Illegaal op school

In de nieuwe Koppelingswet mogen illegale jongeren van boven de zestien jaar in Nederland geen onderwijs volgen. Onrechtvaardig en onbeschaafd, roepen de schooldirecties.

Twee gewone meisjes. Leyla (17) is van Marokkaanse afkomst, zit in VBO-3 op een school in Amsterdam en wil later kantoormedewerkster worden. Ze is in Nederland geboren. Twee jaar woonde ze in Marokko. Ze lacht veel en draagt geen hoofddoek. Oya (15) is Turks, zit in VBO-2, woont al 7 jaar in Nederland en wil later politie-agente worden. Ze doen het aardig op school, hun leraren zijn over hen te spreken.

Maar er is een probleem: ze hebben geen geldige verblijfspapieren. Alleen de directie en de leerlingenbegeleiders weten dat. Verder niemand.

Als de 'Koppelingswet' (zie kader) van kracht wordt, zal Leyla onmiddellijk van school afmoeten omdat zij niet meer leerplichtig is. Oya moet dan over een jaar van school. Daarna moeten zij afwachten of de vreemdelingenpolitie hen Nederland zal uitzetten.

De regering vindt dat illegale jongeren van boven de 16 jaar moeten worden uitgesloten van onderwijs in Nederland. Scholen zouden naar verblijfspapieren van buitenlandse leerlingen moeten vragen. Leerlingen wiens ouders illegaal in Nederland verblijven, asielzoeker zijn of voorwaardelijk zijn toegelaten tot dit land, zou de school moeten wegsturen en aangeven bij de vreemdelingendienst. Alleen leerplichtige kinderen (onder de 16 jaar) zouden nog recht hebben op onderwijs. Staatssecretaris Netelenbos (onderwijs) en PvdA-fractievoorzitter Wallage reageerden in december op de bezwaren van scholen en gemeenten: volgens de PvdA-ers zullen scholen geen illegale leerlingen hoeven opsporen en aangeven. De VVD Tweede Kamer-fractie sluit niet uit dat dit wel zal moeten.

Noch de school van Leyla, noch die van Oya registreren de verblijfsgegevens van hun leerlingen. Weinig randstedelijke scholen, met veel allochtone leerlingen, doen dat. In het geval van Leyla ontdekte de school haar verblijfsstatus, omdat zij wegens haar illegaliteit een andere Amsterdamse school verliet en bij haar huidige school aanklopte. De spanning werd haar te groot op haar eerste school, omdat ze daar tussen veel andere illegale leerlingen zat. Ze kon het gevoel van onzekerheid over haar toekomst in Nederland maar niet van zich afschudden. Voor haar lessen had ze geen aandacht meer. Hier zit ze op een school waar de helft van de leerlingen allochtoon en de helft autochtoon is. Ze voelt zich thuis. Volgens de leerlingenbegeleidster is hooguit een enkeling illegaal, want hoewel de directie de verblijfsgegevens niet registreert, weet zij wel ongeveer wie te vrezen heeft voor de vreemdelingendienst en wie niet.

Onbeschaafd

De gemeenten Den Haag, Rotterdam en Utrecht en talloze schooldirecties hebben in december per brief aan de Tweede Kamer hun principiële en praktische bezwaren geuit tegen het kabinetsplan om de Koppelingswet in te voeren. Ook veel Amsterdamse scholen noemen de wet onacceptabel. Onrechtvaardig en onbeschaafd, zo omschrijven veel schoolhoofden in de grote steden de Koppelingswet. 'De wet gaat volkomen tegen je gevoel van rechtvaardigheid in als leraar. Een pedagoog wil elk kind lesgeven en zich laten ontplooien, ongeacht zijn verblijfsstatus of nationaliteit', zegt Jans Haandrikman, directeur van het Haagse Stevincollege, waar 75 procent van de leerlingen allochtoon is. Uit een onderzoek van de onderwijsbond ABOP blijkt dat 61 procent van de scholen die vermoeden illegalen in huis te hebben, zullen weigeren verblijfspapieren te vragen. Ten minste 18 van de 92 ondervraagde scholen wisten zeker dat zij aan illegale leerlingen onderwijzen.

