Bart Veldkamp paradepaardje in Belgisch schaatsconflict

Geert Blanchart was tot voor kort de snelste schaatser van België. Maar bij het WK in Inzell rijdt de Hagenaar Bart Veldkamp vanaf morgen onder Belgische vlag. Volgens Blanchart is dat in strijd met de internationale statuten en onderdeel van het 'dictatoriaal beleid' van de Belgische voorzitter Goyvaerts.

GENT, 1 FEBR. “Bart staat niet ingeschreven bij een Belgische club en dat is in strijd met de statuten van de internationale unie. Maar dat kan in België, hè? Dat is het land van de gewassen maandverbanden. Er moet toch érgens een sheriff rondlopen die het allemaal controleert? De ISU zou eens een klare kijk moeten krijgen op dit landje”, bekritiseert Geert Blanchart de overschrijving van Bart Veldkamp naar de Koninklijke Belgische Schaats Federatie (KBSF).

De frustraties van de shorttracker, die in 1988 wilde overstappen naar het langebaanschaatsen, zitten diep. “Het gaat mij niet om Bart, want dat is een goede vriend van mij, maar om het principe. Jarenlang heeft onze voorzitter uit eigen belang het langebaanschaatsen geblokkeerd. Nu gebruikt hij Bart als paradepaardje om zelf bij de ISU (Internationale Schaats Unie, red.) in een goed blaadje te komen. Hij wil worden gekozen in de technische commissie. Maar hij omzeilt daarbij de wetten.”

KBSF-voorzitter Paul Goyvaerts geeft toe van Veldkamp te profiteren. “Wij kunnen hem goed gebruiken om de sport te promoten. Met zijn prestaties is hij een gangmaker voor de jeugd die de microben voor de langebaan moeten krijgen. Vanochtend ontving ik Barts trainingsopbouw voor het EK. Daar kunnen wij wat van opsteken.” Blanchart lacht. “Wat?”, roept de Belg die als ober in het restaurant van Joop Braakhekke werkte, “die man kent niet eens het verschil tussen Barts schema's en het recept voor Champignons à la Grecque.”

Blanchart vergelijkt: “De Belgische schaatsbond is net als de KNSB: verziekt. In Nederland zitten van die oude, demente bejaarden die het beleid bepalen. Om deze paljassen gaan Ritsma en Veldkamp individueel verder. De problemen worden zo niet opgelost. Als we alle ontevreden atleten uitwisselen, waar gaan we dan naar toe?”

Anderhalf jaar geleden na de Olympische Spelen in Lillehammer besloot Blanchart te stoppen met schaatsen. “Omdat ik rust nodig had. Omdat ik weg moest van al die bobo's die het zo slecht bedoelden.” Dit jaar bond de 29-jarige inwoner van Gent de schaatsen weer onder. Blanchart zag zijn sport zienderogen achteruit gaan en besloot de jeugd van de Leuvense schaatsclub te trainen. “Ik heb shorttrack populair gemaakt in België. Ik was een soort boegbeeld door mijn prestaties, maar ook door mijn uitspraken in de media. Met mijn clowneske gedrag wist ik zo de sport te promoten.”

Goyvaerts toonde zich niet blij met de strapatsen van Blanchart. “Voor zijn debuut op het EK allround in 1988 riep Geert in de kranten dat hij voor België een medaille zou verdienen. Ik wist dat hij als laatste zou eindigen. Grootspraak zorgt voor negatieve publiciteit. En als kleine federatie val je dan al snel in een dal”, weet de voorzitter die op de promotie-afdeling werkt van Het Laatste Nieuws.

“Ik werd niet laatste maar voorlaatste”, verbetert Blanchart de uitlatingen van zijn vroegere voorzitter. “En de KBSF heeft mij zelf naar dat EK gestuurd. Want in België krijg je meer subsidie naarmate je beter presteert. Ik kwam van het WK shorttrack in Boedapest terug met vijf medailles en dus moest Geert ook maar meedoen aan het EK langebaan. De dag ervoor ben ik nog noren gaan kopen. Die had ik niet eens. Ik heb in de voorbereiding precies één uur op het ijs gestaan. Daarna is alle ellende met de bond begonnen.”

Blanchart stopte met shorttrack en specialiseerde zich in het schaatsen op een 400 meter-baan. Daarvoor moest hij in Nederland trainen, want België beschikt niet over de vereiste accommodatie. Langebaanschaatsen komt er niet van de grond. De Belgen waren dertig jaar geleden met Groot-Brittannië wél de voorloper in het shorttrack. Wedstrijden op natuurijs werden slechts sporadisch georganiseerd. Goyvaerts licht de problematiek toe: “Ik woon in Zelzate op de grens met Nederland. Als ik de grens over ga, veegt op elk bevroren plasje water een bejaarde of een jonge Nederlander het vuil van het ijs. In België kennen we die schaatscultuur niet. Alleen in een deel van de Kempen vind je sporen van schaatsenthousiasme.”

