'Heffingen op afval kunnen fors omlaag'

UTRECHT, 1 FEBR. Bedrijfsleven en particuliere huishoudens kunnen een aanmerkelijke lastenverlichting tegemoet zien nu het ministerie van Economische Zaken de energie die vrijkomt bij de verbranding van afval als een 'duurzame' bron beschouwt. Daardoor kunnen de heffingen op afvalstoffen dit jaar al voor een totaal van 50 miljoen gulden omlaag. Volgend jaar loopt dat bedrag op tot 80 miljoen gulden.

Dat stelt de Vereniging van Afvalverwerkers (VVAV) in een brief aan de Tweede Kamer. Tot nu toe komen de elf afvalverbrandingsinstallaties, de vergistingsinstallaties en de stortplaatsen die met speciale installaties gas opvangen en afzetten niet in aanmerking voor het terugsluizen van de regulerende energieheffing. De Wet regulerende energiebelasting beperkt het begrip duurzame energie tot windenergie, zonne-energie, kleinschalige waterkracht en installaties waarin biomassa zonder bijstook of bijmenging van kunststoffen thermisch wordt verwerkt. De VVAV vindt dat onterecht en onderschrijft de conclusie in de onlangs verschenen Derde Energienota, dat afval als de belangrijkste duurzame energiebron tot het jaar 2000 wordt gezien.

De VVAV meent dat de verbrandingsinstallaties, de vergistingsinstallaties en de stortplaatsen waar energie wordt geproduceerd een actieve bijdrage leveren aan de taakstelling voor de produktie van duurzame energie. De VVAV benadrukt dat afvalverbranding de uitstoot van kooldioxide reduceert, enerzijds doordat minder fossiele brandstoffen worden gebruikt en anderzijds doordat de energie uit afval grotendeels uit hernieuwbare biomassa (hout en dergelijke) afkomstig is. Het gaat dus niet aan dat bedrijfsleven en particuliere huishoudens die hun afval aan deze bedrijven aanbieden nog steeds worden geconfronteerd met energieheffingen. Met elkaar produceren deze bedrijven tussen de twee en drie miljard kWh per jaar, waarmee ongeveer een miljoen huishoudens van elektriciteit kan worden voorzien. Die produktie die vergelijkbaar is met een middelgrote kolencentrale.