Lang leve de milieuprovincie!

Nederland ontkomt niet aan een bestuurlijke herindeling; zoveel is sinds het Nationaal Milieubeleidsplan van 1989 duidelijk. Hoe ontkomen we aan de wilde expansie van de stad, het asfalt en het vliegverkeer? Wat kan ons doen ontsnappen aan broeikaseffect en bodemerosie?

Het antwoord ligt voor de hand en is welhaast onomstreden: de milieuprovincie. Want de landelijke gemeenten kunnen op dit punt niet zonder nauwe samenwerking. De milieuprovincie vormt het middel bij uitstek om de grenzen van het groen te verdedigen en een nieuwe bloei aan te wakkeren. Overeenkomstig het structuurschema De Groene Ruimte kunnen zo de nodige 'ecologische linten' worden vormgegeven en kan een milieuvriendelijke land- en tuinbouw ook in de toekomst blijven bijdragen aan een positieve handelsbalans. Tot zover is alles evident. De enige vraag die lijkt te resten is waar de grenzen zullen lopen.

In de eerste plaats speelt natuurlijk de kwestie hoe groot de westelijke polderprovincie zal moeten worden. Om de weilanden tussen het Noordzeekanaal en het Haringvliet adequaat te beschermen tegen het opdringende geweld van de verstedelijking ligt het voor de hand dat Driebruggen, geografisch precies op de punt van de passer tussen de grote steden gelegen, er het hoofddorp van zal worden. Dit wordt overigens betwist door Oudewater (met z'n lange en humane geschiedenis) en Zwammerdam (ligging aan natuurwater), maar deze hete aardappel laat men bij Binnenlandse Zaken voorlopig nog even afkoelen.

Wat dringt, is de vraag of deze nieuwe milieuprovincie niet in tweeën gesplitst moet worden, aangezien er langs de kust steeds meer stemmen opgaan voor een duinprovincie, van Den Helder tot Cadzand. Het motief daarvoor is vanzelfsprekend het toenemend bederf van deze unieke ecotoop, die als toeristische trekpleister vooral in de mildere jaargetijden miljarden guldens binnenbrengt.

Vogelenzang, dat nu al de centrale bestuurlijke functie van de duinprovincie claimt, stelt dat de Zuidhollandse duinen aanmerkelijk meer belangen delen met die van Zeeland en Noord-Holland, dan met de schijnbaar onweerstaanbare polderprovincie. Moeilijk te weerleggen is ook het argument van Vogelenzang dat de duinstreek binnen een polderprovincie geheel overheerst zou worden door de machtige cluster Driebruggen, Zwammerdam en Oudewater.

Evenmin valt te tornen aan het argument dat een westelijke duinprovincie vereist is om in Europees verband de concurrentie aan te kunnen gaan met de zich steeds duidelijker aftekenende Waddenregio van Texel tot en met Fano in Denemarken. Een referendum langs het strand dreigt.

Minder omstreden, maar nog niet betekenisloos is het gevecht om de grenzen van de polderprovincie bij de grote steden. De paarse regering is groen genoeg om in te zien dat de polderprovincie niet kan halt houden bij de huidige grenzen van het zich over de landkaart uitbreidende beton. Zeker, de landelijke gemeenten die zich nu in de polderprovincie willen verenigen verkeren met hun milieu- en landbouwbelangen in acute ruimtenood. Geen realist die dat ontkent.

Maar moet dat ook zover gaan dat de grens van de polderprovincie er stukken stadsrand afhapt? De biologische boeren van Zevenhuizen mogen dan met klem van redenen de Rotterdamse wijk Schiebroek voor de polderprovincie opeisen om er in de parken hun tuinbouw uit te breiden en er in leegstaande kantoren geiten onder te brengen, vrij van de ouderwetse landje-pik-mentaliteit is dat niet.

Het geroep van de bestuurders van Driebruggen, Oudewater en Zwammerdam, die deze aanspraak ondersteunen met de almaar herhaalde bewering dat de weilanden in de polder vol zijn en geen enkele ruimte meer laten voor een verdere invulling van de doelstelling van het Nationaal Milieubeleidsplan, klinkt weinig creatief. Al te gemakkelijk is Den Haag daarvoor geneigd te zwichten. Ik hou van het milieu; maar kan men het de bevolking van een historisch gegroeide gemeenschap aandoen om terwille van één enkel belang alle andere overwegingen opzij te zetten?

Het debat duurt voort. Mij lijkt echter dat de tijd rijp is om eens te overwegen of het gewenste politieke doel niet ook zonder bestuurlijke herindeling bereikt kan worden. Dus met de bestaande provincies en gemeenten. Want al deze nota's en gesprekken zouden wellicht evengoed of met meer effect direct aan het probleem zelf gewijd kunnen worden. Vogelenzang, Driebruggen en Oudewater dreigen met al hun retoriek over grenzen en nieuwe provincies bijna te vergeten dat het over de oplossing van het probleem, dat is de degradatie van onze leefomgeving, moet gaan.

    • Roel van Duijn