Allerlei soorten vroeger; Poëtische verhalen van Pamela Koevoets

Pamela Koevoets: Schaduwboksen. Verhalen. Uitg. De Bezige Bij. 161 blz. Prijs ƒ 32,50

'Groot portret van het water', het laatste verhaal uit Pamela Koevoets' nieuwe bundel, werd al eerder gepubliceerd door uitgeverij Perdu, die dit verhaal karakteriseerde als een 'prozagedicht'. Het is een genre-aanduiding die van toepassing is op alle verhalen uit Schaduwboksen. De aanbidding van het water, van alles wat stroomt en vloeit en in al zijn veranderlijkheid zichzelf gelijk blijft, is een constant thema en lijkt bedoeld als metafoor voor de taal zelf, die in het werk van Koevoets steeds meer een doel op zich wordt.

Binnen- en buitenwereld, heden en verleden, jeugd en ouderdom, leven en dood vloeien in de bundel ongemerkt in elkaar over, zodat het niet altijd mogelijk is een verhaallijn te ontdekken. Het is ook niet primair de bedoeling van Koevoets een verhaal te vertellen, het gaat haar erom - zo lijkt het - in poëtische beelden gevoelens, sferen en stemmingen uit te drukken. Dat levert beeldschoon proza op, maar verwonderlijk genoeg ook uiterst realistische personages. Koevoets keert haar hoofdpersonen binnenstebuiten. Ze wil niets minder dan hun ziel blootleggen en of het nu een 12-jarig meisje in de rouw betreft, een vrouw van vijftig, de geliefde van iemand die zelfmoord heeft gepleegd of een demente bejaarde: in alle gevallen wordt zichtbaar wie deze mensen zijn en wat hen beweegt.

Huiveringwekkend is de oude mijnheer Basman die in een ver verleden zijn zoon heeft verloren, in een nog verder verleden zijn jeugd, en nu, dement en bijna dood, zichzelf kwijt is. Niet alleen de ouderdom, maar het leven zelf dient zich in zijn persoon aan als een tranendal van verlies, vernedering en heimwee.

In alle verhalen draait het om angst, verlies, heimwee en dood, maar nooit in pathetische zin. In het titelverhaal, over een naoorlogs kind dat de angsten van haar ouders heeft overgedragen gekregen, is geen spoor van zieligheid te bespeuren. Het woord oorlog valt niet eens: 'het is vlak na het verleden' heet het. Op de doorlopende zolders van een blok arbeiderswoningen in Amsterdam spelen kinderen merkwaardige spelletjes. In de donkerste hoek van de zolder brengt Sallie met zijn figuurzaag spoken tot leven. Moordenaars. 'De figuurzaag krast door het hardboard dat omgevormd wordt tot een schaduwleger'. De jongen heeft zijn vader nooit gekend.

De naamloze hoofdpersoon heeft wel een vader, iemand die in Indonesië heeft gevochten. Ze ziet hem op een avond als ze niet kan slapen als een idioot door de kamer kruipen en zijn hoofd onder het tapijt stoppen.

Dit verhaal wordt verteld in flash backs door een vrouw die, ergens in de jaren zeventig of tachtig, met haar dochter een vredeskamp bezoekt en daar, oog in oog met echte soldaten, bevangen wordt door een angst die even onnodig als begrijpelijk is.

Van een verhaal als 'La vida suena' zullen mij waarschijnlijk alleen een paar mooie zinnen bijblijven. 'Wat ik zoek, wat ik precies zoek, weet ik niet, alleen dat het iets volledigs is; iets puurs dat zich plotseling in momenten openbaart en dan even plotseling heimwee wordt.' Of: 'Vroeger, allerlei soorten vroeger, kwamen s nachts bovendrijven.' Zulke zinnen zijn van meer belang dan de gebeurtenissen. Uit de tekst valt op te maken dat de vrouwelijke hoofdpersoon haar irritante minnaar in een schuur opsluit en van dorst laat omkomen, maar dat doet er niet wezenlijk toe, alleen de sfeer en de taal tellen.

Het mooiste blijft 'Groot portret van het water', een ode aan Nescio's Japie die van de brug stapte maar nooit had mogen sterven, een ode aan dichters en dromers die bonzen op de poort van de taal en zwijgen aan de oevers van het kenbare. Prachtig. Pamela Koevoets overtreft met dit werk haar eerdere bundels en haar roman Bazen en slaven.

    • Elsbeth Etty