Leden Brits Lagerhuis willen meer verdienen

LONDEN, 1 FEBR. Een meerderheid van de parlementariërs in het Britse Lagerhuis wil dat de hoogte van hun salarissen wordt getoetst door een onafhankelijke instantie.

Bijna 300 van de 651 Lagerhuisleden, afkomstig uit alle partijen, hebben een motie ondertekend waarin ze om herziening van hun loonniveau vragen. Volgens een enquête vinden acht van de tien Britse parlementariërs dat ze worden onderbetaald. Een deel van de Conservatieve fractie pleit voor een verdubbeling van de salarissen.

Vakbonden en actiegroepen die opkomen voor de laagstbetaalden hebben verontwaardigd gereageerd. Zij vragen het Lagerhuis al jaren om invoering van een wettelijk minimumloon.

Een Lagerhuislid verdient jaarlijks 34.085 pond bruto, ruim 85.000 gulden.

Verder kan hij aanspraak maken op een onkostenvergoeding van maximaal 66.972 pond, waarvan meestal een assistent, een secretaresse en kantoorhuur moet worden betaald.

De honoraria van bewindslieden variëren van 69.651 pond voor een assistent-staatssecretaris tot 84.217 pond voor de premier.

De Britse salarissen steken schraal af bij de honoraria van parlementariërs in andere westerse landen.

Leden van het Amerikaanse Congres verdienen bijna drie keer zoveel en volksvertegenwoordigers in Italië krijgen meer dan twee keer zoveel. In de Nederlandse Tweede Kamer liggen de lonen anderhalf keer hoger dan in het Britse Lagerhuis.

Britse parlementariërs klagen dat hun lonen ver bij de salarissen in het bedrijfsleven zijn achter gebleven.

Die onderbetaling zien ze ook als reden dat zoveel leden van het Lagerhuis de overstap maken naar de privé-sector. Gisteren maakte Tim Eggar, staatssecretaris voor energiezaken, bekend dat hij na de komende verkiezingen een baan in Londens financiële centrum wil aanvaarden. Hij is het 52ste Conservatieve parlementslid dat zijn vertrek heeft aangekondigd sinds de huidige regering-Major aan de macht is.

De financiële vooruitzichten voor leden van het Lagerhuis zijn er alleen maar slechter op geworden sinds de zogeheten Nolan-commissie vorig jaar een aantal nieuwe gedragsregels voor parlementariërs formuleerde.

Op grond van dat advies mogen de Britse volksvertegenoordigers niet langer voor lobby-firma's werken. Ook moeten ze al hun bijverdiensten melden.

Premier Major besloot tot de instelling van de Nolan-commissie nadat een aantal parlementariërs tegen betaling Kamervragen had gesteld.

    • Dick Wittenberg