Verpleeghuis wil voortvarend verder

GRONINGEN, 1 FEBR. Geriatrisch verpleeghuis Vliethoven in Delfzijl kan zich niet vinden in grote delen van een rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. “Wat in Vliethoven is gebeurd, kan overal gebeuren”, zegt bestuursvoorzitter P. Beishuizen. Directeur B. Kuiper overweegt niet om op te stappen. Het bestuur heeft “voldoende vertrouwen” in hem.

In een gisteren openbaar gemaakt rapport over de zaak 'Martha U.' stelt de Inspectie voor de Gezondheidszorg Vliethoven verantwoordelijk voor de omstandigheden die er toe hebben geleid dat een 42-jarige ziekenverzorgster waarschijnlijk negen patiënten om het leven heeft gebracht. Hoewel de organisatie niet als de oorzaak van het handelen van de 'Engel des Doods' is aangemerkt, velt de inspectie een hard oordeel over Vliethoven. De directie, het bestuur en artsen hebben gefaald door onduidelijke verhoudingen in de zorgverlening te laten voortduren.

De ziekenverzorgster uit Farmsum bekende in september tussen 1992 en 1995 negen mensen met insuline-injecties te hebben gedood. Later trok ze een deel van de bekentenis in. Ze werd in december voor vier moorden vervolgd. De rechtszaak werd aangehouden omdat het psychiatrisch onderzoek van onvoldoende kwaliteit was. Een nieuw onderzoek begint vandaag in het Utrechtse Pieter Baancentrum.

De inspectie onderzocht ook nog twee verdachte overlijdensgevallen uit 1987. Volgens een van de advocaten van de ziekenverzorgster, H. Anker, zijn in het strafonderzoek nog meer dan de elf overlijdensgevallen onderzocht. Hoeveel verdachte gevallen er zijn, wil hij niet zeggen. Anker is niet verrast door de uitkomsten van het rapport. “In het strafdossier kwamen de omstandigheden in Vliethoven ook naar voren.” Hij zal het rapport in zijn pleidooi gebruiken om een goed beeld van de situatie te schetsen. “Maar wij zijn reëel. Martha is verantwoordelijk voor haar eigen daden.”

Regionaal inspecteur J. van Veldhuizen begon gistermiddag de persconferentie met het voorlezen van een verklaring van de nabestaanden waarin zij hun waardering uitspreken voor “het overig personeel” van Vliethoven. Daarna somde Van Veldhuizen de conclusies van het rapport op. In Vliethoven werden onnodig grote hoeveelheden insuline in een koelkast bewaard waar iedereen zo maar bij kon, er was onvoldoende overleg tussen artsen en andere disciplines en artsen onderling, de verantwoordelijkheden waren onduidelijk en het gehanteerde zorgmodel was vaag. In die situatie kon de ziekenverzorgster ongestoord haar gang gaan. Volgens het rapport stond ze als “een zeer bekwaam en gemotiveerd ziekenverzorgende” bekend, maar ze had geen goede functiebeschrijving en overlegde weinig met collega's. Ondanks periodes van ziekte, langer durend verlof en de door haar geuite twijfels over haar geschiktheid als afdelingshoofd werd haar solitaire positie niet opgemerkt.

Eén arts heeft in zijn reactie op verdachte overlijdensgevallen gefaald, aldus Van Veldhuizen. Deze arts is anderhalf jaar geleden om persoonlijke redenen met zijn werk in Vliethoven gestopt. Een andere arts, die nog wel in Vliethoven werkt, reageerde “in toenemende mate adequaat”, maar ook deze persoon wordt onprofessioneel gedrag verweten. Van Veldhuizen wilde geen mededelingen over eventuele tuchtrechtelijke vervolging doen, omdat met openbaarheid een zaak niet ontvankelijk verklaard kan worden. Het openbaar ministerie ziet geen aanleiding tegen de leiding van Vliethoven strafvervolging in te stellen.

De organisatorische problemen deden zich al langer voor in Vliethoven. Een van de afdelingen stond al eens onder verscherpt toezicht van de inspectie. Volgens de inspectie was vanaf 1994 weer een opgaande lijn te bespeuren. Een oud spanningsveld tussen behandel- en consultatiedienst toont zich echter opnieuw in aspecten van visie en dienstverlening, aldus de inspectie.

De leiding van Vliethoven, die een pr-adviseur heeft ingeschakeld, neemt hier afstand van. Volgens voorzitter Beishuizen is voortvarend begonnen met het huidige beleidsplan dat in maart van dit jaar is vastgesteld. Ten aanzien van de kritiek op de artsen zegt Vliethoven dat in 1994 in het medische team een reorganisatie is doorgevoerd, waarbij drie nieuwe artsen zijn aangenomen. “De huidige medische staf valt niets te verwijten”, aldus directeur Kuiper. Ook zou in Vliethoven voldoende een klimaat voor “intercollegiale toetsing” zijn. Vliethoven erkent wel dat de ziekenverzorgster zich in een afgezonderde positie bevond. Directeur Kuiper zegt zich “tot op zekere hoogte” schuldig te voelen voor wat er in zijn verpleeghuis is gebeurd.

De inspectie gaat met het bestuur en artsen van Vliethoven het rapport bespreken. Daarna moet het bestuur binnen enkele weken een overzicht van voorgenomen beleid overhandigen. Mogelijk in overleg van de minister Borst (volksgezondheid) wordt dan bekeken of Vliethoven zijn erkenning houdt.

Volgens geneeskundig hoofdinspecteur G. Siemons is Vliethoven geen graadmeter voor de Nederlandse verpleeghuiszorg. “De mensen kunnen zich in onze verpleeghuizen veilig voelen. Dit soort gebeurtenissen is buitengewoon zeldzaam.” Hij pleit wel voor meer aandacht voor de geneesmiddelendistributie.

    • Herman Staal