Het beroepsrisico van verliefdheid

DORDRECHT/AMSTERDAM. Op zaterdag 20 januari bracht de regionale krant De Dordtenaar het nieuws op de voorpagina: 'ZIEKENHUISDIRECTEUR WEG NA VERHOUDING MET PATIëNT; Collega's Oudshoorn reageren ontdaan'. Het Dordtse Algemeen Psychiatrisch Ziekenhuis (APZ) De Grote Rivieren had de directeur behandelzaken D.N. Oudshoorn met onmiddellijke ingang geschorst, omdat hij “een te grote emotionele band zou hebben gehad met een patiënt”. Er waren brieven gevonden, van seksueel misbruik zou echter geen sprake zijn. “Maar wanneer twee mensen een bepaalde relatie hebben, dan zou daar erotiek bij kunnen komen”, zo suggereerde bestuursvoorzitter D. Essink. In het bericht werden mensen die “over soortgelijke ervaringen binnen het APZ” wilden praten uitgenodigd om te bellen. Het geheel was geïllustreerd met een foto van Oudshoorn, en ook was zijn woonplaats vermeld, een piepklein dorp achter Dordrecht.

Op woensdag 24 januari opnieuw een bericht over Oudshoorn op de voorpagina. Kop: D.N. OUDSHOORN OVERLEDEN. De psychiater had die maandag een einde aan zijn leven gemaakt.

Op maandag 29 januari meldde de krant dat binnen de psychiatrische wereld grote beroering was ontstaan over de manier waarop deze kwestie door het ziekenhuisbestuur was aangepakt, ook gezien de enorme staat van dienst van de psychiater. Hij had zich intens voor het ziekenhuis ingezet, en hij was zeer geliefd. “Tussen iets in de doofpot stoppen of iets van de daken schreeuwen is ook een middenweg te vinden.”

In de ingezonden brievenrubriek van de krant begon het ondertussen ook te rommelen. Ging het alleen om een paar brieven of zat er meer achter? Waarom had de dienstdoende 24-uurs psychiater van de Riagg deze zaak zo gretig aangekaart? Had de Riagg vanwege een fusie niet nog een appeltje te schillen met Oudshoorn? Er verschenen rouwadvertenties van collega's, “onbaatzuchtige toewijding”, “na een onberispelijke praktijkuitoefening van dertig jaar”. Een brief op dinsdag 30 januari: “Waarom blijft tot op heden een rouwadvertentie van het APZ of het ziekenhuispersoneel uit?”

De afscheidsbrief van Dick Oudshoorn zelf telt vier kantjes en leest als een soort persoonlijke psalm, waarin hij zich tot God wendt, nu zijn vrienden zijn vijanden blijken te zijn. Intimi spreken over een zelfmoord om “eer en schaamte”, maar je kunt ook zeggen dat Dick Oudshoorn door de geesten van deze tijd de dood in is gedreven. Door de cultuur van het imago bijvoorbeeld - het bestuur van het ziekenhuis heeft zijn 'misstap' ook nog eens per brief uit de doeken gedaan aan alle patiënten en artsen in de regio, zelfs aan landelijke vaktijdschriften en instellingen die niets met de betrokkenen te maken hebben. Door de olifantspoten van de pers - misschien moet de hoofdredactie van de Dordtenaar toch eens een boekje aanschaffen over journalistieke ethiek. Door het juridiseren ook, van iedere kwestie die maar in de verste verte met macht, onkreukbaarheid en erotiek te maken heeft. Er is besloten, er is geschorst, er is ontslagen, er is niets rustig onderzocht, er is geen vertrouwenscomité gevormd, en ik moet er niet aan denken in welke ontreddering de betrokken patiënt op dit moment zelf verkeert. Er is hier alleen gehandeld in het belang van de instelling. Want dat iedereen in deze sector het beroepsrisico loopt om, net als Oudshoorn, in een verliefde dwaasheid te belanden, daarvan wil men nog altijd niet weten.

“Wat Dick Oudshoorn overkwam kan iedereen in dit vak gebeuren”, zegt de Amsterdamse psychiater Pier Engelsman. “Iedere ervaren therapeut is chronisch en structureel blootgesteld aan dit soort verleidingen. Sterker nog, het is mijzelf overkomen.” Vijf en twintig jaar geleden trouwde hij met zijn ex-cliënte Madelien Krips, tegenwoordig een bekend feministisch therapeute, gespecialiseerd in seksueel misbruik door hulpverleners. “Het is altijd weer hetzelfde”, zegt ze nu. “Als het hart op hol slaat, staat het verstand stil. En als het uitkomt raakt bijna altijd iedereen in paniek: het slachtoffer, het bestuur, de therapeut, iedereen.”

Er is een groot verschil tussen die enkele kwaadwillende therapeut die bewust misbruik maakt van de situatie, zo benadrukken ze allebei, en het beroepsrisico dat in elke normale therapeutische relatie verscholen ligt en dat vaak niet onderkend wordt. “Het is net als röntgenstraling, daarbij duurde het ook lang voordat men daarvan de risico's erkende”, zegt Pier Engelsman. “Je zit in een hele eenzijdige situatie. De cliënt vertelt zijn hele hebben en houden, maar jij wordt ervoor betaald om je in te tomen. Dat werkt goed, maar het leidt ook vaak tot een idealisering van de therapeut, bijna een soort verliefdheid. Die straling buig je als het ware terug, dat is je vak. Maar als je als hulpverlener zelf een moeilijke periode doormaakt, dan kan het gebeuren dat je door die straling geraakt wordt, dat je het niet meer terug kunt kaatsen.”

Madelien Krips: “Uit allerlei onderzoek blijkt dat juist de oudere, ervaren therapeuten hierin het grootste risico lopen. Ze zijn gewetensvol, maar innerlijk zijn ze vaak uitgeput, afgebrand, kwetsbaar. Ogenschijnlijk lijken ze de zaken zo in de hand te hebben dat niemand meer goed op ze let, en bovendien krijgen ze, vanwege hun ervaring, ook nog de lastigste gevallen toegeschoven. Ook Dick Oudshoorn paste in dat beeld.” Wat haar wel hogelijk verbaast is het feit dat het bestuur van het ziekenhuis zo paniekerig is omgegaan met de hele kwestie. “Binnen het vak zijn dit soort problemen al jaren onderwerp van hevige discussie. Al in 1990 was er een richtlijn van de hoofdinspectie waarbij alle instellingen werden gemaand om voor dit soort gevallen een protocol op te stellen. En daarin stond zeker niet dat de hulpverlener in kwestie altijd geschorst, ontslagen of afgebrand moést worden.” Pier Engelsman: “Dick Oudshoorn is het slachtoffer geworden van een zuiveringsritueel, een monster dat uit ons midden verwijderd moest worden.”

Het is nu donderdag. Het personeel van het ziekenhuis heeft een spreekverbod. Bestuursvoorzitter Essink wil het dossier-Oudshoorn sluiten omdat, zegt hij, “het voor de nabestaanden steeds smartelijker wordt”. Op de begrafenis, afgelopen zaterdag, kwam een honderdtal mensen. Maar niemand van het ziekenhuis.

    • Geert Mak