Iedereen mag voortaan school oprichten

Religie of levensovertuiging moet geen criterium meer zijn bij het stichten van scholen, adviseert de Onderwijsraad aan de regering.

DEN HAAG, 1 FEBR. In de praktijk zal voorlopig weinig veranderen, als het gisteren gepubliceerde advies van de Onderwijsraad aan staatssecretaris Netelenbos (onderwijs) wordt aanvaard. Bestaande bijzondere scholen mogen zo christelijk of islamitisch blijven als ze maar willen, zolang ze aan de wettelijke 'eisen van deugdelijkheid' voldoen. Uitzonderingen op 'kerndoelen' op levensbeschouwelijke gronden blijven gewoon toegestaan. En bestaande kleine scholen die in een regio de enige zijn van een bepaalde richting behouden hun extra subsidie.

Het huidige bestand van scholen zal slechts zeer geleidelijk veranderen, want nieuwe scholen worden slechts mondjesmaat gesticht, voornamelijk in nieuwbouwwijken. De afgelopen vier jaar waren dat er 72, op een totaal van ruim 8.000 basisscholen. De belangrijkste omslag die het advies kan veroorzaken is ideologisch. Zo ongeveer als laatste maatschappelijke sector zal het onderwijs afscheid nemen van het monopolie van religieuze en levensbeschouwelijke 'grondslagen'. Want zelfs 'algemeen bijzondere scholen op neutrale grondslag' gelden nu officieel als humanistisch - een erkende levensbeschouwing. Er zijn ongeveer twintig zorgvuldig erkende 'richtingen', variërend van roomskatholicisme, humanisme, allerlei vormen van protestantisme en liberaal joods tot yoga, hindoeïsme en antroposofie.

In de toekomst zal dat anders zijn. Alles mag. Als de kwaliteit van onderwijzers en leermiddelen maar voldoende is en genoeg ouders hun kinderen naar zo'n school willen sturen. Die 'leerlingennorm' varieert van tweehonderd in dunbevolkte gebieden tot ruim driehonderd in de grote steden. Bijzondere scholen zullen dan evengoed gebaseerd mogen zijn op het boek Zen and the art of motorcycle maintenance als - een absurd maar mogelijk voorbeeld - op de stripboeken van Lucky Luke. Of op de pedagogische principes van Montessori of Dalton. Nu moeten deze 'vernieuwingsscholen' altijd behoren tot een van de twintig 'echte' levensbeschouwingen, of als openbare school door het leven gaan.

De doorbreking van de religieuze dominantie is niet in strijd met de grondwet, aldus de raad. Integendeel. De beperking van 'richting' tot levensbeschouwing en religie stamt pas uit de jaren dertig - op grond van jurisprudentie. Het door de staat gecontroleerde levensbeschouwelijke monopolie op scholenstichting moet van de baan, “om drie redenen”, zo legde raadsvoorzitter prof. dr. J.M.G. Leune gisteren uit. De eerste is principieel en gebaseerd op de scheiding van kerk en staat: de overheid moet zich eigenlijk helemaal niet bemoeien met de inhoud van de opvattingen van haar burgers, al dan niet in bijzondere schoolbesturen georganiseerd. De tweede reden is historisch: de pluriformiteit van de moderne, geseculariseerde samenleving is niet meer gebaseerd op uitsluitend godsdienstige verschillen. En de derde reden is praktisch: door de grote verscheidenheid van nieuwe godsdiensten als islam en hindoeïsme is de overheid steeds vaker gedwongen scheidsrechter te spelen in zeer gecompliceerde godsdienstige verschillen die met de oude religieuze verschillen in Nederland weinig te maken hebben.

De Onderwijsraad had het scholenlandschap compleet kunnen omgooien. Want Netelenbos had ook gevraagd naar een oordeel van Raad over het idee om ouders het recht te geven de grondslag van een reeds bestaande school mede te bepalen en desgewenst te veranderen. De meeste ouders zouden eigenlijk liever een andere 'richting' kiezen. In 1991 had 35 procent van de ouders een voorkeur voor confessioneel onderwijs, maar was de feitelijke deelname aan dat onderwijs 62 procent. Veel bijzondere scholen hebben een meerderheid van 'andersdenkenden' - moslims of ongelovigen - binnen hun muren.

Toch ziet de Onderwijsraad hierin geen aanleiding tot ingrijpende stappen. Want zo'n tachtig procent van de ouders is uiteindelijk best tevreden met de school van hun keuze. 'Richting' is slechts een onderdeel van die keuze, 'kwaliteit' en 'nabijheid' wegen meestal zwaarder. Als 'toevallig passerende' ouders telkens weer nieuwe 'grondslagen' aan een school 'opdringen' komt dat de stabiliteit van het onderwijs niet ten goede, aldus de raad, die wel voorstelt om bijzondere scholen te verplichten iedere vier jaar de ouders om een oordeel over de grondslag en het schoolwerkplan te vragen. Dat zal al invloed genoeg hebben op het bestuur, denkt de raad.

Als Netelenbos deze besturen toch wil openbreken, zal dat niet meevallen. Want, zo merkt de Raad op, die besturen kunnen zich niet alleen beroepen op het grondwettelijk recht van de vrijheid van onderwijs maar ook op dat van de vrijheid van vereniging. “Als zo'n bestuur onvoldoende draagvlak in de samenleving heeft zullen de ouders op den duur naar andere scholen gaan. Dat is een marktmechanisme.” Dat marktmechanisme wordt wel gehinderd door de hoge leerlingenaantallen die de nieuwe school moet halen. Die zijn te hoog, vindt de raad dan ook. Maar net als in de jaren dertig, toen het 'levensbeschouwelijke monopolie' werd ingevoerd, zijn te veel kleine schooltjes 'te bezwaarlijk voor de schatkist'. Volgend jaar worden de normen geëvalueerd.