Chaos bij uitwisselen van informatie politie

DEN HAAG, 1 FEBR. De informatie die de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) verzamelt, schiet kwalitatief en kwantitatief tekort om een goed beeld te krijgen van de georganiseerde misdaad in Nederland. Dit komt onder meer doordat er onvoldoende systematiek bestaat in de uitwisseling van informatie met regionale politiekorpsen.

Dit concludeert hoogleraar criminologie C. Fijnaut in zijn rapportage die deel uitmaakt van het eindrapport van de commissie-Van Traa. Hij signaleert onder meer dat er“haast geen kijk meer is op allerlei personen die, ook wat betreft de top van de georganiseerde criminaliteit, belangrijke ondersteunende functies vervullen”, zoals witwassers, wapenhandelaren en valsemunters. Hij wijt dit aan de verregaande despecialisatie van de CRI en van de recherche-afdelingen van de politiekorpsen.

Door betere benutting van de informatie die nu alleen op verschillende plaatsen voorhanden is, was het mogelijk geweest om ten behoeve van ministers en parlement tot een betere beoordeling te komen van de ernst van de situatie en effectiever beleid te voeren. De commissie-Van Traa is in navolging van de onderzoekers van mening dat er een beter beeld kan worden geschetst van de georganiseerde misdaad dan de CRI tot nu toe heeft gedaan. Daarbij zijn zowel landelijke studies als lokale of sectorgewijze analyses van belang.

De CRI moet ook de rechtmatigheid controleren van gegevens uit het buitenland verkregen. De samenwerking tussen Nederlandse opsporingsdiensten en buitenlandse opsporingsdiensten verdient nadere normering, aldus het rapport. De commissie wijst erop dat het complexe karakter van regelgeving infomatieverstrekking uit het buitenland bemoeilijkt. “Vooralsnog lijkt de drempel voor raadpleging van de regelgeving zo hoog dat de meeste opsporingsambtenaren niet eens weten of zij wel of niet in strijd met de regelgeving handelen”, concludeert de commissie.

In een ander hoofdstuk zegt de commissie dat de Binnenlandse Veiligheids Dienst (BVD) zich niet intensief met georganiseerde misdaad bezig houdt tenzij die criminaliteit een gevaar voor de democratische rechtsorde of de integriteit van bestuur zou opleveren. Maar de BVD heeft in het verleden wel oneigenlijke politietaken uitgevoerd. Het grensvlak tussen politie en BVD dient nadere normering en het gebruik van BVD-informatie ten behoeve van de opsporing dient beter geregeld te worden.

De landelijke officier van justitie die zich bezig houdt met de BVD kan nauwelijks daadwerkelijk controle uitoefenen op de rechtmatigheid van de informatie die per ambtsbericht door de BVD wordt versterkt. De taak van de BVD dient binnen de democratische staat zo beperkt mogelijk gehouden te worden, aldus het rapport. Ook het gebruik van bijzondere methoden die de BVD hanteert moet in de wet genormeerd worden. Die wetgeving is er nu niet, met uitzondering van telefoontaps en direct afluisteren.