OM blijkt niet ontvankelijk in euthanasiezaak chirurg

ALKMAAR, 1 FEBR. De rechtbank in Alkmaar heeft gisteren het openbaar ministerie (OM) niet-ontvankelijk verklaard in een euthanasiezaak tegen de chirurg A. Smook. Volgens de rechtbank had het OM de chirurg te lang in onzekerheid gelaten over de vraag of hij zou worden vervolgd.

Smook diende in 1993 een 85-jarige vrouw op haar uitdrukkelijk verzoek een dodelijke dosis medicijnen toe. Hij meldde de euthanasie zelf bij justitie, hoewel dat toen nog niet verplicht was. In eerste instantie kreeg hij te horen dat er geen proces zou volgen, omdat hij correct had gehandeld. Enige tijd later werd hij toch gedagvaard en werd hem doodslag ten laste gelegd.

Volgens de rechtbank werd Smook het slachtoffer van interne verdeeldheid bij het openbaar ministerie. Terwijl de officier van justitie een gerechtelijk vooronderzoek niet nodig vond, liet het college van procureurs-generaal, de hoogste instantie van het openbaar ministerie, de chirurg toch vervolgen. Advocaat E. Sutorius van de chirurg meent dat deze tegenstelling vaker voorkomt. “Officieren van justitie hebben de behoefte om de meldingsbereidheid van artsen in hun arrondissement zo groot mogelijk te maken. Op die manier kunnen ze controle uitoefenen en toetsen wat er gebeurt. Daar willen ze dan tegenover stellen dat niet elke euthanasie waar een nieuw aspect aan kleeft, meteen wordt vervolgd.”

Dezelfde tweespalt binnen het OM kwam onlangs naar voren in een Groningse zaak. Officier van justitie Drenth vroeg hierbij om ontslag van rechtsvervolging van een huisarts die het leven had beëindigd van een zwaar gehandicapte baby. Drenth werd hierop teruggefloten en berispt door procureur-generaal D. Steenhuis.