Straffen is niets voor aannemers

Dat de Nederlandse handelsgeest onovertroffen en creatief is, besefte ik reeds tijdens de geschiedenislessen op de middelbare school, en andermaal toen ik het interview met L. Burgers las (NRC HANDELSBLAD, 27 januari). Deze aannemer heeft de afgelopen jaren voor 240 miljoen gulden aan opdrachten voor gevangenisbouw in de wacht gesleept.

Aanvankelijk gingen zijn plannen verder. Hij had geanticipeerd op de privatisering van het gevangeniswezen. Voorlopig staan deze plannen in de ijskast. Het principiële argument tegen privatisering is niet te weerleggen: strafrechtstoepassing is een centrale overheidstaak. De regering moet directe verantwoordelijkheid blijven dragen voor de van overheidswege georganiseerde inbreuken op mensenrechten en de fundamentele vrijheden. In zoverre is de huidige vorm van agentschappen al misplaatst. Met het agentschap wordt uitdrukkelijk beoogd de ministeriële verantwoordelijkheid voor de dagelijkse gang van zaken (lees: de behandeling van gedetineerden) te verkleinen door tussen het veld en de minister meer zogenaamde zelfstandige schakels te plaatsen.

Burgers' bedrijf Penitentiary Lease and Construction b.v. heeft inmiddels bij de lagere overheid hier en daar voet aan de grond gekregen. Burgers adviseert onder meer de gemeente Rotterdam en jawel, vanuit die hoek komen voorstellen voor een stadsgevangenis om junks in op te sluiten. Voorts is hij erin geslaagd om zijn eigen lobby in naam en opdracht - en daarmee ongetwijfeld ook op kosten - van de provincie Groningen te voeren: hij moet in het Haagse circuit de overlastproblemen waar de provincie mee tobt onder de aandacht brengen. De exploitatie van penitentiare inrichtingen van lagere overheden zullen zonder twijfel niet door die overheden zelf ter hand worden genomen. Over de tenuitvoerlegging en de 'nazorg' heeft Burgers dan ook al ideeën.

Burgers matigt zich aan dat hij, na al zoveel gebouwd te hebben, mee kan praten over de inhoud van het justitiële beleid. Gezien zijn hoofdwerkzaamheden verbaast het niet dat hij opteert voor de oplossing van meer cellen. Bedenk hierbij dat het aantal cellen in de periode 1980-1996 reeds is verviervoudigd, van 3.000 tot ruim 12.000. Dit opmerkelijk treurige resultaat van harde criminele politiek in de jaren '80 en '90 heet in het eufemistisch justitiejargon dat Nederland met het aantal gedetineerden nu op gemiddeld Europees peil zit. Zolang er expansie zit in het aantal cellen zullen de alternatieven voor repressief optreden en vrijheidsbeneming geen serieuze kans krijgen. Het is dan ook bijzonder jammer dat een van de eerste ferme beleidsvoornemens van minister Sorgdrager, om geen cellen boven het bouwprogramma van het vorige kabinet te realiseren, alweer ongedaan is gemaakt en de komende jaren in ieder geval nog 1.000 cellen zullen worden bijgebouwd.

En wat noemt Burgers creatieve oplossingen? Juist ja, meer cellen. Zijn fixatie op vrijheidsberoving van 'criminele' - overlast veroorzakende - verslaafden geeft aan dat hij ondanks zijn pretenties zich niet wenst te verdiepen in het probleem, dat primair een kwestie van gezondheidszorg en openbare orde is. Ik neem zonder meer aan dat Burgers goede ideeën heeft over de inrichting van de gebouwen, waar straffen ten uitvoer worden gelegd, maar rechtshandhaving impliceert niet altijd sancties en zeker niet altijd vrijheidsbeneming. Ons recht is rijker geschakeerd dan dat, maar daar zal een aannemer die zijn brood verdient met cellenbouw, wel niet aan willen.