Canadese banken dagvaarden advocaten om Canary Wharf

LONDEN, 1 FEBR. Vier Canadese banken hebben Clifford Chance, het grootste advocatenkantoor van Groot-Brittannië, voor de Canadese rechter gedaagd. Ze eisen een schadevergoeding van 1,3 miljard Canadese dollars, circa 1,6 miljard gulden.

Volgens de Canadese banken heeft Clifford Chance hen verkeerd voorgelicht, voordat ze in 1989 een lening van 400 miljoen pond verstrekten aan de onroerend goed-firma Olympia & York Developments, eigenaar van het kantorencomplex Canary Wharf in de Londense Docklands. Na de val van Olympia & York in 1992 zouden ze daardoor bij de verkoop van Canary Wharf buitenspel zijn komen staan.

Het Britse advocatenkantoor betwist dat de rechtbank in Ontario bevoegd is zich over deze kwestie uit te spreken. Clifford Chance vecht verder aan dat de vier banken voor 1,3 miljard Canadese dollars aan schade hebben geleden. Volgens een verklaring die het kantoor gisteren uitgaf, bestaat daarvoor geen enkel bewijs.

De vier Canadese banken - Royal Bank of Canada, Canadian Imperial Bank of Commerce, Bank of Nova Scotia en National Bank of Canada - hebben hun eis tot schadevergoeding al in juni vorig jaar gedeponeerd, een half jaar voordat Canary Wharf voor ruim twee miljard gulden werd verkocht aan een consortium van beleggers uit de Verenigde Staten, Canada en het Midden-Oosten. Het ambitieuze en grootschalige kantorencomplex was in de jaren tachtig gebouwd door het Olympia & York-concern van de Canadese onroerend goedmagnaat Paul Reichmann. Maar in de beginjaren trok het complex te weinig huurders en daarna werd een recessie het project fataal.

Na het bankroet in 1992 kwam het complex in handen van elf banken die nog geld te goed hadden van de failliete maatschappij. Daaronder waren ook de vier financiële instellingen die nu een eis tot schadevergoeding hebben ingediend. Zij slaagden er eind vorig jaar in Canary Wharf te verkopen omdat aan de grootscheepse leegstand van kantoren in Londen een eind was gekomen en de huurprijzen sterk omhoog waren gegaan. Inmiddels werken er 14.000 mensen in Canary Wharf en is driekwart van het complex in gebruik.

De vier Canadese banken zeggen dat ze door Clifford Chance verkeerd zijn voorgelicht. Ze accepteerden de aandelen van Olympia & York als onderpand voor een lening van 400 miljoen Canadese dollars, omdat het advocatenkantoor hen had verzekerd dat de rechtsvorm van de onderneming een beperkte aansprakelijkheid garandeerde. Bij het faillissement bleek dat Olympia & York een onbeperkte aansprakelijkheid had. Daardoor konden de vier banken hun recht op de aandelen niet laten gelden zonder onmiddellijk ook voor alle schulden aansprakelijk te worden gesteld. Het gevolg was volgens de banken dat ze bij de herstructurering van de failliete boedel werden gedwongen een passieve rol te spelen wat hen heel veel geld zou hebben gekost.

    • Dick Wittenberg