Relatie Bonn-Praag verstoord

BONN, 1 FEB. Kanselier Helmut Kohl is verantwoordelijk voor de verkoeling van de betrekkingen tussen Duitsland en Tsjechië. Omdat hij de electorale belangen van de Beierse CSU, en haar vele Sudetenduitse kiezers, hoger acht dan goede betrekkingen met Praag is het de afgelopen weken wéér niet tot de Tsjechisch-Duitse beginselverklaring gekomen die in het Europa van morgen grondslag voor de betrekkingen van beide landen moet zijn.

Deze verwijten hebben de SPD en de Groenen gisteren gemaakt aan het adres van de kanselier, die trouwens zelf niet aanwezig was bij het op initiatief van de Groenen gehouden debat. De verdediging van het regeringsstandpunt bleef nu aan minister Klaus Kinkel (FDP, buitenlandse zaken), die sinds 1992 met de regering in Praag over de beginselverklaring onderhandelt. De oppositiefracties vroegen Kohl persoonlijk te interveniëren en de tussen Tsjechië en Duitsland bestaande spanning tot Chefsache te maken.

Kern van de problemen is de vraag of de Duitse erkenning van de misdaden en het leed dat nazi-Duitsland Tsjechoslowakije heeft aangedaan tussen 1938 en 1945 in de verklaring vergezeld moet gaan van een Tsjechische erkenning dat de gewelddadige verdrijving van circa drie miljoen Sudentenduitsers na mei 1945 óók onrechtmatig was. Die verdrijving volgde op besluiten van de Geallieerden op hun Conferentie in Potsdam over de naoorlogse Europese grenzen en een decreet uit 1945 van de Tsjechoslowaakse president Edvard Benes over de onteigening van Duitse eigendommen. Dat decreet had alles te maken met de collaboratie van veel Sudetenduitsers met de nazi's nadat Hitler dankzij de overeenkomst met Frankrijk en Groot-Brittannië van 1938 in München “Duitse delen” van Tsjechoslowakije Heim ins Reich had gehaald (dat wil zeggen: had bezet).

De vooral in Beieren wonende afstammelingen van die verdreven Duitsers en hun “Sudetendeutsche Landsmannschaft” eisen een Tsjechische erkenning in de bilaterale beginselverklaring dat het decreet van Benes en de verdrijvingen onrechtmatig waren. Hun voorzitter, Franz Neubauer, maakt er bovendien geen geheim van dat de nakomelingen van verdreven Duitsers op basis van zo'n erkenning óók schadevergoeding en recht op vrije vestiging in Tsjechië zouden kunnen eisen.

Dat laatste is voor de regering in Praag een reden geweest om niet in te gaan op wensen van Bonn. Václav Havel, toen nog president van Tsjechoslowakije (nu van Tsjechië), had in 1990 een principiële stap gezet door verontschuldiging te vragen voor het leed dat Sudetenduitsers tussen 1945 en 1948 is aangedaan, maar daarop was in zijn land een storm van verontwaardiging gevolgd. Vorig jaar bekrachtigde het Tsjechische Constitutionele Hof de rechtmatigheid van Benes' decreet.

De kwestie is de afgelopen weken weer hevig gepolariseerd geraakt. Terwijl oppositionele Bondsdagleden min of meer voor eigen rekening sondeerden in Praag en de noodzaak van Duitse concessies benadrukten, zei Kinkel vorige maand dat de Bondsrepubliek de besluiten van Potsdam, en het daarop gebaseerde decreet van Benes, niet rechtsgeldig acht omdat Duitsland daarbij geen partij was en dus geen recht was gedaan aan het beginsel van volksinspraak.

Kinkel herhaalde daarmee in feite slechts wat in 1971 bij monde van kanselier Willy Brandt was gezegd bij het “Grundlagenvertrag” met Polen, maar zorgde daarmee toch voor een verslechtering van de onderhandelingssfeer met zijn Tsjechische collega, Josef Zieleniec. Toen hij vervolgens liet weten dat Praag en Bonn het “voor 98 procent” eens waren over de inhoud van de beoogde beginselverklaring, maar in Tsjechië grote woede over “nieuwe Duitse eisen” ontstond en Kohl even later in Bonn “wegens een volle agenda” weigerde om Zieleniec te ontvangen, was de verwarring compleet. Kinkel zei gisteren dat Duitsland de grootste economische hulpverlener van Tsjechië en zijn belangrijkste advocaat voor toetreding tot de EU is, maar de stemming tussen beide landen lijkt voorlopig toch behoorlijk bedorven.

    • J.M. Bik