Een nieuwe munt

Het is nog volkomen onduidelijk wat de gevolgen op micro niveau zijn van de invoering van de euro, de ene Europese munt.

Gevolgen voor overheden en het bankwezen worden overzien. Maar MKB Nederland, de organisatie van het midden- en kleinbedrijf, heeft nog geen onderzoek laten instellen naar de gevolgen van invoering van de euro voor verschillende sectoren van ondernemingen.

Wel is een uitgebreide lijst opgesteld van punten die bij invoering van de euro kunnen leiden tot kosten en uitvoeringsproblemen. Zo wordt aangenomen dat binnenlandse betalingssystemen die grote aantallen kleine financiële transacties verwerken, tot de definitieve overgang naar de euro (gepland in 2002) gewoon in de nationale munt blijven. De aanpassing van deze betalingssystemen aan de nieuwe Europese munt zal volgens verwachting zeer ingewikkeld zijn.

De administratiesystemen van ondernemingen moeten aan de Europese munt worden aangepast. Om vergelijking van de resultaten van een onderneming mogelijk te maken met de tijd dat er nog geen euro bestond, zal het nodig zijn om voor die periode de in nationale munten vastgestelde cijfers in euro's om te zetten. Loonadministraties moeten worden aangepast. De systemen van kas- en valutabeheer moeten gewijzigd worden. Fabrikanten van kassa's en automaten moeten tijdig de afmetingen van nieuwe Europese munten weten, opdat de apparaten aan de nieuwe geldeenheid aangepast kunnen worden.

Historische gegevens over klanten en hun uitgavepatronen moeten ook aan de euro worden aangepast, evenals databestanden. Lopende contracten moeten worden veranderd en contractpartners moeten over de in euro's gewijzigde bedragen worden ingelicht. Daarbij wordt veel werk verwacht bij contracten over zaken als schulden, verzekeringen, hypotheken, pensioenen en huren. Ondernemers zullen leveringsvoorwaarden en andere documenten waarin waardebedragen staan genoemd moeten veranderen van guldens in euro's.

Tijdens een overgangsperiode waarin zowel de nationale munt, de gulden, gebruikt kan worden als de Europese euro, zullen artikelen dubbel geprijsd moeten worden. Dat zal vooral van de detailhandel een flinke inspanning vragen. Overeenkomsten zullen tijdens de overgang in twee valuta's, de nationale en de euro, moeten worden gesloten. In reclame, catalogi en advertenties zullen tijdens de overgangsperiode de prijzen van artikelen zowel in nationale als in Europese valuta moeten worden vermeld. Vervolgens moet de publiciteit uitsluitend nog in euro's gebeuren.

Verwacht wordt dat invoering van de euro zal leiden tot een verlies aan gevoel voor prijzen bij zowel producenten en verkopers als bij consumenten. Het zal tijd kosten om met de nieuwe prijzen in euro's te leren omgaan. Aangenomen wordt dat fabrikanten binnen de landen die de Europese munt invoeren Europese adviesprijzen gaan geven. Voor produkten met hoge winstmarges is de kans groot van zogenaamde parallel-importen, dit wil zeggen invoer buiten de officiële importeurs om uit landen waar deze produkten goedkoper verkrijgbaar zijn.

Ook wordt erop gerekend dat invoering van de euro tot gevolg heeft dat voor de consument de psychologische drempel wordt verlaagd om buiten Nederland inkopen te doen in een land waar tevens in euro's betaald kan worden. Dat betekent dat voor het Nederlandse midden- en kleinbedrijf nieuwe of grotere concurrentie kan ontstaan uit andere landen die de nationale munt ingeruild hebben voor de euro. Het vermoeden is dat als gevolg van deze concurrentie de prijzen van artikelen in de landen van de Europese Monetaire Unie naar elkaar toe zullen groeien.

Bij MKB Nederland wordt overwogen om nader onderzoek te laten uitvoeren, opdat ondernemers de gevolgen van invoering van de euro zo goed mogelijk kunnen overzien. Dat betreft allereerst de kosten die de overgang van gulden naar euro met zich meebrengt. Het is nog niet duidelijk waar daarvan de zwaartepunten liggen en wat de verschillen zijn tussen bedrijfssectoren. Ook de verschillen per bedrijfssector van de administratieve lasten als gevolg van de invoering van een Europese munt worden nog niet overzien. Er is nog geen onderzoek gedaan naar de noodzakelijke omvang van technische investeringen bij overgang van gulden naar Euro. Wat aanpassingen van software kosten is niet duidelijk. Over de mate waarin een meer in het buitenland kopende consument zal leiden tot een vergaand veranderd consumentengedrag is weinig bekend. Evenmin is duidelijk of fabrikanten van kassa's en softwarebureaus tijdig op invoering van de euro kunnen zijn voorbereid. Bovendien is het de vraag hoe lang het duurt voordat de euro in het internationale betalingsverkeer wordt aanvaard en of er eerst in dollars omgewisseld moet worden, wat de nodige kosten met zich meebrengt.

    • Ben van der Velden