Passages uit het eindrapport; 'Controle op CID-en volstrekt onvoldoende'

Uit het eindrapport, hoofdstuk 10, Conclusies en aanbevelingen, paragraaf 6, over de criminele- inlichtingendiensten:

“De commissie acht de sturing en controle op de CID-en volstrekt onvoldoende. Van enige sturing en controle door korpschef, OM en korpsbeheerder is de commissie weinig gebleken. Dit heeft de commissie kunnen constateren in Haarlem, Rotterdam, Gooi en Vechtstreek, Utrecht, Twente en Dordrecht. In de regio Brabant-Zuid-Oost was sprake van een compleet versnipperde CID”.

“In de CID-Kennemerland heeft CID-chef Langendoen zijn taak op volstrekt onverantwoorde wijze uitgeoefend. Hoofdofficier De Beaufort heeft zijn gezag, zeker na de IRT-affaire, onvoldoende uitgeoefend. CID-officier Kuitert heeft zich onvoldoende op de hoogte gesteld van de activiteiten van de CID-Kennemerland. Korpschef Straver, plaatsvervangend korpschef Van den Berg en recherchechef Menckhorst hebben in ieder geval na de opheffing van het IRT achterwege gelaten zich daadwerkelijk te vergewissen van de activiteiten van CID-chef Langendoen. Zij hebben onvoldoende leiding gegeven”.

“Korpsbeheerder Schmitz is als korpsbeheerder betrokken geweest bij het verstrekken van valse identiteiten ten behoeve van medewerkers van de CID-Kennemerland. Zij had naar het oordeel van de commissie navraag moeten doen naar het gebruik ervan”.

“De CID Gooi en Vechtstreek is in een onmogelijke positie gekomen door het gebrek aan vertrouwen tussen OM en CID, mede blijkend uit het opnemen door CID-chef Van der Putten van telefoongesprekken met leden van het openbaar ministerie. Het OM in Dordrecht en Almelo, in verband met het export-team heeft te weinig leiding gegeven aan de CID-en. Ook de leiding van de CID-en in Dordrecht en Enschede is tekort geschoten. De korpsleiding, CID-chef Dors en CID-officier Van der Molen-Maessen in Utrecht hebben te weinig leiding gegeven en gezag uitgeoefend over de CID. Het OM is in deze voorbeelden tekort geschoten.”

(...)“De kritiek van de commissie geldt het openbaar ministerie van boven naar beneden, maar in het bijzonder de Vergadering van procureurs-generaal. Deze vergadering heeft zich, ook na het uitbarsten van de IRT-affaire, niet inhoudelijk met de praktijk van het gebruik van opsporingsmethoden beziggehouden”.

(...) “De procureurs-generaal hadden zich nader moeten informeren. Dit geldt in het bijzonder voor procureur-generaal Gonsalves als portefeuillehouder zware, georganiseerde criminaliteit. De situatie is verbeterd na de omvorming van de Vergadering van procureurs-generaal in een College van procureurs-generaal”.

“Veel (hoofd)officieren van justitie hebben hun gezag evenmin op de juiste wijze uitgeoefend”.