Diepgaande crisis bij politie en justitie ; Rapport enquêtecommissie; Wildgroei; Overheid schiet tekort; Geen mafia

DEN HAAG, 1 FEBR. De opsporing van de georganiseerde misdaad verkeert in een crisis. Normen ontbreken, politie en justitie functioneren niet goed en het openbaar ministerie heeft onvoldoende gezag over de politie. Daardoor is er de laatste jaren een 'wildgroei' ontstaan in opsporingsmethoden.

Dat concludeert de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden in het rapport 'Inzake opsporing', dat vanmiddag is gepubliceerd. De commissie-Van Traa vindt dat alle opsporingsmethoden expliciet moeten worden vastgelegd in de wet en in het openbaar moeten kunnen worden getoetst door de rechter.

“De crisis in de opsporing gaat diep”, aldus het rapport. “Zij raakt de legitimiteit van de rechtshandhaving.” De commissie concludeert dat het openbaar ministerie te weinig gezag uitoefent over de politie. Verantwoordelijken bij zowel het openbaar ministerie als de politie hebben onvoldoende hun gezag laten gelden. De ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken hebben zich te weinig met de misdaadbestrijding bemoeid. De Tweede Kamer zelf is volgens de enquêtecommissie te weinig alert geweest. De meeste betrokkenen waren nauwelijks op de hoogte van de gebruikte opsporingsmethoden. “De overheid is hier tekortgeschoten.”

De commissie heeft geen indicaties dat in Nederland “alles overheersende en zeer grootschalige misdaadondernemingen” actief zijn. Reden tot “zorg en verontrusting” is er wel, gezien de miljoenen die worden verdiend in vooral de handel in softdrugs. Van een structurele verwevenheid van illegale onderwereld en legale bovenwereld is niets gebleken, concluderen de onderzoekers. Een uitzondering wordt gemaakt voor de horeca-sector, een “doelwit van crimineel wit te wassen geld, het investeren van criminele vermogens en afpersingspraktijken”. Opvallend noemt de commissie de 'kwetsbaarheid' van de transportsector voor de smokkel van illegale goederen. De verwevenheid van Surinaamse en Marokkaanse groepen in Nederland met politieke en economische machthebbers in het land van herkomst is “verontrustend groot”.

De commissie concludeert dat de georganiseerde criminaliteit in Nederland een “ernstig probleem vormt dat krachtige bestrijding verdient”. Zij vindt dat aanmerkelijk meer aandacht moet worden geschonken aan financieel-economische criminaliteit.

Het oordeel over de toelaatbaarheid van opsporingsmethoden, zoals inkijkoperaties, afluisteren of de doorlevering van verdovende middelen is volgens de enquêtecommissie te veel aan de rechter overgelaten. “Normering vooraf, een fundamentele eis in de rechtsstaat, is te lang achterwege gebleven”, aldus het eindrapport. Niet alleen het recherchewerk, ook de geheime informatievergaring over potentiële verdachten door de criminele inlichtingendiensten van de politie (CID's) moet een wettelijke basis krijgen en beter worden gecontroleerd door officieren van justitie.

De enquêtecommissie vindt dat de politie alleen onder strikte voorwaarden verdachten mag afluisteren. Hetzelfde geldt voor het uitvoeren van inkijkoperaties. Het op de markt laten verdwijnen van verdovende middelen, om zo een criminele organisatie in kaart te brengen, mag alleen als het gaat om “kleine hoeveelheden softdrugs”. De zogeheten Delta-methode, waarbij een informant grote hoeveelheden drugs mocht importeren om te 'groeien' in de criminele organisatie, noemt de commissie 'onverantwoord'. Zij vindt niet dat informanten crimineel geld mogen behouden. Infiltratie in misdaadbendes mag alleen gebeuren door politiemensen, niet door burgers, vindt Van Traa.

Binnen enkele weken gaat de Tweede Kamer met de commissie-Van Traa in debat over het rapport. Daarna volgt een debat tussen de Kamer en het kabinet.