Op bedrijfssteun rust dom taboe

Wie steunverlening principieel van de hand wijst, doet net zo dom als een tuinier die zijn mooiste planten laat afsterven omdat mest onnatuurlijk is. Het zou spijtig zijn als Fokker werd geofferd aan een uit de hand gelopen modegril, vindt Pauline van de Ven.

De nadelen van steun aan de afzonderlijke bedrijven zijn wel bekend. Terughoudendheid is verstandig. Maar de media en de Tweede Kamer lijken verder te gaan dan terughoudendheid. De mogelijkheid van steunoperaties voor Fokker heeft erg zuinige reacties opgeroepen en is hier en daar onomwonden van de hand gewezen. Niemand kan verwachten dat de Nederlandse overheid enorme bedragen in Fokker pompt, schreef De Telegraaf, en zeker niet “tegen de druk van de markt in”. Ook de hoofdredactionele commentaren van de andere landelijke kranten stonden bol van de marktwerking. Er lijkt een taboe op staatssteun te ontstaan dat in de verte doet denken aan het taboe op winst maken aan het eind van de jaren zeventig: net zo kortzichtig.

Marktwerking is mode. Nu is er niets mis met marktwerking, integendeel. Maar ervaring leert dat het nu ook weer niet zo is dat de markt 'altijd gelijk' heeft, zoals het beursgezegde wil. Als de Amerikaanse overheid tien jaar geleden onder het motto 'de markt heeft altijd gelijk' Detroit aan haar lot had overgelaten in de strijd met de Japanse auto-industrie, zou er nu geen Amerikaanse auto meer rondrijden. Detroit is met steun van de overheid opgekrabbeld en nu is het de beurt aan de Japanse auto-industrie om ongewenste voorraden op te bouwen. Die zal er wel weer bovenop komen want Japan kiest er al vele jaren voor, haar strategisch geachte bedrijven waar nodig te ondersteunen.

Dat is een verstandige aanpak. Steunverlening aan afzonderlijke bedrijven is geen gedateerde vergissing, maar een kwestie van gezond industriebeleid. Nu nog meer dan vroeger, want met de oprichting van kennisintensieve ondernemingen zijn uitzonderlijk grote investeringen gemoeid. Heroprichten is geen optie meer. Sluiten is meestal voorgoed.

De kennisintensieve groeimarkten liggen niet voor het opscheppen, daar moeten we zuinig mee zijn. Het is beter om zulke ondernemingen met steun van de overheid te saneren en de markt te heroveren. De steun moet tijdelijk zijn en beperkt blijven tot strategisch belangrijke bedrijven. Het spreekt ook vanzelf dat er op nationaal niveau geen concurrentievervalsing mag optreden en dat er internationaal zoveel mogelijk moet worden samengewerkt.

Wie steunverlening om principiële redenen van de hand wijst, doet net zo dom als een tuinier die zijn mooiste planten in een schrale grond laat afsterven omdat het toedienen van mest onnatuurlijk is. Het zou spijtig zijn als Fokker werd geofferd aan zo'n uit de hand gelopen modegril. De onderneming maakt een goed produkt, ze heeft voor meer dan een jaar orders, ze heeft de efficiency opgevoerd en het personeel heeft salaris ingeleverd. In tegenstelling tot wat algemeen wordt gedacht, heeft het bedrijf tot nu toe geen giften van de overheid ontvangen. Alleen ontwikkelingskredieten en een fiscale aftrekpost - dat is niet hetzelfde. Een geavanceerd produkt en een succesvolle integratie van industrie en hoger onderwijs maakt Fokker tot strategisch belang. Op precies deze aanpak heeft minister Wijers zijn kaarten gezet op de concurrentie met lage-lonenlanden.

Er is niks mis mee om welk belangrijk bedrijf dan ook, met algemene middelen door een dal te helpen. Hoeveel Nederlandse dagbladen en tijdschriften konden overleven dankzij steunverlening uit het bedrijfsfonds voor de pers? Hoeveel plezier hebben de Hilversumse omroepen er niet van dat ze jaar-in-jaar-uit hun complete personeelsbestand in de WW kunnen lozen om dit aan het begin van het nieuwe seizoen weer aan te nemen? Dat zijn dezelfde algemene middelen waarop Fokker in nood een beroep doet. Bedrijfssluitingen in het verleden noodzaken Nederland tot massieve steunverlening in de privésfeer. In de huursubsidie alleen al gaat elk jaar een veelvoud om van het bedrag dat Fokker nodig heeft en sociale uitkeringen slokken het grootste deel van de Rijksbegroting op. Daar ligt een verband dat we niet uit het oog mogen verliezen.

Sluiting van Fokker kost naar schatting 4 miljard gulden aan sociale uitkeringen, kapitaalverliezen en debiteurenverliezen bij Fokker zelf en haar eerste ring van toeleveraars, dus nog afgezien van het domino-effect in verder naar buiten gelegen leveranciersringen. Het is zeker drie keer zo duur om de onderneming te sluiten, dan om haar open te houden. Op dergelijke gronden heeft het Amerikaanse Congres aan het eind van de jaren zeventig besloten, haar auto-industrie met loonkostengaranties op de been te houden. Het resultaat is geweest dat Detroit de garanties vervroegd en met rente heeft afgelost. De belastingbetaler is er beter van geworden inplaats van slechter en de consument heeft nog steeds voordeel van de in stand gehouden concurrentie.