Door allochtone jongeren, dus ook zwarte Nederlanders, naar hun verblijfspapieren te vragen, zullen ook de legaal-aanwezigen zich bedreigd voelen, vreest B. van Alphen, directielid van het Haagse Johan de Witt College (90 procent allochtonen). Juist allochtone leerlingen ageren vaak feller tegen illegalen dan autochtone leerlingen, merkt A. Willems directie-lid van het Amsterdamse Huygenscollege. Op veel 'zwarte' scholen is 'illegaal' zelfs een scheldwoord. Dat is één van de redenen waarom de leerlingen van het Haagse Stevincollege vinden dat scholen onder geen beding naar verblijfspapieren moeten vragen. Hodan en Yildiz (Havo 4) zijn bang dat illegalen dan worden gepest. De Somalische Hodan: 'Ik ben nu legaal in Nederland en vind het nog steeds vervelend als iemand op straat “hé, illegaal” tegen mij zegt.' Zij vinden het terecht dat illegalen geen uitkering of wit werk krijgen 'want je kunt niet de hele wereld toelaten', zegt de Turkse Ayhan. Maar dat hen basisvoorzieningen zal worden onthouden, vinden de Havo-4 leerlingen verwerpelijk. Bovendien zal het volgens de leerlingen niet het beoogde effect hebben: ontmoediging. Ze kennen zelf volwassen illegalen, die naar Nederland komen om een boterham te verdienen en zich dus niet zullen laten weerhouden door het verbod op onderwijs.

Leyla's vriendinnen op haar vorige school hebben haar illegale status nooit tegen haar gebruikt 'zelfs niet als we ruzie hadden', zegt ze. Het is haar zwakke plek en voor alle zekerheid heeft ze het maar niet aan haar huidige klasgenoten vertelt. Ook Oya neemt maar een paar vriendinnen in vertrouwen. Ze spreken nuchter over hun leven op school en in Nederland. Leyla: 'Ik heb geleerd om het hoofd koel te houden'.

Leyla werd legaal geboren in Brabant waar ze tot haar elfde opgroeide en veel Nederlandse vriendinnen had. Haar vader wilde dat zij en haar drie broers zijn land leerden kennen en maakte gebruik van de terugkeersubsidie om zich in Marokko te vestigen. Maar de kinderen konden daar niet aarden en na twee jaar keerde haar moeder met de kinderen terug naar Nederland. Illegaal. Het gezin had al zijn rechten verspeeld. Nu heeft Leyla's moeder een pro-deo advocaat ingeschakeld, ook al heeft ze geen asiel aangevraagd. Het is afwachten of ze in Nederland mogen blijven, zegt Leyla, maar ze verwacht van wel. Ze kan zich niet voorstellen dat ze uit Nederland weg zou moeten. Ze moet huilen. Opeens praat ze honderduit. 'Ik wìl niet naar Marokko. Hier ben ik thuis. De sneeuw, dat hoort bij mij. Ik denk weleens: heeft de rechter die ons gaat uitzetten geen hart? Toen ik in Marokko was miste ik de geur van Nederland. De geur van koeienpoep.'

Zo zeker als Leyla zich voordoet over haar toekomst hier, is ze eigenlijk niet. Ze is vaak bang, maar verdringt de zorgen omdat haar schoolwerk er anders onder lijdt. Alles heeft ze ervoor over om goede cijfers te halen, zegt ze, want ze wil later een 'echt beroep'. Van haar moeder mag ze geen vriendinnen mee naar huis nemen, zoals vroeger in Brabant. De vriendinnen van Leyla en Oya hebben een bijbaan, maar zij mogen niet werken. Zwart werk zou te gevaarlijk zijn. Leyla: 'Ik wil hier een gewoon leven hebben. Ik heb niet gekozen om terug te gaan naar Marokko. Ik was een kind.' De druk op Oya is groot, omdat haar ouders en een advocaat tegen haar zeggen dat haar positie als leerling de enige kans is voor het gezin om in Nederland te mogen blijven.

