...en de minister

OMDAT HET EEN parlementaire enquête betreft, is de onvermijdelijke vraag of het rapport gevolgen zal hebben voor de politiek verantwoordelijken. Op dit vlak is immers een zekere 'traditie' ontstaan. Enquêtes zijn altijd belast met de politieke schuldvraag. Bij de werkzaamheden van de commissie-Van Traa is dit niet anders geweest.

In hoeverre het nu gepresenteerde eindrapport voor de minister een probleem zal vormen, hangt vanzelfsprekend af van het oordeel dat de Tweede Kamer over de aanbevelingen en de reactie van het kabinet gaat vellen. Gelet op haar eigen verleden en de daarbij behorende verantwoordelijkheid kan Sorgdrager met het rapport wegkomen. De harde politieke oordelen die worden uitgesproken, betreffen vooral haar voorganger Hirsch Ballin. Veel problemen zouden zijn voorkomen als het ministerie van Justitie eerder de noodzaak tot normering van methoden en organisatie van opsporing had onderkend, meent de commissie.

Sorgdragers verleden als procureur-generaal rekent de commissie de minister niet te zwaar aan. Haar verklaring dat zij, in tegenstelling tot de bewering van een hoofdofficier, indertijd als procureur-generaal niet heeft geweten van de doorlevering van cocaïne, heeft de commissie aanvaard. Wat Sorgdrager wel wordt verweten is dat zij op de dag van haar aantreden als minister de verantwoordelijkheid op zich heeft genomen voor het afkopen van een IRT-informant. Het hiermee gemoeide bedrag van twee miljoen gulden wordt 'exorbitant' genoemd.

Voorts vallen de woorden onvolledige en onjuiste informatie aan de Tweede Kamer, toen het ging over XTC-transporten naar Engeland. Maar deze kwestie heeft minister Sorgdrager al vorig jaar oktober zelf in een schrijven aan de Kamer aan de orde gesteld. Voor haar positie is wel van belang of zij de komende tijd in staat zal zijn de door de enquêtecommissie geconstateerde crisis in de opsporing te beëindigen.

Het gaat dan om het herstellen van de gezagsverhoudingen, het beter laten functioneren van het opsporingsapparaat en het formuleren van normen voor de opsporing. Voor het welslagen van deze zware operatie is de minister afhankelijk van haar eigen departement. Maar bij de op het ministerie van Justitie heersende loyaliteit zijn nu juist de nodige vraagtekens te plaatsen.

Het gezag in het justitieapparaat moet op vele fronten worden hersteld. Sorgdrager is hiervoor de eerst-verantwoordelijke. De mate waarin zij op dit terrein succes weet te boeken is dus bepalend voor haar politieke toekomst. Eén ding is in elk geval duidelijk na het rapport-Van Traa. De materie is politiek zo gevoelig dat Sorgdrager zich geen enkele misstap meer kan veroorloven.