Sterren in steen

Volgens de bouwkundig ingenieur Robert Bauval zijn de piramiden rond Kairo een getrouwe afspiegeling van het sterrenbeeld Orion. De egyptologen zijn niet overtuigd.

Egyptologen zijn dom volk. Ze hebben geen benul van astronomie, geologie of bouwkunde. Uit een misplaatst gevoel van superioriteit sluiten ze zich op in hun ivoren torens en terwijl om hen heen de buitenwacht baanbrekende ideeën lanceert, klampt de egyptoloog zich vast aan verouderde theorieën.

Dat was het weinig flatteuze beeld dat de AVRO-documentaire Het geheim van de piramiden, op 18 januari uitgezonden, van de academische egyptologie te zien gaf. Het ging in dat tv-programma (en in de vergelijkbare BBC-documentaire The great pyramid, op 7 januari op de Nederlandse televisie vertoond) om een nieuwe visie op de piramiden van Giza, verkondigd door de Engelse bouwkundig ingenieur Robert Bauval. Nu is de reeks piramide-theorieën lang en divers, maar niet eerder heeft er een zoveel publiciteit gekregen.

In zijn boek The Orion mystery (1994) stelt Bauval dat de 'luchtschachten' van de piramide van Cheops - die oorspronkelijk helemaal geen luchtschachten waren - door de bouwers met verbluffende precisie op bepaalde sterren zijn gericht. De relatieve posities en groottes van de piramiden van Cheops, Chefren en Mykerinos, aldus Bauval, weerspiegelden de posities en helderheden van Zeta-, Epsilon- en Delta-Orionis in het sterrenbeeld Orion. Sterker, de totale verzameling piramiden van de Vierde Dynastie zou een getrouwe afbeelding zijn van Orion en de Hyaden. En nog sterker: de situering van de piramiden van Giza ten opzichte van de Nijl zou de posities aangeven van de Orion-pendanten ten opzichte van de Melkweg ten tijde van 10.500 voor Christus.

'Oef', verzucht de Leidse egyptoloog dr. Arno Egberts, geconfronteerd met Bauvals conclusies. 'Wat moet je hier als academicus mee? De meeste vakgenoten negeren het, voor je het weet heb je een dagtaak aan dit soort polemieken. Piramidioten vormen binnen ons vak een rijke traditie. Nog niet zolang geleden beweerde er een dat de piramiden reusachtige olieopslagplaatsen zijn geweest, met obelisken als boortorens. Anderen zien in de afmetingen van piramiden het getal pi - al in de jaren twintig weerlegd - of wijzen op hun heilzame werking. Op het internet bestaan hele underground-sites met esoterici die niets anders doen dan de Egyptische en Amerikaanse piramiden, Atlantis, de Ark des Verbonds en niet te vergeten de Zondvloed met elkaar in verband brengen. Om die reden hebben egyptologen weleens de neiging de piramiden te ontvluchten.'

Koninginnekamer

Het probleem met Bauvals boek is, aldus Egberts, dat het op sommige plaatsen een zinnige bijdrage aan de egyptologie levert, maar elders beweringen doet die op pure fantasie berusten. Het idee dat de schachten op sterren gericht zijn, is niet nieuw. Al in 1964 suggereerde de egyptoloog en architectuurhistoricus Alexander Badawy dat beide schachten van de Koningskamer op Orion en de Poolster gericht waren. Het is de verdienste van Bauval ook de schachten van de Koninginnekamer, oorspronkelijk aan weerszijden afgesloten, op hun astronomische betekenis te hebben onderzocht. Daarbij werd de Engelsman te hulp geschoten door het kleine robotvoertuig van de Duitse ingenieur Rudolf Gantenbrink, die in 1993 de hellingshoeken van de schachten nauwkeurig had opgemeten. Het bracht Bauval ertoe de piramide van Cheops rond 2450 v. Chr. te dateren, iets later dan gangbaar binnen de egyptologie en volgens Egberts 'een boeiende bijdrage aan de absolute chronologie van het oude Egypte'.

Zijn de piramiden van Giza het evenbeeld van de drie sterren uit de gordel van Orion, zoals Bauval beweert? Egberts: 'De gelijkenis is treffend, maar dat zegt niets. Het wordt pas interessant als die overeenkomst ook voor de oude Egyptenaren heeft gegolden. Daarvoor moeten we in hun hoofden kijken en dat kan alleen via overgeleverde teksten en afbeeldingen. Daarin vinden we niets dat Bauval ondersteunt. Wat niet is kan komen, maar verder dan 'het zou kunnen' zou ik niet willen gaan. Bovendien: farao Djedefre, de directe opvolger van Cheops, heeft zijn piramide niet in Giza laten neerzetten maar een stuk noordelijker. Hoe valt dat te rijmen met een vooropgezet plan? Ik besef dat ik me met deze opstelling als 'standard-issue prosaic-to-the-point-of-boredom Egyptologist' afficheer, om de woorden van een Engelse collega te gebruiken, maar liever ben ik saai dan oneerlijk.'

