En de hond dan?

De huisgenoot die zich het moeilijkst verzoent met het duurzame binnenleven van de toekomst zal degeen zijn die zich altijd verheugt op uitgaan.

Voor de hond zullen afzonderlijke voorzieningen moeten worden getroffen. Heeft een Engelse tekenaar, misschien Heath Robinson, niet al eens een dog-walking machine ontworpen, van eenzelfde ingewikkeldheid als zijn automatische bloembegieter? Voor hem was het een grap. Nu wordt het ernst.

De machine zal de vorm moeten hebben van een lopende band waarop het inschikkelijke dier, in een hangend vest gebonden, draaft zonder zich te verplaatsen. Onmisbaar zullen zijn ter weerszijden opklappende gearomatiseerde paaltjes, met plasbakken voor de reuen; voor teven zal de plasbak verbonden zijn met de unisex hopenbak midden boven het loopvlak.

In de eenvoudigste versie wordt het looptempo door een zwengelend gezinslid bepaald. In duurdere modellen wordt het zwengelmechaniek, dat belangrijk blijft om de band tussen mens en dier aan te houden, gecombineerd met een elektronisch element dat de wensen van de hond zelf beantwoordt: niet alleen door versnelling en vertraging, ook door stilstaan voor snuffelen tot maximaal een minuut (en de eerstvolgende minuut niet meer). Als raffinement in de hoogste prijsklasse is er de omkeerder, die de hond in staat stelt terug te gaan naar een in eerste instantie overgeslagen maar niet onopgemerkt luchtje.

Onvervuld zal blijven de behoefte om andere honden te ontmoeten, behalve voorzover er soms iets geregeld kan worden met een buurhond via de achtertuin. Op den duur zal onvoldaanheid bij hondenliefhebbers de stimulans geven tot praktische uitvoering van een dan allang bedachte elektronische apparatuur die de naam draagt van kynopomp (kuoon = hond, pompos = begeleider, vgl. psychopompos). Door dit apparaatje op de kop van de hond zal het begeleidende gezinslid thuis een uitzicht ontvangen over het stadsbeeld dat zich buiten aan het dier voordoet; in tegenovergestelde richting kunnen er impulsen mee uitgezonden worden die overeenkomen met 'wacht even', 'schiet eens op', 'laat die hond maar', 'deze kant op', 'kom je nog eens?'

Het uitzicht door de kynopomp zal iets minder ruim zijn dan dat door de ogen van de ouderwetse menselijke begeleider, maar het gevaar is te verwaarlozen want er komt haast niemand meer aan of voorbij. Een verblijdend voordeel uit het oogpunt van de honden is dat zij niet langer aan hun kop gezeurd worden met in-de-goot en schep-en-zakjes. De straat is vrij. Zij kunnen de rug krommen waar het hun uitkomt.

Hoewel hondebezitters eerst zullen vrezen dat zij, als er niet meer gewandeld wordt, over moeten gaan op kattenbezit, geldt hier dus net als bij een ander bekend probleem van onze tijd: we lossen het samen wel op.

    • J.J. Peereboom