De eerste film die te kort duurt

ROTTERDAM, 1 FEBR. Zou de film die regisseur Wayne Wang en schrijver Paul Auster samenstelden uit restmateriaal van hun succes Smoke, aangevuld met op dezelfde locatie (Auggie Wrens tabakswinkeltje in Brooklyn) opgenomen nieuwe scènes met illustere gastacteurs, net zo kunnen bekoren? Het publiek gisteravond in de enorme zaal van Luxor beloonde Blue in the Face met een denderend applaus en liet er geen twijfel over bestaan dat Wang en Auster nog veel meer avonturen van Wren (Harvey Keitel) en zijn vrienden mogen maken.

Wat mij het meest opviel aan de in vergelijking met Smoke minder hecht geconstrueerde, maar juist door de losse structuur nog meer op de ijlheid van sigaretterook lijkende film, is dat het voorbij was voor ik er erg in had. Een lengte van 88 minuten is tegenwoordig inderdaad ver beneden het gemiddelde van een speelfilm, maar de eindcredits kwamen in beeld, toen het voor mijn gevoel net aardig begon te worden. Tijdens een festival waar elke film minimaal een half uur te lang aanvoelt - want wie wil er nu zijn lievelingsscènes vermoorden - is dit gevoel wellicht toch een indicatie dat Blue in the Face de beste film uit het programma is.

    • Hans Beerekamp