Gauwdieven

Nog altijd is de meeste, in Nederland gebruikte software gestolen waar. Het is ook zo gemakkelijk, even een kopietje trekken bij de buurman, en geen haan die er verder naar kraait. Dat telkens bij het opstarten van de buit de naam van de echte licentiehouder als stil verwijt in beeld verschijnt, daar zitten we kennelijk niet mee. Sterker nog, de anti-kopieerbeveiligingen die softwarefabrikanten inbouwden werkten zo averechts, dat de meesten ermee gestopt zijn. Ze veroorzaakten voornamelijk grote creativiteit bij informaticastudenten en hobbyisten op zoek naar een overzichtelijk project, en bezorgden ook bona fide gebruikers last. Tegenwoordig blijft het meestal bij het soort bescherming dat voor boeken gebruikelijk is, varianten op het bekende 'niets uit deze uitgave...'. Wordt iemand dan op ongeoorloofd gebruik betrapt, hangt ie alsnog.

Als je nagaat dat Nederland een van de dichtst be-computerde landen ter wereld is, heeft blijkbaar bijna iedereen gestolen goed in zijn bezit. Maar zijn we dan een compleet losgeslagen volkje van gauwdieven en helers? Dat geloven toch alleen Nordholt, Ernst Hirsch-Ballin, en de Hermannen Vuijsje en Wigbolt? We zijn niet heilig, maar het ligt minder zwart-wit dan die enorme percentages onbetaalde software suggereren. De wortel van het probleem ligt bij de aard van computersoftware. Het is wel een soort produkt, maar niet één dat vast aan materie gebonden is. Dat is nieuw. Of beter gezegd: terug van weggeweest. Heel vroeger ging informatieoverdracht van mond tot mond. De reiziger hoorde eens wat, en vertelde dat in het volgende dorp verder. Kleine jongens hoorden Homerus ademloos aan, en leerden zijn zangen uit hun hoofd, om vervolgens een carrière als bard te beginnen. Mensen waren de informatiedragers bij uitstek. Pas nadat dankzij Gutenberg en Coster boeken in grote aantallen geproduceerd konden worden, en pas nadat onder invloed daarvan de kunst van het lezen en schrijven voldoende onder de bevolking verspreid raakte, nam papier de rol van voornaamste informatiedrager echt over. En daarmee raakte informatie aan materie gebonden, en kon er zoiets als auteursrecht ontstaan: het eigendomsrecht op een geestelijk produkt. Immers, je kon gebruikers laten betalen voor informatie, door ze te laten betalen voor de drager, die stapel faxen. Zo gaat het nog steeds: 'niets uit deze uitgave...', en zo voort, staat er voor in elk boek. En zolang het maken van boeken een duur en moeilijk proces was, ging het goed.

Maar met de komst van de computer verviel de band tussen informatie en een dure, goed beheersbare drager. Diskettes kunnen alleen bij massaproduktie bestaan, terwijl informatie er nog gemakkelijker aan kleeft dan aan mensenhersens, en nog betrouwbaarder ook. Net als drugs zijn ze zo klein en handzaam, dat pogingen om hun bewegingen te beperken alleen maar tot een futiele war on disks zouden kunnen leiden. Daarmee was de gelegenheid ontstaan, wachtend op de informatiedief. Wat hem over de streep trok, was de kortzichtigheid van de softwarefabrikanten van het eerste uur. Ze waren zo trots op hun Herculische prestaties, dat ze vergaten dat ze, anders dan traditionele uitgevers, op drijfzand stonden, en een vooral egostrelend prijskaartje aan hun produkten hingen.

Wat ze ook vergaten, was dat hun totaalpakketten weliswaar veel mogelijkheden boden, maar dat de consument om veel daarvan niet gevraagd had, al was het maar uit onwetendheid. Wie van de baas een (bijna) gratis PC kreeg, en ontdekte dat de prijs van een tekstverwerkingspakket gelijk was aan die van drie of vier behoorlijke schrijfmachines, hoefde doorgaans niet lang na te denken. Op naar de buurman!

Nu was dat, zo lang het om de particuliere markt ging, niet zo'n ramp. De meeste particuliere piraten zouden toch nooit zo'n duur pakket hebben aangeschaft. Het zijn Golfrijders die op zondag toeren in een geleende Maserati. Tegelijkertijd droegen roofkopieën wel bij tot de naamsbekendheid en de acceptatie van een produkt. Een bedrijf als WordPerfect was in zijn groeiperiode met zijn succes op de illegale markt dan ook niet ongelukkig. Erger was, dat ook veel bedrijven geen been zagen in het werken met illegale software. Dát had zeker met de veel te hoge prijzen te maken. Sinds de enorme prijsval van de meest gangbare pakketten, twee jaar geleden, waarbij sommige produkten van de ene dag op de andere tot tachtig procent goedkoper werden, zal daar ook wel het een en ander aan veranderd zijn. Dat moet de verklaring zijn voor het feit dat er weliswaar nog steeds ontzettend veel, maar toch minder roofkopieën in omloop zijn dan toen.

Toch komt het eind van de problemen voor de ontwikkelaars van gangbare produkten als tekstverwerkers, spreadsheets, spelletjes en simpele kaartenbakken, allerminst in zicht. Nieuwe ontwikkelingen maken het alleen maar moeilijker. Freeware en shareware, bijvoorbeeld, zeker nu die tegenwoordig moeiteloos van het Internet te plukken zijn. Freeware is echt gratis programmatuur. Voor shareware moet je wel betalen, maar je krijgt het programma alvast op zicht. Wie niet bezwaard wordt door dingen als waarschuwende kadertjes dat de kopie niet geregistreerd is, betaalt eenvoudig niet.

En de verleiding is groot, omdat het gevoel dat het programma 'gratis' verkregen is moeilijk te onderdrukken valt. Zeker als het gaat om shareware die op 'gratis' CD-ROMs wordt aangeboden bij boeken of tijdschriften, of door handige jongens op verzamel-CD's wordt verkocht. Je hebt er dan toch al voor betaald, is het gevoel. Dat de maker van het programma ook moet eten, ach, wie kent zo iemand nu helemaal? Maar als profeten als Bill Gates gelijk hebben, en de toekomst niet bestaat uit machtige PC-pakketten, maar uit op netwerk-servers opgeslagen centrale toepassingen en kleine applets, dan breken er weer betere tijden aan, doordat die servers weer als dure, materiële drager kunnen gaan werken. Dan komt huur als betalingsgrondslag in beeld, in de vorm van tijd of het aantal verrichte bewerkingen.