Waar Bauval alle piramiden van de Vierde Dynastie in een astronomisch masterplan onderbrengt, overschrijdt hij volgens Egberts de grens tussen zin en onzin. 'De schachten die Bauval op het spoor van Orion hebben gezet, zijn alleen in de piramide van Cheops aangelegd, geen enkele andere piramide bezit iets soortgelijks. Bauval mag nog zo vaak roepen dat de gelijkenis met Orion en de Hyaden verbluffend is, in een recent artikel heeft de piramidekenner Legon aangetoond dat, uitgaande van overeenstemming tussen de drie piramiden van Giza en de gordel van Orion, de positie van de overige piramiden behoorlijk afwijkt. Het mag een vondst zijn via de precessie van de aardas die constellatie rond 10.500 v. Chr. te dateren, dat impliceert wel dat gedurende 8.000 jaar de herinnering eraan levend moet zijn gehouden. En dat grotendeels in een cultuur van nomaden, van jagers en vissers, de eerste 7500 jaar in afwezigheid van een schrift.'

Het probleem met Bauval is dat hij zo weinig oog heeft voor context, vindt Egberts. 'De piramiden zijn slechts één element in een complex waartoe ook tempels en graven van de Egyptische elite behoorden. Zo lag aan de oostzijde van de piramide van Cheops een dodentempel van waaruit een weg naar een daltempel liep die op zijn beurt aan water lag. Al die gebouwen hadden hun functie in het begrafenisritueel. Zahi Hawass, de autoriteit van de Egyptische oudheidkundige dienst onder wie Giza ressorteert, is bezig een systeem van terrassen bloot te leggen dat bij het complex van Chefren hoort en dat nieuwe inzichten zal opleveren over de rituelen die zich in Giza afspeelden. Bauval gaat aan deze, en andere, opgravingen voorbij.'

In het Egyptische geloof werd de farao na zijn dood gelijkgesteld met de god Osiris. In Bauvals reconstructie van het begrafenisritueel zou de mummie, voorzien van een kunstpenis, in de Koninginnekamer een weinig gekanteld zijn om via de zuidelijke schacht Sirius te bevruchten, de ster van de godin Isis. 'Pure fantasie', oordeelt Egberts. 'Deze kunstpenis, een dildo avant la lettre is door Bauval volledig uit de duim gezogen.'

April 1993 stuitte de robot van Gantenbrink op zijn speurtocht door de zuidelijke schacht van de Koninginnekamer - die tot veler verbazing verder doorliep dan verwacht - na een klim van 57,55 meter op een sluitsteen beslagen met twee langwerpige koperen plaatjes. Door toedoen van Bauval kwam het grote nieuws direct naar buiten, tot ergernis van de Egyptenaren die in dergelijke gevallen graag zelf de regie voeren. Bauval en Gantenbrink speculeerden onmiddellijk over een geheime kamer die zich achter de sluitsteen zou bevinden. Ondanks fervent aandringen zijn er sindsdien geen pogingen tot nader onderzoek ondernomen, dit terwijl Gantenbrink het technisch haalbaar acht om zijn robot via een spleet onder de sluitsteen een 'kijkoperatie' te laten uitvoeren. Egberts: 'De reden voor het uitstel ken ik niet. Tot opluchting van de egyptologen heeft Zahi Hawass onlangs op een congres in Los Angeles aangekondigd dat in mei het onderzoek naar de schachten wordt hervat. Onduidelijk is of Gantenbrink er ook dan bij betrokken zal zijn. Zijn robot staat in het British Museum.'

Het oponthoud is koren op de molen van piramide-onderzoekers die een complot vermoeden van academische egyptologen die onwelgevallige informatie willens en wetens achterhouden. Egberts: 'De esoterici hunkeren naar wetenschappelijke erkenning. Het uitblijven daarvan leidt tot frustraties die zich uiten in de vorm van beschimpingen aan ons adres. In de documentaires mochten ze vrijelijk hun gal spuwen, een gemiste kans. Waarom alleen esoterici aan het woord gelaten? Alsof wij echte egyptologen niet reuze nieuwsgierig zijn naar wat er zich achter zo'n deurtje bevindt.'