Claim tegen beurs wegens falen toezicht

AMSTERDAM, 1 FEBR. F. van den Broek, voormalig directeur van het gelijknamige premie- en effectenkantoor, heeft een schadeclaim ingediend bij de Amsterdamse effectenbeurs. Van den Broek is naar eigen zeggen slachtoffer geworden van “het falend toezicht van de beurs”.

Het is voor het eerst dat een gedupeerde partij de Vereniging voor de Effectenhandel, zoals de beurs officieel heet, wegens grove fouten in het toezicht aansprakelijk stelt.

Van den Broek verwijt het controlebureau, dat toezicht houdt op de beurspartijen, “jarenlang te hebben zitten slapen” terwijl hij zaken deed met Nusse Brink, de commissionair die in 1993 failliet ging. Nusse Brink was ontspoord na speculaties op de daling van aandelenkoersen. Een woordvoerder van de beurs heeft vanmorgen de ontvangst van de dagvaarding bevestigd, maar wil niet nader op de kwestie ingaan, “omdat de zaak onder de rechter is”.

Van den Broek werd ruim twee jaar geleden ontslagen door de eigenaar van 'zijn' premie- en effectenkantoor, het in Amsterdam gevestigde effectenhuis Van Meer James Capel. Het premie- en effectenkantoor had toen een verlies geleden van ongeveer 4,5 miljoen gulden op transacties met Nusse Brink. Van Meer James Capel stond garant voor deze verliezen en sloot de dochteronderneming. Van den Broek claimt schade (“enkele tonnen tot een miljoen”) vanwege het verlies van “zijn broodwining” en “zijn aanzien in de kleine beurswereld”.

Volgens Van den Broek was het controlebureau van de beurs al sinds 1991 op de hoogte van de problemen bij Nusse Brink. De beurs heeft echter “door gebrek aan bestuurlijke daadkracht en vakkennis verzuimd in te grijpen”. Het controlebureau liet toe dat Nusse Brink jarenlang functioneerde als een effectenkredietinstelling (met eigen rekeningen van cliënten) zonder dat was voldaan aan de vermogenseisen en zonder de verplichte vergunning van De Nederlandsche Bank. “Dat was een tikkende tijdbom”, aldus Van den Broek.

Hij vindt dat het controlebureau al in april 1993 had moeten constateren dat Nusse Brink “met een tekort van enkele miljoenen guldens in de boeken failliet was. Dat had elke klerk met een basisdiploma boekhouden kunnen constateren.” “Nietsvermoedend” bleef Van den Broek zaken doen met Nusse Brink. Naar eigen zeggen heeft hij op deze wijze de oplopende verliezen van de commissionair gefinancierd totdat de 'tijdbom' in augustus 1993 ontplofte en Nusse Brink failliet ging.

Ook Van Meer James Capel werkt momenteel aan een dagvaarding voor een schadeclaim-procedure tegen de beurs, maar heeft een definitief besluit daarover nog niet genomen. Een voorlopig getuigenverhoor - van onder meer beursvoorzitter B.F. baron van Ittersum en hoofd van het controlebureau H.W. te Beest - om inzicht te krijgen in de rol van het beurstoezicht bij de ondergang van Nusse Brink is eind vorig jaar afgerond.

    • Michiel van Nieuwstadt