Verleden (3)

Het artikel 'De wet van het uitdovend verleden' van Thijs Pollmann in Wo van 11 januari heb ik met toenemende verbazing gelezen. In dit artikel wordt tussen twee grootheden een wetmatig wiskundig verband gepresenteerd. De ene grootheid is een tijdvak (een jaar, decennium of eeuw) en de andere grootheid het aantal keer dat het betreffende tijdvak in bepaalde bestanden voorkomt. De grootheden worden x en y genoemd en vervolgens uitgezet in een grafiek, waarna op mysterieuze wijze een volstrekt willekeurige formule voor x en y, met in de formule een al even mysterieuze en niet expliciet gegeven constante C, wordt gepresenteerd, die de meetgegevens redelijk (?) beschrijft. Diezelfde formule wordt daarna tot wet uitgeroepen. De auteur doet dat pas nadat hij eerst heeft opgemerkt dat in de meetgegevens een halveringstijd kan worden herkend. Mooi! Helaas weet de auteur kennelijk niet dat halveringstijden leiden tot wat bekend staan als exponentiële verbanden, terwijl zijn met veel bombarie als wet gepresenteerde formule een algebraisch verband geeft. In dit licht bezien is het ook niet verbazend dat voor een andere collectie gegevens waarvoor de wet niet werkt, ineens een andere, eveneens willekeurige formule wordt gefit, wederom met een niet expliciet gemaakte constante. Dit leidt dan tot de vraag (en hier wist ik niet meer of ik moest huilen of lachen) waar toch de knik bij 1910 vandaan komt.

    • Ru Leiden
    • Joost Hulshof
    • Fac. Wiskunde