Zuidkoreaanse conglomeraten willen 'de mensheid dienen'

De economie van Zuid-Korea wordt sinds jaar en dag beheerst door de chaebols, grote industrieconglomeraten. Ontstaan tijdens het militair bestuur (1961-1988), konden deze bedrijven hun activiteiten vrijwel grenzeloos uitbreiden. Maar Zuid-Korea is nu een democratie en daarin gelden andere spelregels. De topmannen van de chaebols moeten zich daarom dezer dagen voor de rechter verantwoorden voor het verleden. Portret van een megawereld.

Een spandoek boven de toegangspoort van de Daewoo-autofabriek in Pupyong, vlakbij de hoofdstad Seoul: 'Heb ons land lief, heb onze onderneming lief'. De spreuk verwoordt alles waar Zuid-Korea voor staat: een innige verstrengeling van bedrijfsleven en natie. Het appelleert aan het sterk ontwikkelde gevoel van saamhorigheid, toewijding en nationalisme onder de Koreanen. Voor bedrijf en vaderland!

Voor bezoekers op het hoofdkantoor verzorgt Daewoo een gladde diapresentatie, waarin vooral wordt benadrukt dat het concern er is voor “het dienen van de mensheid”. Daewoo als welzijnsinstelling, niet als kapitalistische veelvraat, dat is het imago dat Kim Woo Choong, de grondlegger en huidige voorzitter, graag wil achterlaten. Evenals Hyundai is Daewoo actief in vrijwel alle bedrijfstakken, variërend van de scheepsbouw, chemie en auto-industrie tot textiel, elektronica, bouw, telecommunicatie, financiering, verzekeringen en de vrijetijdsindustrie. Daewoo betekent 'groot universum', een passend pleonasme.

Lee Jung Seung is manager aan het 'bureau van de voorzitter van de Daewoo Group', het moederbedrijf. Hij draagt, zoals de meeste executives van zijn bedrijf, over zijn kostuum het uniforme marineblauwe Daewoo-jack. Lee is geboren in 1950, aan het begin van de Koreaanse oorlog (1950-1953) en een typische vertegenwoordiger van zijn generatie. “Als kind heb ik honger meegemaakt, we hadden niets. Dankzij hard werken zijn we er bovenop gekomen.” Lee begint 's morgens om 8 uur en verlaat zijn kantoor meestal niet voor 10 uur 's avonds en dat zes dagen per week.

Lee's grote voorbeeld is Kim Woo Chong, die wordt aangesproken als 'Voorzitter Kim'. In zijn boek 'Elke straat is geplaveid met goud' zette Kim in 1992 “de weg naar het echte succes” uiteen. Wanneer hij over zijn eigen bedrijf spreekt, heeft Kim het liefkozend over het Daewoo-gezin. Het is een opschepperig boek, dat bol staat van onbegrijpelijke aforismen zoals 'Het leven begint met een vergadering'; 'Het doel van de ondernemer is om niet dik te worden'; 'Grote mogelijkheden vloeien voort uit rigoureuze plichten'. Maar het is een feit dat Kim Woo Choong in amper 25 jaar een bloeiend industrieel imperium heeft weten op te bouwen. Kims belangrijkste levensfilosofie is helder: “Ik werk als een idioot”, schrijft hij.

Daewoo vormt met Hyundai, Samsung en LG (vroeger Lucky Goldstar) de top vier van de chaebols. Ze worden gevolgd door een dertigtal kleinere. De grote vier zijn inmiddels uitgegroeid tot multinationals. Nadat ze eerst hun verkopen internationaliseerden, hebben ze nu ook in hoog tempo buitenlandse produktiecentra opgezet, om dichter bij de afzetmarkten te zitten en omdat de loonkosten in Zuid-Korea sterk zijn gestegen.

De buitenlandse investeringen van Daewoo springen het meest in het oog, omdat Kim Woo Choong er een groot behagen in schept daar te gaan zitten waar geen weldenkende ondernemer naar toe zou gaan. Zo opent Daewoo dit jaar een grote autofabriek in Oezbekistan (200.000 auto's per jaar) en over twee jaar in Roemenië (eveneens 200.000 auto's). Ook Samsung spreidt zijn produktie over de hele wereld.

