Verleden (2)

Pollmann heeft in Wo (11 jan.) een verband gesignaleerd tussen de mate van aandacht voor het verleden en de hoeveelheid tijd tussen dat verleden en het heden: de wet van het uitdovend verleden. Hij vond dit verband door analyse van een bepaald corpus taalmateriaal. Hij brengt dat in verband niet zozeer met een proces van vergeten, maar met het vermogen van de menselijke geest om aandacht te schenken aan 'dingen van het niet-heden' een psychologisch mechanisme dus. Hij vindt dat de intensiteit van de aandacht voor het verleden een halveringstijd te zien geeft van circa twaalf jaar, wat hij verrassend snel vindt.

Het is interessant om hierbij allereerst op te merken dat die verdwijnende aandacht zich niet alleen tot verleden fenomenen behoeft uit te strekken maar ook geldt voor toekomstige, en ten tweede dat een halveringstijd van twaalf jaar helemaal niet zo verrassend is als Pollmann denkt. In de economische literatuur kent men het verschijnsel 'tijdvoorkeur': de waarde van een toekomstige gebeurtenis heeft vandaag een betekenis (de 'contante waarde') gelijk aan die toekomstige waarde verkleind met een disconteringsfactor ter grootte van 1 gedeeld door (1 + v), waarin v de tijdsvoorkeur is (als percentage) en t het aantal jaren tussen nu en de gebeurtenis.

Voor relevante waarden van v levert dit bij benadering een hyperbolisch verband op tussen de sterkte van de tijdsvoorkeur v en de lengte van de halveringstijd h: v x h = 0,72 (v ligt op voor Westerse economieën tussen 5 en 10 procent).

Subtitutie van de door Pollmann gevonden halveringstijd van twaalf jaar levert een impliciete tijdsvoorkeur op van zo'n 6 procent, hetgeen voor economen een volstrekt geloofwaardige uitkomst oplevert. Overigens brengen economen dit fenomeen van een 'uitdovende toekomst' in verband met zaken als onzekerheid, verwachting omtrent toekomstige welstand en ongeduld. En tijdens de borrel hebben ze er vaak geen goed woord voor over.

Pigou kwalificeerde tijdvoorkeur al in 1920 als 'defective telescopic faculty'; Page in 1977 als 'dictatorship of the present'. Hoe we er ook over mogen denken, tijdvoorkeur, of om met Pollmann te spreken: uitdovend verleden, heden of toekomst - het zit tussen onze oren, zo niet in onze genen en we hebben er rekening mee te houden.