Minister handelde onverantwoordelijk : Rapport enquêtecommissie; Wildgroei; Overheid schiet tekort; Geen mafia

DEN HAAG, 1 FEBR. De commissie-Van Traa velt een hard politiek oordeel over de voormalige minister van justitie de CDA'er Hirsch Ballin. Geen oordeel geeft de commissie over de zittende ministers Sorgdrager (Justitie) en Dijkstal (Binnenlandse Zaken), die beiden formeel verantwoordelijk zijn voor de opsporingsmethoden van politie en justitie.

De commissie schrijft in het vanmiddag verschenen rapport: “De minister van Justitie, Hirsch Ballin, blijkt nauwelijks tot niet op de hoogte te zijn geweest van het feitelijk gebruik van bijzondere opsporingsmethoden.

Ook na de IRT-affaire was het doorlaten van harddrugs hem onbekend. Dat was een overantwoorde situatie.''

De commissie vindt dat Justitie eerder normen had moeten vaststellen voor “methoden en organisatie van opsporing”. Als dit wel was gebeurd, waren volgens de commissie “veel problemen voorkomen”.

Hirsch Ballin, die minister was van 1989 tot en met 1994, wordt verweten wel “veel nota's en vergaande wetsvoorstellen” over de effectiviteit van de criminaliteitsbestrijding naar het parlement te hebben gezonden, maar niets te hebben gedaan aan normstelling.

In algemene zin constateert de commissie-Van Traa dat de overheid ook anderszins “tekort is geschoten”. Zo schrijft de commissie dat minister Sorgdrager op de dag van haar aantreden de verantwoordelijkheid nam voor de afkoop van een IRT-informant “voor het exorbitante bedrag van twee miljoen gulden”, hoewel bewindslieden zich tevoren nooit bemoeiden met tipgelden. Ook wordt vastgesteld dat Sorgdrager zich van een aantal opsporingszaken niet op de hoogte bleek te hebben gesteld.

De commissie spreekt daar geen expliciet oordeel over uit. Zij merkt in het rapport echter wel op dat de minister van Justitie “geïnformeerd dient te zijn”. Overigens maakt de commissie uit de kwestie van de invoer van XTC uit Engeland op dat Sorgdrager de Kamer “onjuist en onvolledig heeft geïnformeerd”. Dit had zij zelf overigens al eerder toegegeven.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft volgens het eindrapport 'onvoldoende' gebruikgemaakt van de mogelijkheden die het heeft om zijn beheersverantwoordelijkheid te doen gelden bij het bepalen van de kaders waarbinnen de politie opsporingsmethoden toepast. Volgens de commissie is het “een misverstand” te denken dat de bestrijding van de georganiseerde misdaad het “exclusieve domein” is van Justitie waar Binnenlandse Zaken buiten staat.

Ook staatssecretaris Schmitz (Justitie) ontkomt aan een politiek oordeel voor haar optreden als korpsbeheerder. Schmitz was als burgemeester van Haarlem volgens de commissie betrokken bij het verstrekken van valse identiteiten aan medewerkers van de criminele-inlichtingendienst Kennemerland. Wel had zij volgens de commissie navraag moeten doen naar het gebruik ervan.

De commissie is verdeeld over de vraag of het doorlaten van harddrugs geoorloofd kan zijn als opsporingsmethode. De CDA'er Koekkoek meent in tegenstelling tot de overige commissieleden dat dit aanvaardbaar kan zijn. Ook is de commissie het niet eens over de effecten van een verdere liberalisering van het drugsbeleid.

De oppositiepartijen CDA en GroenLinks hebben vandaag het rapport van de commissie-Van Traa geroemd als een hard stuk dat goede mogelijkheden biedt om uit de huidige crisis in het opsporingsapparaat te komen. Van Sorgdrager wordt een strakke regie verlangd om de samenwerking tussen de opsporingsinstanties te vergroten en de informatievoorziening aan de Tweede Kamer te verbeteren.

Het CDA gaat in zijn eerste reactie niet in op de rol van voormalig minister en partijgenoot Hirsch Ballin. De andere partijen zouden pas later op het rapport reageren.