Tegenstanders

De leeftijdsgrens voor het recht op onderwijs die de Koppelingswet stelt, 16 jaar, is omstreden. Kinderen op de Havo en het VWO kunnen onmogelijk voor hun zestiende het diploma halen en zullen dus zonder diploma van school moeten. Veel jongeren op de Mavo en het VBO hebben op hun zestiende ook nog geen diploma. Als er al een leeftijdsgrens moet komen, dan zou dat ten minste 18 jaar moeten zijn, zeggen tegenstanders van de wet. 'Dan is iemand voor de wet volwassen èn is de kans groter dat hij een diploma heeft', zegt J. Backers, vice-voorzitter van de Landelijke Vereniging van Leerplicht Ambtenaren (LVLA). Staatssecretaris Netelenbos heeft gezegd de leeftijdsgrens van 16 jaar een tè forse beperking te vinden. Fractievoorzitter Wallage zei in december dat illegale jongeren die op weg zijn naar het eindexamen hun diploma moeten kunnen halen. VVD-Kamerlid Rijpstra liet toen weten dat er voor individuele gevallen geen uitzondering moet worden gemaakt. 'Dan ondermijn je het hele systeem', zei hij.

Leerplichtambtenaren zullen in elk geval geen aangifte doen van illegale leerlingen, mochten zij op hen stuiten tijdens hun werk, zegt Backers van het LVLA. 'Dat is onze taak niet', vindt hij. 'Die is erop toe te zien dat leerplichtige kinderen naar school gaan - dus ook illegalen.' Hij vindt het wetsvoorstel raar. 'Wij beogen juist zoveel mogelijk kinderen op school te houden en zich te laten kwalificeren. De regering zegt dat zij dat ook wil. Nu kan een kind dat al 12 jaar meedraait in het onderwijs plotseling van school af worden gestuurd.' Het gevolg van de Koppelingswet kan volgens Backers zijn dat illegale ouders hun kind niet meer naar school durven sturen, uit angst voor registratie en aangifte. Ook als het kind leerplichtig is. Hij vindt het paradoxaal dat leerplichtambtenaren erop moeten toezien dat illegale kinderen van onder de 16 naar school gaan, terwijl zij officieel niet in het land mogen zijn.

Behalve principiële bezwaren, hebben scholen ook praktische problemen met de Koppelingswet. 'Onze administratie zou bij inschrijving van een leerling op de hoogte moeten zijn van 18 verschillende verblijfsstatussen', zegt Van Alphen van het Haagse Johan de Witt College. De statussen variëren van Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker (AMA's) tot Niet Verwijtbaar niet Uitzetbare Vreemdeling (Iemand die niet door zijn eigen ambassade wordt erkend als staatsburger). 'Dat kan die afdeling nooit verwerken', aldus Van Alphen. Een administratiemedewerkster van het Amsterdamse Esprit College wijst erop dat het wegsturen van een 16-jarige leerling, zonde zou zijn van het geld en de aandacht die jarenlang in die leerling is geïnvesteerd. 'En het wetsvoorstel gaat tenslotte om de centen', zegt zij. Volgens de Koppelingswet zou de schooladministratie continu moeten controleren of een leerling nog wel recht heeft op onderwijs, want bij inschrijving kan een kind verblijfsrecht hebben dat een maand later weer is vervallen.

Voor de meeste scholen tellen de ethische bezwaren tegen de Koppelingswet het zwaarst. Schoolhoofd J. Haandrikman: 'Wij moeten kijken hoe ver we eventueel met onze burgerlijke ongehoorzaamheid zullen gaan, om te voorkomen dat we illegale leerlingen moeten wegsturen.' Dè manier om scholen onder druk te zetten om illegale leerlingen wel te registreren, is intrekking van subsidie. Dat zou rampzalig zijn voor scholen met veel allochtone leerlingen en kinderen uit een-ouder-gezinnen, die zijn aangewezen op aanvullende subsidie. In elk geval zullen scholen die wèl verblijfsgegevens registreren geen geld meer krijgen voor niet-geregistreerde, en dus niet-bestaande, leerlingen.

De namen Leyla en Oya zijn om redenen van privacy gefingeerd.

    • Frederiek Weeda