De KBSF kent sinds kort een comité voor de langebaan. “Maar het probleem is dat de mensen die daarin zitten zelf nog te graag schaatsen”, meent Goyvaerts. “Zij namen deel aan de alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee. Ze zouden echter de jeugd moeten meenemen over de grens naar een vierhonderdmeterbaan in Eindhoven of Dordrecht. Op die manier leg je een eitje dat vervolgens uitgebroed en verzorgd kan worden.”

Geert Blanchart vindt de uitlatingen van zijn voormalige voorzitter ronduit hypocriet. “Die man bóycot juist de langebaan. Hij voert binnen de schaatsbond een dictatoriaal beleid à la Ceaucescu.” De zevenvoudig Europees kampioen shorttrack verwijst naar zijn verleden. Na zijn debuut op het EK langebaan van 1988 op de Uithof in Den Haag had hij wat goed te maken voor zichzelf. Hij wilde definitief overstappen naar de langebaan. Zoals eerder shorttrackers als Eric Heiden, Eric Flaim en Bonnie Blair met veel succes deden. “Maar dat mocht niet van de bond. Want het shorttrack werd toen een olympische sport. De subsidie van het BOIC (Belgische Olympisch en Interfederaal Comité, red.) was beschikbaar voor de langebaan óf het shorttrack. Ik was een gevestigde waarde en moest dus blijven.

“Als jong manneke heb ik toen vaak meegemaakt dat ik met mijn valieske aan de kant stond bij een langebaankampioenschap en niet het ijs op mocht. Dan had de organisatie een fax van mijn eigen bond gekregen die mij verbood te starten. Ik werd gebrainwasht door die bobo's, de mannen van fatsoen. Ze hebben me misbruikt om over mijn rug subsidies te trekken. Ik ging daar tegen in en werd het enfant terrible.”

Blancharts strijd duurt onverminderd voort. Hij haalt de voorzitter van de wilde Vlaamse Schaats Bond, Hugo Vandewalle, erbij om eindelijk eens de misstanden omtrent de Belgische schaatsfederatie van Goyvaerts uit de doeken te doen. Vandewalle kreeg een spreekverbod opgelegd van de Belgische minister van cultuur Martens om de reorganisatie van de verschillende schaatsbonden in alle rust te laten verlopen. Vandewalle gaat er vanuit dat hij met de Nederlandse pers wèl mag praten. “Hij is een gewone man met een schaatshart”, zegt Blanchart over Vandewalle. “Die mannen van fatsoen denken niet sportief. Die gebruiken hun functie alleen als statussymbool.”

Een jaar geleden is Goyvaerts weggestemd in de Belgische schaatsbond, waarvan alleen de Vlaamse tak nog actief is. Vandewalle: “In 1990 zei Goyvaerts tegen mij: 'Het langebaan schaatsen heeft afgedaan'. Nadat hij was weggestemd heeft hij mensen gemobiliseerd en een opsplitsing in de schaatsfederatie veroorzaakt. Hij richtte de Vlaamse Shorttrack Vereniging op en ik heb de plaats ingenomen bij de concurrent, de Vlaamse Snel Schaats Vereniging. Dat is dus een wilde bond.”

Vandewalle voorspelt dat Goyvaerts niet lang meer op zijn plaats zit. “Hij deed namelijk aan wafelijzerpolitiek.” De 'wilde' voorzitter bedoelt daarmee dat Goyvaerts zijn facturen dubbel indiende. Bij het Olympisch Comité én bij de BLOSO, de Vlaamse sportfederatie die de subsidies van regeringsgelden verdeelt. “Daar zijn ze achter gekomen en de BLOSO wil nu niks meer met hem te maken hebben.”

Door de splitsing zijn beide bonden (elk 300 leden) te klein om subsidie te krijgen. Goyvaerts heeft geen geld, maar wel een troef in handen. Hij bezit de ISU-startvergunning voor deelname aan internationale wedstrijden en heeft volgens Vandewalle daarmee de macht. “Hij is de witte Mobutu.” Vandewalle wijst op zijn 17-jarige dochter Ingeborg, die sinds zijn aanstelling van Goyvaerts een internationaal startverbod kreeg opgelegd. De 'wilde' voorzitter ging daartegen in beroep. De juridische procedure loopt nog steeds.

“Men heeft vaker geprobeerd met scudraketten mijn hoofd te raken”, zegt Goyvaerts, die in zijn blauwe blazer een onkreukbare indruk maakt. “Er zijn mensen die in hun politieke streven sportverenigingen gebruiken om Vlaanderen zelfstandig te maken.” Op de vraag waarom geeft de voorzitter als antwoord: “Ach, selectieprocedures en zo.”