Strengere regels in vrije beroepen tegen onderwereld

DEN HAAG, 1 FEBR. Het volstaan met richtlijnen voor advocaten en notarissen om criminele organisaties buiten de deur te houden, is volgens de commissie-Van Traa onvoldoende. De Orde van Advocaten en de Koninklijke Notariële Broederschap hebben dergelijke spelregels al opgesteld, maar de commissie-Van Traa wil dat de organisaties verder gaan en maatregelen nemen om hun leden minder aantrekkelijk te maken voor criminele organisaties. Een van de richtlijnen die de Orde van Advocaten heeft opgesteld is dat hetadvocaten verboden wordt contante betalingen van meer dan 25.000 gulden te accepteren.

Aanleiding voor het opstellen van de richtlijnen was het verhoor van korpschef J. Wilzing van de regiopolitie IJsselland op 6 september. Bij zijn verhoor kwam een lijst aan de orde met 29 namen van corrupte advocaten en notarissen. Wilzing benadrukte bij zijn verhoor dat het lijstje meer een geheugensteuntje was dan een systematisch bijgehouden overzicht van criminele advocaten of notarissen. “Het is een lijstje van casussen van financiëel-economische criminaliteit, waarbij elke keer staat: advocatenkantoor zus en zo, notarissenkantoor dit en dat (is er bij betrokken, red.).”

Volgens een onderzoek van hoogleraar criminologie H. van de Bunt, dat in opdracht van de enquêtecommissie werd verricht, waren bij de Centrale Recherche Informatie (CRI) in 1995 veertig 'criminele contacten' bekend van advocaten. Zesentwintig daarvan werden bevestigd door politieregio's bij wie Van de Bunt navraag deed. Uiteindelijk constateerde de hoogleraar zes gevallen van verwijtbare betrokkenheid. De enquêtecommissie vroeg Van de Bunt een voorbeeld te geven van die verwijtbaarheid. “Stel een advocaat wordt gevraagd om een bepaalde procedure te voeren met betrekking tot een bepaalde som geld. Hij kan weten dat er met dat geld iets loos is, maar laat na om te verifiëren of wat zijn cliënt hem zegt wel klopt. Die advocaat is volgens mijn definitie verwijtbaar betrokken bij die handeling.”

De Financiële Politiedesk van de Nederlandse recherche heeft dertien verwijtbare betrokkenheid van notarissen geconstateerd. Het eindrapport geeft een voorbeeld van een notaris die weet dat er iets niet deugt, maar er geen actie tegen neemt. “Een notaris passeert op een dag driemaal een transportakte met betrekking tot hetzelfde pand waarbij de waarde toeneemt van 7 naar 14 naar 21 miljoen gulden. De notaris verrichtte de ambtelijke dienstverlening zonder meer.”

Volgens Van de Bunt heeft de Notariële Broederschap een 'vertrouwensnotaris' in het leven geroepen, waaraan collega's die iets “niet vertrouwen of ergens mee zitten hun ervaringen kwijt kunnen”.

De enquêtecommissie concludeert dat de vrije beroepen als advocaten en notarissen niet structureel betrokken zijn bij georganiseerde misdaad. Het blijft bij incidentele gevallen, maar het aantal incidenten is wat de commissie betreft verontrustend. Bovendien is elk incident er één te veel. “Want de hele beroepsgroep kan erdoor in gevaar komen”, aldus het eindrapport. De commissie vreest dat daardoor “een politieke discussie ontstaat over de noodzaak van afschaffing van het verschoningsrecht of de geheimhoudingsplicht voor advocaten en notarissen”.