Veel zware metalen in uiterwaarden door hoog water van 1993

Ruim een kwart van zware metalen die de Rijn tijdens de hoge waterstanden van Kerstmis 1993 meevoerde, is in de uiterwaarden afgezet. Voor de Waal kwam dat neer op 184 ton zink, 46 ton lood, 30 ton koper en 1 ton cadmium. Dit blijkt uit onderzoek van drs. N.E.M. Asselman en drs. H. Middelkoop van de vakgroep fysische geografie van de Universiteit Utrecht, waar Middelkoop deze zomer hoopt te promoveren.

De geografen onderzochten ook uiterwaarden langs de Maas, die in 1993 en 1995 buiten haar oevers trad. Precieze getallen over de Maas kunnen zij niet geven bij gebrek aan gegevens over de hoeveelheid afgezet sediment. Wel zijn de concentraties zware metalen in het slib langs de Maas hoger dan die langs de Waal.

Asselman en Middelkoop hebben tien uiterwaarden langs Waal en Maas bemonsterd. “Dat hebben we gedaan met slibmatten die we op regelmatige afstanden in rechte lijnen tussen de rivier en de winterdijk hebben neergelegd”, zegt Nathalie Asselman. Slibmatten zijn te vergelijken met deurmatten van een halve meter in het vierkant. “Daarvan hebben we er een kleine duizend bij een fabrikant van tennisgras besteld. Toen we van Rijkswaterstaat een seintje kregen dat er hoog water was te verwachten, hebben we die uitgelegd.” Vastgenageld is een beter woord, want er kwamen lange spijkers aan te pas.

Het verzamelen van de matten nam een maand in beslag. “Op sommige matten had zich een dikke laag zand of modder afgezet”, aldus Hans Middelkoop, die inmiddels bij het RIZA werkt. Op sommige, die vlak naast de rivier lagen, zelfs dertig centimeter. “Alle matten hebben we opgerold, in een vuilniszak gestopt en in het laboratorium schoongespoeld. Nadat het slib was gedroogd en gewogen, hebben we de korrelgrootte-verdeling, het percentage organische stof en het gehalte zware metalen bepaald.”

Er zijn kaarten gemaakt waarop het patroon van de sediment-accumulatie is weergegeven. Het blijkt van belang of er een zomerkade door de uiterwaard loopt of niet. Middelkoop: “Is die afwezig, dan zie je een afname van de dikte van de sedimentlaag in de richting van de winterdijk. Ligt er wel een kade, dan hangt het er van af, waar het water over die kade stroomde. Achter dat punt vind je een waaier die bijna geheel uit slib bestaat. Zand wordt niet in de bovenste laag van het water getransporteerd, waardoor het niet mee over zo'n kade gevoerd kan worden.”

Volgens Asselman en Middelkoop is het onderzoek van belang voor natuurontwikkelingsprojecten. “Het is nu is beter te voorspellen wat de gevolgen zijn van het doorsteken van zomerkaden. Verder kun je antwoord geven op vragen als hoe snel het winterbed wordt opgehoogd door sedimentatie. En je weet dat je rekening moet houden met een behoorlijke vervuiling, ook al is de Rijn de laatste jaren schoner geworden. De lozingen mogen dan minder zijn, in de onderwaterbodems zelf zit blijkbaar nog heel wat opgeslagen.”