Hyundai pakt het voorzichtiger aan en concentreert zijn industrieën voorlopig in Zuid-Korea en de Verenigde Staten. Het kloppend hart van Hyundai ligt in de havenstad Ulsan, aan de zuidoost-kust van het Koreaanse schiereiland. Ulsan is een uitgestrekte, non-descripte stad met een miljoen inwoners, die vrijwel geheel in dienst staat van Hyundai.

De autofabriek daar is de grootste in zijn soort. Nergens anders worden op één plek zoveel auto's gemaakt, zegt de pr-man. Vorig jaar 1,4 miljoen, en over vier jaar moeten dat er 2 miljoen worden. De grootte van de bedrijfshallen gaat de menselijke maat te boven. Honderden meters loods, dertig tot veertig meter hoog, waar in een vrijwel geheel geautomatiseerde produktielijn elke minuut een kant en klare auto wordt afgeleverd. De robots die de auto's maken, zijn afkomstig van de zware industrie van Hyundai.

Vlak aan de kust liggen, ten dele op ingepolderd land, de scheepswerven van Hyundai. Hier moet de pr-man van Hyundai zijn superlatieven even voor zich houden, want in Japan hebben ze nog grotere werven. “Maar ook op dit gebied zullen we eens de grootste zijn”, zegt hij.

De chaebols ontstonden in de jaren zestig en zeventig door toedoen van de toenmalige militaire regeringen. De politiek van Zuid-Korea werd na de Koreaanse oorlog tot begin jaren negentig gedomineerd door het leger, dat afwisselend door militaire staatsgrepen en schijnverkiezingen aan de macht was. De belangrijkste drijfveer achter het versterken van Zuid-Korea was de aanhoudende dreiging vanuit het communistische Noord-Korea.

Het noorden herstelde zich onder de bezieling van de 'Grote Leider' Kim Il Sung aanvankelijk veel sneller dan het zuiden. Begin jaren zestig stond de strak centraal geleide economie van de Democratische Volksrepubliek Korea (Noord-Korea) er aanmerkelijk beter voor dan die van de Republiek van Korea (Zuid-Korea) en dat was iets dat de Zuidkoreaanse militairen omwille van de veiligheid en uit prestigieuze overwegingen niet over hun kant konden laten gaan.

De Zuidkoreaanse evenknie van Kim Il Sung, generaal Park Chung Hee - hij was aan de macht van 1961 tot 1979 toen hij door het hoofd van de Zuidkoreaanse geheime dienst werd vermoord - was de architect van de sterke (Zuid-)Koreaanse staat waarin innige samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven vooropstond.

Daarin paste het stimuleren van grote, overzichtelijke ondernemingen. De chaebols ontstonden in die tijd als voortzetting van bestaande bedrijven (Samsung, Ssanyong, LG, Hyosung, KIA) of ze werden door ondernemende geesten opgericht, zoals onder andere Daewoo en Hyundai. Hoewel Zuid-Korea onder de generaals een markteconomie was en het vrije ondernemerschap werd gewaarborgd, beslisten de militairen veelal welk bedrijf welk produkt moest maken.

De chaebols zijn alle via een zelfde structuur opgebouwd. Het zijn familiebedrijven, waarvan de aandelen voor het grootste deel in handen zijn van de familie. De moederbedrijven waken als een kloek over hun dochters. Eventuele verliezen in de ene sector worden gecompenseerd met winst uit de andere. In bedrijfstermen gaat het om zeer ontwikkelde bedrijven die werken met geavanceerde technieken onder een modern management. Samsung, Hyundai, Daewoo en LG bieden samen aan slechts 3 procent van de Zuidkoreaanse arbeiders werk, maar ze zijn goed voor 30 procent van de produktie in Zuid-Korea. Van de Zuidkoreaanse export nemen de vier 60 procent voor hun rekening.

Door keihard te werken wist het sterk op de export gerichte Zuidkoreaanse grootkapitaal binnen één generatie het land van diepe armoede op te krikken tot een rijk land dat op de drempel staat van toetreding tot de OESO. Met een Bruto Nationaal Produkt van om en nabij de 400 miljard dollar behoort Zuid-Korea nu tot de wereldeconomieën. Aan de groei lijkt voorlopig geen einde te komen; vorig jaar was dat 9,9 procent.

