Doodstraf voor leven schenkend oproer in de broek

Voorstelling: Maat voor maat van Shakespeare door Het Zuidelijk Toneel. Regie: Pierre Audi. Vertaling: Janine Brogt. Decor/licht: Jean Kalman. Muziek: Louis Andriessen, Ron Ford. Spel: Jappe Claes, Bart Slegers, Steven van Watermeulen, Katelijne Damen, Ramsey Nasr e.v.a. Gezien: 31/1, Stadsschouwburg Eindhoven. Tournee door Nederland t/m 9/3. Inl. 040-2460725.

Losbol Lucio slingert op een snoeiharde discobeat een lamp in het rond. Het ziet er bloedarm en vreugdeloos uit, dat solo-feestje van hem. Het duurt ook maar kort; even nog en hij maakt een koprol, die hem uitgestrekt op een baal vodden doet belanden. Daar, op de verbeelding van de zelfkant van het liederlijke Wenen waarover Hertog Vincentio regeert, blijft hij bewegingloos liggen tot het geringste riedeltje dat weerklinkt hem tot leven wekt en hij, al is het maar met een arm of been, een schaduw van een dansje uitvoert. Hij is verslaafd aan fuiven.

Het tafereel is maar een klein weerkerend motiefje in Pierre Audi's enscenering van Shakespeares Maat voor maat. De voorstelling is na Timon van Athene, vorig seizoen bij Toneelgroep Amsterdam, de tweede regie van de artistiek leider van de Nederlandse Opera voor een van onze toneelgezelschappen, Het Zuidelijk Toneel deze keer. Anders dan in Timon toont hij zich hier zichtbaar vergenoegd: Lucio's buiteling op de vieze hoop poetslappen lijkt ook die van Audi zelf te zijn. In de decadente komedie die Maat voor maat is, kan hij zich uitleven, met beelden jongleren, overdrijven, ja, bijna schmieren.

Maar hij doet dat beheerst en met zorgvuldig behoud van de vaart van het door vertaalster Janine Brogt bewerkte stuk. Het toneelbeeld van Jean Kalman, die ook de nerveuze, dynamische belichting ontwierp, geeft hem alle vrijheid. Drie met doodskoppen à la De Schreeuw van Munch beschilderde achterdoeken zijn de naar believen te verwijderen contouren van een open ruimte, die zowel het hertogelijk paleis, een kloostercel, een rechtbank en een gevangenis als de straat kan verbeelden. Eén doek fungeert als projectiescherm, waarop de handeling live te volgen is. Aanvankelijk vraag je je af waarom, maar het behoort tot de kwaliteiten van deze regie, dat de toeschouwer die extra visuele dimensie al snel als onontbeerlijk ervaart.

Zowel de totalen als de close-ups onderstrepen het bewonderenswaardige ritme van de voorstelling, dat op de spaarzaam ingezette klanken van componisten Andriessen en Ford nu eens stuwend is, dan weer abrupt onderbroken wordt, soms stilte eerbiedigt voor het gevoelige moment en vervolgens weer staccato voortdendert. Ook Audi's regie lijkt zo het werk van een componist dat resulteert in spanning en helderheid.

En vooral dat laatste is een vereiste om de ingewikkelde plot van Maat voor maat recht te doen. Het verwekken van leven wordt er met de dood in gestraft om het maar eens pathetisch te zeggen, of, in de woorden van fuifnummer Lucio (Bart Slegers, zeer in zijn element), iemand wordt de dood ingejaagd 'vanwege oproer in zijn broek'. Die ongelukkige is Claudio, broer van de maagd Isabella, die zijn verloofde buitenechtelijk heeft bevrucht. Precies op het moment dat de heerser van Wenen 'mijn macht, de liefde van mijn volk' voor een tijdje heeft uitbesteed aan fatsoensrakker Angelo. Er moet orde op zaken gesteld, de liederlijkheid van de stad loopt uit de hand. Zogenaamd verdwijnt hertog Vincentio naar elders, in werkelijkheid blijft hij in de stad, als monnik.

In die hoedanigheid wordt hij de regisseur van een corrupt spel, dat Angelo speelt met zijn eigen hoogstaande moraal en dat de manipulerende hertog met minstens evenveel verve bedrijft. Waar het hen beiden om begonnen is - kuisheid, belichaamd door Isabella (Katelijne Damen) - wordt het slachtoffer. Geilaard Angelo krijgt haar niet, evenvoeter Vincentio waarschijnlijk wel. Audi laat de begeerde maagd in het slotbeeld zwijgend afwachten in ijskoud licht dat langzaam dooft.

Het is bijna vanzelfsprekend dat acteurs in een trefzekere enscenering als deze uitblinken. Katelijne Damen fladdert aanvankelijk te veel met mimiek en ledematen om haar tragische lot serieus te kunnen nemen, maar later wordt ze bij vlagen ontroerend. Van begin tot eind prachtig is Jappe Claes als de hertog/monnik. Hij voorziet zijn spel van meer dan twee bodems, op klaarlichte dag. Je doorziet het en toch blijft het dubbelzinnig. Hij is een corrupteling die corruptie aan de kaak stelt, maar of hij daardoor half of dubbel zo corrupt is, blijft in het midden. De malicieuze, zalvende Claes is eerlijk als goud en zwart als roet. Hij is een manipulator par excellence, net als de schrijver van het stuk en net als de regisseur. Maat voor maat is als klaterend water zo helder en ongrijpbaar.