Verder bezuinigen enige keuze voor redding muntunie in '99

AMSTERDAM, 1 FEBR. Na de speculaties nu het rekenwerk. De stroom van onheilstijdingen over de Europese economie maakte de afgelopen weken een nieuwe golf van uitspraken los over mogelijk uitstel van de Economische en Monetaire Unie (EMU) tot na de afgesproken startdatum van 1999.

Maar wat is de invloed van een economische vertraging op de kansen voor de Europese lidstaten om over het 'peiljaar' 1997 te voldoen aan de eisen voor toetreding. De twee voornaamste eisen zijn een begrotingstekort van maximaal 3 procent van het bruto binnenlands produkt (bbp) en een staatsschuld van maximaal 60 procent van het bbp - of dalend in een 'bevredigend tempo' richting die 60 procent.

Minder economische groei betekent lagere belastinginkomsten voor de staat en hogere sociale uitgaven. Nadat de Duitse regering eerder al meldde dat het begrotingtekort over 1995 onverwacht hoog uitkwam op 3,6 procent, werd eind vorige week bekend dat ook in 1996 de norm niet zal worden gehaald. Hoofdoorzaak is de lage economische groei van 1,5 procent die dit jaar in Duitsland door het kabinet-Kohl zelf wordt voorzien.

Ook in Frankrijk, waar nog steeds een officiële groeiraming van 2,8 procent in 1996 wordt gehanteerd, zal de economische groei dit jaar niet boven de twee komen, zo luidt de consensus op de financiële markten. Dat bemoeilijkt het streven van de regering-Juppé naar een begrotingstekort van 5 procent in 1995 (dat volgens de Franse pers al met de nodige kunstgrepen moest worden bewerkstelligd) naar 4 procent dit jaar en de vereiste drie procent in 1997.

De Amerikaanse effectenbank Goldman Sachs rekende onlangs het effect van de verslechterde economische vooruitzichten in Europa door. Vooronderstelling daarbij is de huidige groeipauze in de Europese conjunctuur, die volgend jaar weer over is. Dat betekent een economische groei van 1,5 procent dit jaar in Duitsland, die volgend jaar aantrekt tot 2,2 procent. Voor Frankrijk zijn die cijfers 1,8 procent dit jaar en 2,8 procent volgend jaar. De totale EU komt uit op een economische groei van 1,9 procent dit jaar en 2,6 procent volgend jaar.

In dit scenario, dat uit gaat van een 'groeipauze' in de Europese conjunctuur, halen van de negen onderzochte lidstaten alleen Denemarken en Nederland de twee EMU-eisen. Luxemburg en Ierland, die niet in het onderzoek zijn meegenomen, mogen ook worden verondersteld te voldoen. België, het grootste schuldenland in de EU, is niet onderzocht, maar zal bij ongewijzigd beleid grote moeite krijgen om de criteria te halen.

De overschrijding van Duitsland en Frankrijk in 1997 is, met respectievelijk een tekort van 3,3 procent en 3,4 procent, overigens bescheiden. Vandaar dat de opmerking van de Franse oud-president Giscard d'Estaing vorige week dat de tekorten milder zouden moeten behandeld in het licht van de conjuncturele ontwikkeling niet eens zo ongehoord is als de reacties vorige week vanuit Parijs en Bonn deden vermoeden. Volgens Goldman Sachs is de kans groot dat, wanneer beide landen in 1997 een geloofwaardig plan hebben om het tekort in 1998 onder drie procent te krijgen, de Europese Commissie de tekorten over 1997 niet als 'excessief' zal bestempelen. Hetgeen een impliciete goedkeuring inhoudt, waarna de muntunie met beide landen van start kan in 1999. De kans dat de muntunie op tijd doorgaat schatten de onderzoekers van de bank nog altijd op 55 procent.

De adder onder het gras is dat de economische groei verder kan tegenvallen, en de gevreesde mini-recessie in de EU-landen daadwerkelijk plaatsvindt. Daarom is ook een berekening gemaakt waarbij de Europese economie over 1996 en 1997 in totaal een procent minder expandeert dan in het eerste scenario. Gemiddeld heeft dat een hoger begrotingstekort van 0,5 procent tot gevolg. Daarbij moet dan ook een lagere stand van de rente op zowel langlopende als kortlopende leningen worden ingecalculeerd. De inflatie zal lager blijven en de ruimte voor verdere officiële renteverlagingen is groter. De rentelast over de nieuw afgesloten staatsschuld wordt dus lager wanneer de economische groei verder tegenvalt. Het effect daarvan, een lager tekort van gemiddeld 0,3 procent in de EU, verschilt sterk per lidstaat. Het is afhankelijk van de hoogte van de schuld, en dus de relatieve grootte van de jaarlijkse rentelast. Maar ook de looptijd van de schuld is van belang. Bij een looptijd die, zoals in Nederland en Duitsland, de laatste jaren sterk is verlengd, treedt er een aantal jaren van windstilte op bij het aflossen van aflopende leningen. Daar is de extra bate als gevolg van een procent minder hoge rente 0,1 procent van het bbp. In het geval van Italië, waar een groot deel van de toch al enorme schuld kortlopend is en jaarlijks met worden 'ververst', is het effect veel groter, zo'n 0,9 procent van het bbp. Het effect is zo extreem dat het nadeel van een lagere economische groei voor het begrotingstekort in Italië meer dan gecompenseerd wordt door het bijbehorende voordeel van lagere rente.

Het resultaat van het lage groei-lage rentescenario is dat uitgezonderd Denemarken geen van de onderzochte landen meer aan het begrotingscriterium voldoet in 1997 en zowel Duitsland als Frankrijk de 4 procent naderen.

Meer bezuinigingen, of een extra economische impuls, zijn in allebei de scenario's nodig om zowel Frankrijk als Duitsland aan de EMU-eisen te laten voldoen. Martin Brookes, bij Goldman Sachs een van de samenstellers van het rapport, zegt vanuit Londen weinig te verwachten van het gezamenlijke initiatief voor stimulering van de groei dat dinsdag in Parijs en Bonn werd aangekondigd. “Onze raming blijft hetzelfde.” Waarmee weinig anders rest dan verdere bezuinigingen om de hoop op de muntunie in 1999 levend te houden.

    • Maarten Schinkel