Koreanen zijn een trots volk, zeer overtuigd van zichzelf en zeer ambitieus. De militairen en de chaebols konden zover komen met hun economische plannen dankzij deze instelling. Lee Jung Seung van Daewoo omschrijft onverbloemd de tomeloze ambities van de Koreanen: “We willen West-Europa, Amerika en Japan inhalen en dat kunnen we ook. We hebben de juiste instelling en daadkracht en we zijn zeer slim.”

Het grootste genoegen zouden de Koreanen smaken in een overwinning op de Japanners. “We houden niet van Japan en van de Japanners, beter gezegd: we haten hen. We willen hen voorbijstreven op alle terreinen: economisch, cultureel en militair”, zegt Lee, al erkent hij knarsetandend dat Japan de Koreaanse industrie na 1953 in belangrijke mate heeft geholpen. Hij verwacht dat de Koreaanse auto-industrie in het jaar 2010 op de Amerikaanse na de grootste zal zijn en dus groter dan die van Japan. Met satanisch genoegen spreekt Lee over de economische problemen waarmee Japan thans te kampen heeft.

Samsung stelt zich veel diplomatieker op. Een woordvoerder zegt: “We hebben groot respect voor het Japanse niveau van service en kwaliteit. Dat willen wij evenaren om toe te treden tot de rijen van leidende industrielanden.” Maar hij voegt eraan toe: “Eigenlijk zijn wij veel meer westers georiënteerd dan de Japanners. Met ons is het beter zaken doen dan met hen.”

Met de omzet- en winstcijfers gaat het de chaebols dertig jaar na hun ontstaan nog altijd voor de wind, maar er is wel iets veranderd in Zuid-Korea. In 1988 kwam met Roh Tae Woo voor het eerst in decennia een democratisch gekozen president aan de macht. Roh, een ex-generaal, had weliswaar nauwe banden met zijn militaire voorgangers, maar zijn vrije verkiezing was een feit. In feite was Roh een overgangsfiguur, de echte verandering begon bij de eerste burgerpresident, Kim Young Sam, die Roh in 1993 opvolgde. Kim had onder andere beloofd dat hij al te innige banden tussen bedrijfsleven en politiek zou verbreken en de economische besluitvorming als geheel doorzichtiger zou maken.

Pas eind vorig jaar kwam dit voornemen uit de verf, toen met een aantal wetswijzigingen een grotere openbaarheid van bestuur werd gegarandeerd. Daardoor kon een boekje worden opengedaan over de samenwerking tussen leger en politiek in het recente verleden. Er volgden onthullingen over vele miljoen dollars aan smeergeld die de chaebols aan Roh en zijn voorgangers bleken te hebben verstrekt. Roh, die dit heeft toegegeven, zit hiervoor sinds medio november in de gevangenis, in afwachting van een veroordeling.

De topmensen van de chaebols zijn niet gearresteerd, maar wel aangeklaagd. Deze week hoorde Kim Woo Chong van Daewoo vier jaar cel tegen zich eisen en Samsung-voorzitter Lee Kun Hee drie jaar. Evenals de politici hebben de ondernemers ruiterlijk toegegeven destijds geld te hebben verstrekt. Ze zeggen er achteraf spijt van te hebben, maar in die tijd was het geven van steekpenningen gebruikelijk. Een woordvoerder van Samsung noemt het “overlevingsbelasting”. De bedrijven hadden onder de militaire regeringen geen andere keus dan te werken met 'donaties' in ruil voor het verkrijgen van licenties of concessies.

Aan het Koreaanse fanatisme en nationalisme doen de politieke ontwikkelingen en de kritiek op de chaebols niets af. De Koreanen zien de huidige situatie als een interne affaire, aLs een systeem dat tot volwassenheid komt.

Uiteindelijk staat het beoogde resultaat voorop en dat is een sterk Korea. Ook hierin is Daewoo-topman Kim voor veel Koreanen het lichtend voorbeeld. Kim houdt de mensen voor dat het doel van al dat harde werken niet het vergaren van rijkdom is. “In bezit ben ik niet geïnteresseerd”, schrijft hij in zijn boek. “Ik ben een hard-core workaholic om de vreugde van het resultaat voor mijn bedrijf” - en voor mijn bedrijf kan men ook Korea lezen.

    • Lolke van der Heide