Moderne Bodar

Zoals wel vaker voorkomt in de geschiedenis der mensheid weet Sjoerd de Jong in zijn redactioneel stuk 'Bodar: Moderner dan hij denkt' (NRC HANDELSBLAD, 25 januari) helaas niet door zijn eigen tijdgebondenheid heen te breken. Zijn typering “Bodars traditionalisme is een persoonlijke reconstructie van een traditie”, komt regelrecht voort uit de wereld der maakbaarheid, tegenkant van die der overgave, waar de bezielde mens zich meer in thuis voelt.

Ik raad De Jong aan het essay van de dichter T.S. Elliot 'Tradition and Individual Talent' (1919) te lezen. Er valt in het geheel niets te reconstrueren aan de traditie omdat het een continuïteit is die zichzelf voltrekt en waarmee wij ons door een verborgen logica van herkenning en insluiting verbonden weten. Zij die in dienstbaarheid aan een traditie leven, ondergaan eerder een proces van ontpersoonlijking. De kunstenaar en de priester zijn hier één.

Heel wat anders dus dan het zwaktebod van charismatische vergelijking waarmee De Jong in aanhef dacht een vlotte toonzetting te vinden, om te vervolgen met inwisselbare 'lifestyles' en andere luxe overwegingen. Daar waar het 'neo' ophoudt en de traditie begint, is waar mensen absoluut niet bezig zijn iets nieuws te maken en persoonlijk te zijn. Uiteraard kunnen alleen grote persoonlijkheden als Bodar dit inzien.