 bijna 450 miljoen kubieke meter water opgepompt.” De bedoeling is om in plaats van grondwater oppervlaktewater in te zetten, bijvoorbeeld uit de Biesbosch. Dat zou een besparing in 2000 betekenen van 25 miljoen kubieke meter. Uit aanzienlijke reductie van beregeningswater door de boeren wordt een winst verwacht van 10 miljoen kubieke meter.

De ammoniakuitstoot, voornamelijk door de landbouw, is sinds 1980 al met 35 procent teruggebracht. De bedoeling is, aldus Houben, om in 2010 een reductie te bereiken met zeventig tot negentig procent. De uitstoot van kooldioxide door de industrie kan, meent hij, met verdere benutting van warmtekrachtkoppeling terug worden gebracht tot 300.000 ton per jaar tussen nu en het jaar 2000. Maar het kost alles tezamen overheid en bedrijfsleven veel geld; wel 10 miljard gulden in de komende vier jaar. Wie na het gesprek de parkeerplaats van het provinciehuis verlaat, bekruipt de vraag of die tengere man in dat grote huis geen roepende is in de woestijn? Het is einde werkdag. Men komt terecht in een file auto's van gehaast kantoorpersoneel, ook van bedrijven die aan het provinciehuis grenzen. Houben had kort tevoren gezegd: “We leven nu eenmaal niet meer in het Brabant van 1796, maar op den duur zal alles meer in evenwicht komen. Dan liggen milieu en economie in elkaars verlengde.”

    • Max Paumen